Artikel 2 thema Nederlandse Antillen

 

Een sensationele doorbraak? De bezoeker van de referendumsite van Curaçao (www.cura.net) gaat het bijna geloven. Volgens de uitslag van een enquête onder de bezoekers van de internetpagina stemt op 8 april van dit jaar een ruime meerderheid op het eiland voor volledige aansluiting bij Nederland. Maar schijn bedriegt, want erg representatief is het onderzoek niet. De kans dat veel vertegenwoordigers van de van anti-Nederlandse sentimenten vervulde aanhang van Anthony Godett’s Fol (ongeveer een derde van de bevolking) hun keuze kenbaar hebben gemaakt is bijvoorbeeld nihil. De meeste van hen spreken Papiamento en kunnen de Nederlandstalige site dus niet lezen. En afgezien daarvan: ze hebben over het algemeen niet de beschikking tot het Internet.

 

Zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat de bewoners van het grootste Antilliaanse eiland zich bij het referendum toch uitspreken voor aansluiting bij Nederland is het zeer de vraag of dat in de praktijk al te veel consequenties zal hebben. De discussie over de verhouding tussen de Antillen draait al tientallen jaren in ongeveer dezelfde cirkels rond, doorbraken zijn dus zeldzaam. “Het merkwaardige is,” zegt journalist en kenner van de Antillen John Jansen van Galen, “dat op het eiland nu net gedaan wordt of de mensen op Curaçao zelf de keuze over de toekomst van hun eiland in handen hebben. In werkelijkheid kan er nog steeds alleen iets veranderen als Nederland er ook mee instemt. Dat Nederland dat zal doen lijkt hem alleen al uit historisch oogpunt erg onwaarschijnlijk.”

Uit Jansen Van Galens vorig jaar verschenen boek De toekomst van het koninkrijk (Uitgeverij Contact) wordt duidelijk dat het plan om van de Antillen een ‘gewone’ Nederlandse provincie te maken een geschiedenis kent die zelfs al teruggaat tot het midden van de negentiende eeuw. In 1865 was het Tweede Kamerlid Wintgens de eerste die het in het parlement voorstelde. De toenmalige minister van Koloniën De Waal had er weinig oren naar. Hij voelde meer voor een lucratievere oplossing: verkoop. Venezuela maakte toen al aanspraken op de eilanden aan haar kust.Geld zou altijd een bepalende rol blijven spelen in de houding van Nederland. De afgelopen decennia was het telkens om financiële redenen dat Nederland weinig enthousiasme toonde voor het idee de Antillen geheel te laten aansluiten bij Nederland.

“Na Pieter van Vollenhoven was Pim Fortuyn de laatste die aan het begin van de eenentwintigste eeuw met het idee op de proppen kwam,“ vertelt Jansen van Galen. “Maar zodra iedereen zich realiseert wat de gevolgen zijn taant het enthousiasme. De Fransen hebben het wel gedaan met hun Caribische gebiedsdelen. De eilanden Martinique, Gouadeloupe en Cayenne worden op voet van gelijkheid behandeld met de departementen in het Europese deel van de republiek. De financiële gevolgen daarvan zijn enorm. Het betekent dat een inwoner van Martinique dezelfde rechten heeft als die van Parijs. De regering van Parijs betaalt nu zeven keer zoveel per inwoner van het Caribische gebied als wij per bewoner van de Antillen of Aruba bijleggen. Als wij dat model overnemen zou een werkloze op Curaçao bijvoorbeeld een net zo’n hoge bijstandsuitkering krijgen als een landgenoot in Rotterdam.”

Een andere keus die tijdens het referendum voorligt, is de onafhankelijkheid. “Mirna Godett (de zus van Anthony die na de verkiezingsoverwinning van de FOL in 2003 premier werd omdat tegen haar broer een corruptiezaak liep) heeft in de acht maanden dat ze aan het bewind was even met het idee gedreigd (overigens met de toevoeging ‘op termijn’). Maar er zijn weinig volksvertegenwoordigers en bestuurders op de Antillen te vinden die daar nu serieus voorstander van zijn,” zegt Jansen van Galen. “Ze zijn niet gek daar. Iedereen weet hoe het Suriname sinds de onafhankelijkheid is vergaan. Je kunt veel zeggen over de Antilliaanse politici zeggen, maar niet dat het aan pragmatisme ontbreekt.”

(eerste aprilnummer PM, eerste deel verhaal)