|
Actueel
21-06-2010
Volkskrant. opinie
Een kabinet zonder dwingend regeerakkoord en met ministers die er op persoonlijke titel zitting in nemen. Zo komen we pas uit de politieke impasse.
Als er een ding opvalt aan deze formatie is dat de politici aan de ene kant erkennen dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie, maar anderzijds lijken vast te klampen aan de oude Haagse gewoonten.
De inzet is, als altijd, een regering die geketend is aan enkele partijen die samen een parlementaire meerderheid vormen.
Een stevig regeerakkoord moet ertoe leiden dat de coalitie niet voortijdig uit elkaar spat. De berekeningen van het CPB moeten bepalen binnen welke financiële marges de regering dient te opereren.
Liefst nog deze zomer moeten die per decreet worden vastgelegd.
Maar waarom zouden we onder de huidige unieke politieke omstandigheden niet eens van de huidige gewoonten afwijken en een extraparlementair kabinet beproeven?
Een kabinet dus zonder dwingend regeerakkoord waaraan de bewindslieden en de aangesloten fracties zich hebben gebonden.
Een kabinet waarin de ministers weliswaar uit verschillende politieke partijen komen, maar toch op persoonlijke titel worden aangezocht.
Den Uyl
In de afgelopen decennia hebben we een keer eerder zo’n regering gehad: het kabinet-Den Uyl. Dat was toen het gevolg van de politieke situatie in 1973, die in nogal wat opzichten leek op die van nu.
Ook toen was het politieke landschap versplinterd en hadden de potentiële regeringspartijen (toen de linkse) normaal formeren onmogelijk gemaakt door standpunten als ‘ononderhandelbaar’ te bestempelen.
En ook toen waren sommige partijen (de christendemocratische!) niet te vermurwen deel te nemen aan het kabinet. Uiteindelijk wist de informateur in te breken door prominenten uit die partijen te bewegen toch in dat kabinet zitting te nemen.
Net als in de jaren zeventig zou de vorming van een extraparlementair kabinet een manier zijn om uit de huidige politieke impasse te komen. Het begin van de onderhandelingen wekt immers weinig vertrouwen in de goede afloop.
Op zijn best leiden die tot een regering waarin de leden zich tot elkaar veroordeeld worden. De kans is groot dat die zal steunen op een minimale meerderheid (als voor een rechtse coalitie of Paars plus wordt gekozen).
Bovendien zijn er weinig opties denkbaar die ook kunnen steunen op een meerderheid in de Eerste Kamer (eigenlijk alleen een CDA-VVD-PvdA-kabinet).
Illussoir
Nu zou je kunnen hopen dat dit volgend jaar na de provinciale verkiezingen verandert (de leden van de staten kiezen de Eerste Kamer), maar het lijkt me eerlijk gezegd nogal illusoir om te denken dat de electorale verhoudingen dan hetzelfde zijn als ze vorige week waren.
De snelle veranderingen in de politieke voorkeuren van de afgelopen tien jaar geven daar in elk geval geen aanleiding toe.
De uitslag biedt een kans af te wijken van normale gang van zaken
De vorming van een extraparlementair kabinet zou veel meer kunnen zijn dan een tactische manoeuvre om de politieke complicaties bij de vorming van een ‘normaal’ kabinet te omzeilen.
Het zou ook inhoudelijk de voorkeur moeten hebben. In die zin biedt de uitslag van de verkiezingen vooral een kans.
Op de eerste plaats zou het goed zijn voor de positie van de Tweede Kamer. Al decennia klinkt het uit de bankjes weemoedig dat er meer ruimte zou moeten zijn voor dualisme.
Dat de Tweede Kamer dus een sterkere zelfstandige positie moet hebben ten opzichte van de regering. Ondanks alle goede voornemens komt het er nauwelijks van. Het regeerakkoord en de financiële dictaten waarop die zijn gebaseerd beperken de speelruimte.
Ook de kwesties die niet in het regeerakkoord zijn geregeld worden buiten het parlement om geregeld (de Torentjesoverleggen tussen de fractievoorzitters en de top van het kabinet). Dat alles heeft de positie van de volksvertegenwoordiging uitgehold.
Kans
Op de tweede plaats biedt het ook een uitgelezen kans voor het kabinet zelf. Vanzelfsprekend zouden bij de vorming van zo’n kabinet de informateurs (Ben Verwaayen en Wim Kok?) een sterke positie moeten hebben, ten koste van de fractievoorzitters.
Op die manier kan een einde komen aan de matige rekrutering van het kabinet waarbij altijd overwegingen zoals loyaliteit, beloning voor bewezen diensten, bloedgroepen, of verdeling over sekse, vaak belangrijker zijn dan kwaliteit.
Bovendien kan een sterk informateursduo meer aandacht besteden aan het vormen van een team. Nu komt het voor dat de minister van justitie pas bij het laatste gesprek hoort wie de minister van binnenlandse zaken wordt .
Daarnaast kunnen de formateurs ook stappen maken in de richting van een kernkabinet. De meeste partijen willen ministeries samenvoegen, het kabinet verkleinen en de besluitvorming stroomlijnen.
Maar tot nu toe strandde dit in het overleg van de fractievoorzitters. Minder ministers betekent immers dat er minder posten te verdelen zijn.
Speelruimte
Op de derde plaats heeft een extraparlementair kabinet ook inhoudelijk meer speelruimte. Daar is deze keer alle reden toe. Want als de huidige economische situatie zich door iets kenmerkt, dan is het onvoorspelbaarheid.
Bekijk voor de grap eens de prognoses van de afgelopen jaren. Het is onder die omstandigheden onzinnig om het CPB de financiële ruimte te laten bepalen voor de komende vier jaar.
Dat maakte het bij de afgelopen verkiezingen al zo penibel uitspraken te doen over koopkracht, huizenprijzen of werkgelegenheid.
Tot slot is een extraparlementair kabinet de beste vertaling van de uitslag van de kiezer. Vooraf hebben PvdA VVD en CDA net gedaan of het vooral een strijd was om wie de regering mocht vormen en dus de premier mocht leveren. De grote meerderheid van de kiezers heeft dit spel niet meegespeeld.
Tijd dus voor een heel ander spel.
Michiel Zonneveld is publicist
6 - juni 2010 - Nieuwspoort Nieuws 2 Hans Dijkstal (1943 - 2010): Aardig, vrolijk, maar vooral: opmerkelijk eigenzinnig
Hans Dijkstal was een van de mensen die je verdomd moeilijk niet aardig kon vinden. Altijd oprecht geïnte- resseerd hoe het met je ging, zichtbaar blij als hij een goede bekende zag. Ik voelde me zelfs een beetje bezwaard, als ik weer eens een verkiezing niet op hem stemde. Het was een man die je bijna alles gunde. Eigenlijk alleen het leiderschap van de VVD niet, omdat je dat in het jaar 2002 nu eenmaal je ergste vijand nog niet toewenste. Er zijn er veel eigenschappen van hem gememoreerd. Zijn humor, zijn liefde voor de jazz, zijn vermogen om samen te binden. Op te televisie zagen we de politicus, die ook wel acteur of musicus had willen worden, op zijn saxofoon spelen. Of je hoorde en las over de talloze besturen waarvan hij tot ieders genoegen de voorzittersrol vervulde. Er was allemaal geen woord van gelogen natuurlijk. Maar steeds had ik het gevoel dat er iets ontbrak in al die loftuitingen. Op de een of andere manier doet de nadruk op die vrolijke aardige Hans hem onvoldoende recht. Alsof hij zijn hele leven feestend door het leven ging. Zijn leven werd immers ook getekend door tegenslagen. De grootste was ongetwijfeld het verlies van zijn twee zonen aan een erfelijke ziekte. Het beeld doet boven- dien geen recht aan de betekenis die hij voor de Nederlandse politiek heeft gehad. Terecht krijgt een andere Hans (van Mierlo) veel krediet voor het tot stand komen van de paarse kabinetten. Maar de rol van Hans Dijkstal was, zeker in de beslissende fase, bijna net zo groot. In zijn huis, aan de Wassenaarse Poortlaan, vonden in de jaren voor het aantreden van het kabinet zonder het CDA de gesprekken plaats tussen de voorlieden van PvdA en VVD. Toen Paars eenmaal aantrad, was de VVD-politicus de aangewezen vicepremier. De neiging is groot zelfs deze rol in oppervlakkige termen te duiden. Dat Hans Dijkstal vooral geïnteresseerd zou zijn in de goede sfeer, of (om een Haagse term te gebruiken: het proces). Maar dat is om te beginnen een zware onderschatting van de rol van vicepremier en fractievoorzitter. In de laatste rol werd hij in 1999 zelfs gekozen tot politicus van het jaar. Dijkstal was een goed debater die vlot en in begrijpelijke taal sprak, behept met het zeldzame vermogen om Verklaard tegenstander van polarisatie in de politiek Michiel Zonneveld
Nieuwspoort Nieuws 2 - juni 2010 - 7 ingewikkelde zaken in duidelijke woorden te vervatten, zonder in demagogie te vervallen. Op de tweede plaats was de goede sfeer voor hem geen doel op zich. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij ook hard kon zijn. Bijvoorbeeld ten opzichte van partij- genoten die een ‘hardere’, ‘rechtsere’ en ‘duidelijkere’ koers wilden. Dat lijkt in tegenstrijd met het beeld van een joviale Hans Dijkstal. Maar dat is het niet als je Hans Dijkstal beschouwt als verklaard tegenstander van politieke polarisatie. Paars was voor hem dus ook niet bedoeld als een manier om het CDA uit te schakelen, maar om een einde te maken aan de verlammen- de verkettering tussen zijn partij en de PvdA. Ook in strijd met het hardnekkige beeld van allemansvriend en sfeer- maker is zijn, voor een politicus opmerkelijke eigenzinnigheid. Een belangrijke constante in zijn den- ken was dat hij hechtte aan een zekere afstand tussen de burger en de politiek. Politici waren er niet om de burgers te veel naar de mond te praten, vond hij. En met staatkundige nieuwlichterij om de ‘kloof’ tussen burger en politiek te dichten, moest je niet bij hem zijn. “Er is helemaal geen kloof met de burger”, zei hij in 2001 in een interview dat ik samen met Max van Weezel voor Vrij Nederland met hem had. “Er is een verminder- de belangstelling voor politieke partijen, maar dat hoeft niet op ontevredenheid te wijzen. Dat kan er ook op wijzen dat mensen juist zeer tevreden zijn. Ze hebben een tweede doorzonwoning, een derde caravan en een vierde vriendin. Ze zien geen noodzaak zich ergens kwaad over te maken. Al die zinnen in de regerings- verklaring van 1994 over een directe dialoog met de burger waren voor de VVD niet zo belangrijk. Die moesten er van D66 in.” Dat zei hij op een moment dat er voor de paarse partij- en nog geen vuiltje aan de lucht leek. De coalitie van PvdA, VVD en D66 regeerde al zeven jaar en het kabinet was populairder dan die van Jan Peter Balkenende ooit zouden worden. De burger leek inderdaad tevreden en Hans Dijkstal maakte volgens velen een goede kans de premier van Nederland te worden. Zij partij piekte in de peilingen. Slechts een enkeling had heimwee naar de jaren van polarisatie. Achteraf kan je misschien zeggen dat we in 2001 aan het einde van een pendulebeweging zaten. Dat na een tijd waarin de grote politieke ver- schillen leken te verdwijnen, de politieke polarisatie onvermijdelijk de kop weer moest opsteken. Politiek bestaat nu eenmaal ook bij de gratie van de politieke verschillen. Uiteindelijk was het Pim Fortuyn die de ruimte op rechts benutte. Hans Dijkstal weigerde hardnekkig mee te bewegen met de pendule. Integendeel. Hij stak zelfs de draak met de wens van zijn partij om Pim Fortuyn de wind uit de zeilen te nemen. Geconfronteerd met die wens zei hij in een interview: “Zak ik het eens voordoen?” Vervolgens vormde hij met zijn handen een soort scheepstoeter. “De criminaliteit is in Nederland onaanvaardbaar hoog! De lasten moeten omlaag! Het asielbeleid wordt niet consequent doorgevoerd! Maar als ik mezelf dat hoor zeggen, denk ik wel: het gaat in de politiek niet alleen om hard schreeuwen, het gaat er vooral om zulke verlangens in de praktijk te realiseren. Dat is iets minder eenvoudig.” In hetzelfde interview zei hij over het vraagstuk van asielzoekers: “Ik heb geen zin om te zeggen: er mag niemand meer bij.” In een ander vraaggesprek gaf hij de ontevreden kiezers niet het grootste gelijk van de wereld, maar noemde hen verwende diva’s. Hans Dijkstal was toen eigenlijk al een politicus zonder partij geworden. Vooral populair onder mensen die nooit op hem zouden stemmen. Zijn vertrek als leider van de VVD stond in de weken voor de verkiezingen al vast. Of misschien was Dijkstal zelfs een politicus zonder land. Want gaandeweg werd hij steeds kritischer over wat hij de dominantie van de beeldcultuur in ons land noemde. Hij walgde van de massale rouwverwerking op televisie en keerde zich tegen de neiging in de politiek om na een schokkende reportage op televisie zonder na te denken naar de interruptiemicrofoon te hollen. De media kregen hem daardoor een te grote rol. “Weet u waarvan ik wel eens badend in het zweet wakker word? De vraag wat we moeten doen met iemand die de macht van het beeld gebruikt om te manipuleren. Neem Berlusconi. Die controleert zelfs de manier waarop rechtszaken tegen hem op televisie worden gebracht.” Aan het eind van zijn leven kon hij overigens weer wat optimistischer zijn. Het is misschien te vroeg om vast te stellen, maar de periode van extreme polarisatie lijkt over zijn hoogtepunt heen. Mark Rutte heeft PVV- voorman Wilders overvleugeld. De aanvankelijke euforie over het aantreden van ‘bruggenbouwer’ Job Cohen als PvdA-leider symboliseerde ook een verlangen naar een meer zakelijke en rustige politiek. Een nieuw paars wordt nog ongewenst verklaard, maar uitgesloten wordt het niet. Wie had Dijkstal niet gegund om de herleving van die coalitie nog eens mee te maken?
Het mocht niet zo zijn. Hij overleed op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.
Bij de dood Hans Dijkstal (interview Vrij Nederland, maart 2003)

Hans Dijkstal: 'De VVD was in paniek'
Hij heeft nooit het gevoel gehad 'dat hij de wedstrijd kon winnen'. En dus valt hem eigenlijk niets te verwijten. Maar toch zit het Hans Dijkstal beslist niet lekker, de desastreuze VVD-campagne van vorig jaar. De voormalige VVD-leider over de hype rond Pim Fortuyn en de macht van het televisiebeeld. 'De oude spelregels golden opeens niet meer.'
Zijn woonkamer is voor de laatste fans van Paars gewijde grond. Hier, aan de Wassenaarse Poortlaan, confereerden begin jaren negentig politici van PvdA en VVD. Doel: de basis leggen voor een kabinet zonder CDA.
Tegenwoordig, het is duidelijk zichtbaar, woont er in dit huis een politicus in ruste. Hans Dijkstal zit ontspannen op een grote witte bank. Op de plek waar mensen als Felix Rottenberg en Frank de Grave tien jaar geleden nerveus gesticulerend rondliepen, zoekend naar mogelijkheden het juk van de christen-democraten af te werpen, staat nu de box van de eerste kleindochter van de voormalige VVD-fractieleider. In de gang staan twee immense tassen met golfclubs.
De laatste verkiezingscampagne heeft hij nauwelijks gevolgd. 'Ik was drie weken met mijn familie in Florida.' Met de hem zo kenmerkende luchtigheid: 'Toen ik wegging, ging het vooral over de winst van Marijnissen en toen ik terugkwam sprak iedereen alleen nog maar over Wouter Bos.'
Een halfjaartje 'thuis' is uitstekend bevallen. Na zijn vertrek uit de Tweede Kamer ambieert hij geen zware baan in het landsbestuur meer. En hij heeft zich – naar eigen zeggen – over de teleurstelling van de verloren verkiezingen heen gezet. Maar over de krankzinnige laatste maanden van zijn politieke carrière denkt hij nog elke dag.
Heeft u nooit het gevoel: ik heb het vorig jaar gewoon verknald als lijsttrekker?
'Nee, nee. Ik zou het mezelf alleen kwalijk nemen als ik het gevoel had dat de wedstrijd te winnen was geweest. Maar eigenlijk vind ik het niet zo zinvol over mijn rol in die campagne na te praten. Dat is na alles wat er gebeurd is irrelevant geworden. Er is een politicus vermoord. Vervolgens is een kabinet geformeerd dat er nooit had mogen komen. Na zevenentachtig dagen is een puinhoop achtergelaten.'
Veel van uw partijgenoten vinden dat de VVD te veel naar het midden was opgeschoven.
'Dat kan toch nooit de gigantische aardverschuiving van vorig jaar verklaren? Ze zouden alleen gelijk hebben als wij veertien zetels hadden verloren en de andere partijen niets. Je moet ook niet vergeten dat de VVD al onder Bolkestein naar het midden was opgeschoven. Nadat we in het paarse kabinet stapten, zijn we veel meer aandacht gaan besteden aan zaken als de problemen in de grote steden. Dat heeft al die jaren niet tot verlies geleid. November vorig jaar nog stonden we in de opiniepeilingen op rond de veertig zetels en leken we de grootste partij van het land te worden. Uit niets bleek dus dat we naar rechts moesten; drie maanden voor de opkomst van Fortuyn werd de VVD nota bene nog totaal verguisd vanwege onze harde opstelling over asielzoekers. Ik was juist tevreden dat we de scherpslijperij, de verkettering, achter ons hadden gelaten. En verder: na Fortuyn deed het er sowieso allemaal niet meer toe, het beeld was vanaf toen dat álle partijen te slap waren geweest.'
Bij de laatste verkiezingen maakte de VVD alsnog de draai. Dijkstal kan toch moeilijk gelukkig zijn met de ongegeneerde jacht op de 'rechtse' kiezers die bij de LPF deserteerden. Maar hij doet een ferme poging zijn mond te houden. 'Ik weet niet of die draai de intentie was.'
De rechtsere koers heeft in ieder geval niet gewerkt.
Kortaf: 'Ik denk dat ze meer van de uitslag hadden verwacht.'
Vindt u het niet vreemd dat uw partij, in tegenstelling tot de PvdA, nauwelijks intern orde op zaken wenste te stellen? U werd vervangen…
Hij doet een stemmetje van een personeelsfunctionaris na: 'Op uw aanwezigheid wordt niet langer prijs gesteld.'
… en de VVD gaat opgewekt over tot de orde van de dag.
'De sfeer in de VVD was paniekerig. Dat heb ik in de campagne van vorig jaar al gemerkt; ik kan niet ontkennen dat mijn leven als lijsttrekker soms moeilijk was. Die paniek was na de verkiezingen natuurlijk niet weg. De partij was bang voor totaal onbeheersbare ontwikkelingen in de samenleving en wilde snel hergroeperen. Daar kwam nog bij dat de VVD als enige paarse partij in de regering bleef. Voor een partij die zo verloren heeft, is het beter om zich in de oppositie te bezinnen, zeker na zulke ingrijpende gebeurtenissen als vorig jaar, maar door de verkiezingsuitslag moesten we wel meedoen. Ik heb die regeringsdeelname als fractielid dan ook gesteund, hoewel ik persoonlijk helemaal niets met de LPF heb. Nu is er wel gelegenheid voor bezinning, want het lijkt me onwaarschijnlijk dat de VVD gaat regeren. Dat zou heel onverstandig zijn. CDA en VVD zijn dan helemaal afhankelijk van een derde partij en dat leidt tot een instabiele regering.'
Hoe verklaart u zelf de dolle maanden in de Nederlandse politiek?
'Ik ben er nog niet uit. Mijn voormalige adviseur Arno Visser sprak kort na de verkiezingen van springtij in de politiek, dat vond ik treffend uitgedrukt. Het was een fatale combinatie van factoren. Een van de oorzaken was dat elke coalitie na een jaar of acht op is, ook Paars. 11 september creëerde verder een gevoel van onrust in de samenleving. En de positie van de gevestigde politieke partijen is in de loop van de decennia natuurlijk verzwakt. Iedereen zegt dat de politiek sinds Fortuyn weer leeft, maar heeft u bij de laatste verkiezingen ook maar één huis gezien met een verkiezingsaffiche voor het raam?
Er was, al met al, ruimte voor nieuwe politici en nieuwe bewegingen. Maar toch kan ik niet goed verklaren dat er zo'n enorme hype rond Fortuyn ontstond. Daarin zat ik, net als alle anderen, gevangen.'
Het blijft verbijsterend dat u en andere politici zich nauwelijks raad met hem wisten.
'Met alle respect hoor... gold dat niet ook voor u, voor Vrij Nederland en de hele pers? Ik heb in die tijd veel journalisten hun kritische zin zien verliezen. Fortuyn zei zeer verregaande dingen. Dat hij geen programma had. Dat het niemand aanging hoe hij zijn campagne financierde. Als ik dat had gezegd, zou de pers gehakt van me hebben gemaakt. Voor Fortuyn golden de oude spelregels opeens niet meer. Dat wijst op fundamentele veranderingen in de samenleving. Er was meer aan de hand dan dat VVD of PvdA slecht campagne voerde.'
Enig idee wat?
'De beeldcultuur, denk ik – al wat langer trouwens. De impact van televisie is enorm geworden.'
Televisie bestaat toch al een halve eeuw?
'Ja, maar andere instituties zijn verzwakt. De kerk heeft niet veel invloed meer. Het gezin functioneert als een veel losser verband. Televisie neemt de rol van die instituties deels over. Ze is nu echt overal aanwezig, tot in de kleinste Afrikaanse dorpen. Dat heeft een gigantische betekenis voor onze cultuur, vergelijkbaar met de industriële revolutie. Ook televisiemakers zouden zich daarom moeten afvragen: wat doen al die beelden met ons? Ik vind dat Boudewijn Büch terecht zeer kritisch is geweest over de manier waarop na de moord op Fortuyn werd gerouwd. Blijkbaar zijn we niet meer in staat persoonlijk leed zelf te verwerken. Als er iets vreselijks gebeurt, komt er meteen een stille tocht en een uitzending op televisie. Daar kijken nog veel mensen naar ook. Over dat soort dingen zou veel kritischer moeten worden nagedacht. En dus ook over wat die beeldcultuur voor de politiek betekent.'
U keert zich eigenlijk tegen de commercialisering van de televisie. De VVD was daar toch altijd voor?
'Ik heb het niet alleen over de commerciële omroepen. Was het maar waar! De publieken werken net zo hard mee aan het creëren van hypes. Als liberaal ben ik voor vrijheid. Maar bij die vrijheid hoort ook verantwoordelijkheid. En die nemen de media niet. Iedereen weet dat het in een democratie gaat om het organiseren van macht en tegenmacht. Maar de media vormen een macht op zichzelf, niemand controleert ze. Alleen de kijker kan corrigerend optreden: protesteren of het toestel uitzetten. Maar dat gebeurt niet. Zo groot is de macht van het beeld.'
In de relatie tussen politiek, media en samenleving zijn er geen checks and balances. Een ontwikkeling die de democratie bedreigt, denkt Dijkstal: 'Weet u waardoor ik weleens badend in het angstzweet wakker word? Door de vraag wat we moeten doen met iemand die de macht van het beeld gebruikt om te manipuleren. Neem Berlusconi. Die controleert zelfs de manier waarop de rechtszaken tegen hem op televisie worden gebracht.'
Is zulke manipulatie een reëel gevaar in Nederland?
'Er is bij de opkomst van Fortuyn van alles gesuggereerd. Zijn band met Harry Mens, verhalen over het kopen van zendtijd. De waarheid is nooit boven tafel gekomen, maar het leek een stapje in de richting van hoe het in Italië gaat.'
Overdrijft u niet over de impact van televisie? De campagne in januari was weer heel inhoudelijk.
'Wellicht. Maar zouden al die mensen die eerst Marijnissen wilden stemmen en daarna Bos, van mening veranderd zijn vanwege de argumenten die ze hoorden? Of doordat rond Wouter Bos een hype ontstond?'
Een lijsttrekker is geen willoos slachtoffer. Bijna een jaar voor de verkiezingen kondigde u aan vaker nee te zullen zeggen tegen de omroepen. Vervolgens zei u altijd ja.
'Ik heb heel vaak nee gezegd. Alleen merkten kijkers daar niets van. Ik ben nooit naar Barend & Van Dorp gegaan. In dat programma zijn het debat en de boodschap te veel ondergeschikt aan het amusement.'
U verscheen wel bij een als clown verklede Paul de Leeuw. Waarna u in een knalroze pullover saxofoon speelde.
'Ik had vooraf goede ervaringen met Paul de Leeuw. Ik wil in principe ook best in een showprogramma optreden, zolang ik mijn boodschap maar voor het voetlicht kan krijgen. Dat kon daar ook wel. Maar tijdens de uitzending kreeg ik door dat de hele setting niet bij me paste.
Ik geef overigens toe dat nee zeggen soms erg moeilijk is. Als het aan mij had gelegen, was ik niet naar het verkiezingsdebat van 2Vandaag op de Rotterdamse Erasmus Universiteit gegaan. Debatteren met meer dan drie lijsttrekkers is namelijk zinloos, geen enkel onderwerp kan goed besproken worden. Maar de druk vanuit de partij om mee te doen was groot. Bovendien word je in dat soort gevallen vaak gechanteerd.'
Gechanteerd?
'De redactie dreigde dat ze een lege stoel neer zou zetten en zeggen dat ik niet durfde te komen.'
Als elke politieke boodschap in soundbites moet worden vervat, ligt volgens Dijkstal constant het gevaar van populisme op de loer. Een mooi voorbeeld van de dominantie van het beeld vindt hij de discussie over de bolletjesslikkers. 'Dat was typisch een zaak waarin je alles moet afwegen. Het gaat maar om een fractie van de invoer. Je kunt je energie dus beter richten op de invoer via de Rotterdamse haven – daar komt zevenennegentig procent van de cocaïne binnen. Maar na een uitzending van het RTL4-journaal ontstaat een hype. Politici buitelen over elkaar heen met harde uitspraken. Tot slot moeten er in allerijl noodmaatregelen genomen worden, waarvan we eigenlijk weten dat het nauwelijks werkt.'
Uw eigen partij was toch voor een noodwet om de bolletjesslikkers aan te pakken?
'Op een gegeven moment konden we niet anders meer. Dat is juist het verontrustende. Ik ben bang dat de politiek nog opportunistischer zal worden en dat er veel verworvenheden van onze rechtsstaat verloren gaan. Ik heb het afgelopen jaar veel dingen gehoord, waarvan ik gehoopt had dat ze in de politiek niet meer gezegd zouden worden. Het ter discussie stellen van artikel 1 van de grondwet en de herinvoering van de doodstraf, en die hele discussie over twee mensen op een cel.'
Dat laatste is al heel lang een VVD-standpunt.
'Maar ik heb het nooit gezegd. Ik heb voor mezelf een aantal maatstaven waaraan ik nooit zal tornen, zoals de bescherming van de rechten van verdachten. Bij de discussie over meer mensen op een cel moet je ook eerlijk zijn over wat kan. Onze bewakers zijn niet het type kleerkast. Ze worden penitentiair inrichtingswerker genoemd, dat zegt wel genoeg. De gevangenissen zijn ook niet ingericht op het plaatsen van meer gevangenen op een cel. Politici denken dat ze het vertrouwen van kiezers winnen door hen naar de mond te praten. Dat is echt een groot misverstand. Ze moeten juist tegen de stroom in durven gaan. Prins Bernhard die het voor die twee Amsterdamse Albert Heijn-medewerkers opnam die een overvaller mishandelden, dat had nooit geaccepteerd mogen worden. Een lid van het koningshuis moet over zulke dingen zwijgen, zeker als de zaak nog onder de rechter is.'
Vond u het optreden van Balkenende in die kwestie slap?
'Niet alleen dat van Balkenende. Ik heb er niemand tegen in horen gaan. Gerrit Zalm ook niet.'
Na de moord op Fortuyn ging u wel tegen de stroom in. U nam het op voor de belaagde politici van PvdA en GroenLinks. Was u erg teleurgesteld dat niemand uw voorbeeld volgde?
'Zeer teleurgesteld. Zeer. Bas Eenhoorn heeft namens de VVD als partijvoorzitter nog contact gezocht met andere partijen, om met een gezamenlijke verklaring te komen. Het CDA voelde daar niets voor. Ik ga er maar van uit dat ze zuivere motieven hadden en niet konden overzien wat er in het land allemaal aan de hand was.'
Hoe moeilijk het voor politici is om tegen de stroom in te gaan, blijkt volgens Dijkstal in het debat over de oorlog in Irak. 'Ook daar zie je hoe het beeld alles bepaalt. Ik herinner me de televisiebeelden bij de eerste Golfoorlog nog goed: van die kleine flitsjes op een groen scherm, en dan hoorde je dat het misschien een scudraket was die richting Tel Aviv ging. Het was mooi dat we alles live op televisie zagen, maar het leidde ook tot een zekere zucht naar sensatie. Helaas is het niet zo dat iedereen zich daarvan rot is geschrokken. Toen ik in Florida naar de nieuwsuitzendingen over de crisis in Irak kreeg, sloeg de angst me om het hart. Het werd gepresenteerd als een soort entertainment.'
U bent tegen een aanval op Irak?
'Die vraag kan ik niet beantwoorden. Ik ken de feiten niet op grond waarvan je weloverwogen een oordeel kunt vellen. Ik vind dat de Nederlandse bewindslieden mee worden gesleurd in een proces waarin ze geen nee meer kunnen zeggen tegen Bush. Als dat het geval is, komt er een moment dat je moet zeggen: we steunen jullie niet.
Uiteindelijk gaat het erom dat je vertrouwen hebt in de Bushes, Blairs, Balkenendes en Bossen van deze wereld. Die moeten de juiste beslissing nemen. De manier waarop ze dat vertrouwen proberen te winnen, is niet overtuigend, terwijl ik zelf toch ook denk dat Hoessein een zeer gevaarlijk man is. Ik zag Powell op televisie een soort Powerpoint-presentatie geven, zoals NRC-correspondent Marc Chavannes het noemde. Het was allemaal weinig geloofwaardig. Dat geldt voor het hele optreden van de Verenigde Staten. Eerst zouden ze met bewijzen komen dat er in Irak massavernietigingswapens waren. Dat konden ze niet. Nu gaat het er alleen nog maar over of Saddam Hoessein meewerkt aan de wapeninspecties. Ik heb het gevoel dat Bush, Blair en Balkenende het beeld manipuleren. Dat werkt averechts. De steun voor optreden in Irak is de afgelopen maanden afgenomen.'
Wat zouden ze dan moeten doen?
'Tijdens de Kosovo-oorlog was het vertrouwen veel groter. Die actie was natuurlijk minder omstreden. Maar een ander verschil was dat Wim Kok rustig bleef en veel informeel contact had met de fractievoorzitters in de Tweede Kamer, ook die van de oppositie. Als Nederland straks echt meedoet, is het belangrijk dat er brede steun voor is, op zijn minst in het parlement. Het zijn wel onze mensen die worden ingezet. Ik vind het dan ook ronduit slecht dat Balkenende en Bos elkaar elke dag op de televisie toespreken over de vraag wat Nederland wel en niet zou moeten doen. Vooral Balkenende moet er als premier voor zorgen dat hij het eens wordt met de verschillende grote partijen. Dat doe je dus niet door bij elke gelegenheid voor de camera's de ander een beetje de maat te nemen. Ik vraag me af of de premier zich realiseert dat hij een beeld van de politiek schept waardoor veel kijkers hun vertrouwen verliezen.'
Door Michiel Zonneveld
Hans Dijkstal: 'Ik ben trots op Paars'
(interview 2002)
De partijbaronnen moeten niet in paniek raken. VVD-voorzitter Eenhoorn mag geen bedrijfsongevallen meer veroorzaken. De media doen aan spelverruwing. De burgers gedragen zich als verwende diva's. Hans Dijkstal mept eindelijk terug. Maar niet in Jip en Janneke-taal: 'Ik ben tegen de infantilisering van de politiek.'
Hans Dijkstal: 'Het ene moment word je afgeschilderd als een vrolijke Frans die alleen maar saxofoon kan spelen. De volgende dag luidt het verwijt dat je de nadruk te veel op de inhoud legt. Dat wordt dan saai genoemd. Het is uitsluitend een kwestie van beeldvorming.'
Uw partijgenoten vinden dat u harder van zich af moet meppen, het VVD-programma luid en duidelijk moet uitventen.
'O, dat kan ik wel. Zal ik het eens voordoen?' Met zijn handen vormt hij een soort scheepstoeter: 'De criminaliteit in Nederland is onaanvaardbaar hoog! De lasten voor de burger moeten omlaag! Het asielbeleid wordt niet consequent genoeg doorgevoerd! Maar als ik mezelf dat hoor zeggen, denk ik wel: het gaat in de politiek niet alleen om hard schreeuwen, het gaat er vooral om zulke verlangens in de praktijk te realiseren. Dat is iets minder eenvoudig.'
Uw voorganger Bolkestein maakte een nummer van de asielzoekers, u laat dat aan uw fractiegenoot Henk Kamp over.
'Alles wat Kamp zegt, is met mij doorgesproken. We zien elkaar elke dag. Dus dat is een misverstand.'
U vindt het niet aangenaam campagne over de ruggen van de migranten te voeren.
'Dat klopt. Ik houd er niet van menselijk leed te exploiteren. Kijk, tegen economische vluchtelingen zijn we allemaal. In Nederland wonen steenrijke Somaliërs die tienduizend dollar voor de overtocht hebben betaald en nu een troosteloos bestaan in een asielzoekerscentrum leiden. Die mogen van mij terug. Maar politieke ballingen moeten op ons kunnen rekenen. Ik heb geen zin te zeggen: er mag niemand meer bij.'
Een deel van de VVD wil dat wel horen. Want Pim Fortuyn scoort ermee.
'Ik vertik het om daaraan tegemoet te komen. Ik steun de standpunten van Henk Kamp, maar verder ga ik niet.'
Bolkestein vindt dat u de rechterflank niet genoeg afdekt.
'Daar heeft hij wel een beetje gelijk in. Maar ik zit met een klassiek marketingprobleem. Je probeert als partij de niche in de markt op te zoeken. Elk verkiezingsonderzoek wijst uit dat de VVD veel stemmen kan winnen onder vrouwen, jongeren, allochtonen. Als we ons te rechts profileren, raken we die kwijt. Nu dreigen we de rechtervleugel te verliezen. Dat wil ik ook niet. Maar ik stel wel de vraag: welke prijs wil je betalen om potentiële stemmers op Pim Fortuyn voor de VVD te behouden?'
- 'Ik ben niet de politiek ingegaan om alleen maar leuk en gek te doen'
We hebben partijgenoten van u gesproken die zeiden: kan Dijkstal zijn eigen tegenslagen in het leven niet wat meer uitspelen? Tranentrekkers doen het in het huidige klimaat goed.
'O nee, daar komt niets van in. Iedereen krijgt in zijn leven een portie verdriet te verwerken. Maar het is smakeloos om daar als politicus iets mee te doen. Ik heb me groen en geel geërgerd aan de passages in het boek van Fortuyn die over zijn ongelukkige jeugd en zijn vader en moeder gaan. Ik verdedig het verkiezingsprogramma van de VVD.'
Partijvoorzitter Eenhoorn vindt dat u zich in Jip en Janneke-taal moet leren uitdrukken: hapklare brokken voor de gewone mensen in het land.
'Ik beschouw die opmerking van Eenhoorn als een bedrijfsongeval. Die heeft tot de nodige gêne in onze kring geleid. Als hij bedoelt: je moet helder communiceren, ben ik het ermee eens. Maar dat is nog geen pleidooi voor Jip en Janneke-taal. Ik ben tegen de infantilisering van de politiek.'
De partijbaronnen zijn in paniek over de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen. Wat raadt u hen aan?
'Als ik hen een advies mag geven, is het om niet in paniek te raken. Ik begrijp hun ergernis wel: ze staan voor een goede zaak en die dreigt nu verloren te gaan. Dat roept emoties op. Maar in paniek raken helpt niet. Ik zal de komende weken alles doen om de gemoederen tot bedaren te brengen.'
We spreken de fractievoorzitter van de VVD op de ochtend na het 'herkansingsdebat' van 2Vandaag en de Rotterdamse Erasmus Universiteit. De krantencommentaren zijn ook dit keer niet mals: 'Alleen Dijkstal doodstil in debat' (De Telegraaf), 'Dijkstal ontbreekt minutenlang in de discussie' (Trouw), 'Warrige Dijkstal verliezer' (Algemeen Dagblad), 'Dijkstal mist circustalent' (Het Parool), 'Dijkstal had meer van een toneelspeler, die in het verkeerde stuk op de Bühne was gestapt en daar pas gaandeweg achter kwam' (NRC Handelsblad). Onheilspellende kritieken voor een politicus die nog maar kort geleden behalve als een 'bruggenbouwer' en een 'teambuilder' ook als een groot redenaar bekendstond. Waarom loopt het tegenwoordig steeds mis?
Dijkstal: 'Bij het lijsttrekkersdebat in Amersfoort op 6 maart was ik uit mijn humeur. We hadden bij de verkiezingen zetels verloren en toen ik om kwart voor twaalf 's avonds bij de televisie aankwam, waren Melkert en Fortuyn er nog niet. Dus zou het nachtwerk worden. Toen Melkert en Fortuyn arriveerden, kregen ze meteen ruzie. De sfeer was eruit. Ik heb het die avond niet goed gedaan. Iedereen deed het slecht. Inclusief Witteman die het debat leidde.
In Rotterdam moesten met zes man achter de tafel de sociaal-economische politiek, het WAO-probleem, het immigratiebeleid en de legalisering van softdrugs worden doorgeëxerceerd. Elke lijsttrekker kreeg maar een paar minuten de tijd om op die onderwerpen in te gaan. Daardoor ontstond een ware kakofonie. Alle pogingen om inhoudelijk iets te debiteren, gingen roemloos ten onder. Ik was daar uiterst ongelukkig mee. Er zitten daar wel mensen die geacht worden het land te besturen en daar zinnige mededelingen over willen doen. Dit debat straalde dat niet uit. Het bleef bij geschreeuw. Ik kan dan mijn draai niet vinden. Ik ben niet de politiek ingegaan om alleen maar leuk en gek te doen.'
Dus voortaan niet meer meedoen aan zulke rommelige debatten als in Rotterdam?
'Daar hebben we het intern over gehad. Ik denk dat ik beter tot mijn recht kom in een discussie waar je de tijd krijgt om uit te leggen wat je vindt, dan in een setting met vijf andere mannen die elkaar om de haverklap in de rede vallen. Ik wil geen onderdeel worden van het gekrakeel.'
Dus?
'Ik vind dat er tot 15 mei niet te veel lijsttrekkersdebatten moeten worden gehouden. Er moeten voortaan duidelijke afspraken over de spelregels worden gemaakt. En het moet om de inhoud gaan. Dan wil ik er nog wel aan meedoen. Het is moeilijk weg te blijven, want dan wordt dát je weer ingewreven. Dan word je daarmee gechanteerd.'
Hoezo?
'2Vandaag wist dat ik eigenlijk niet kon omdat ik een spreekbeurt in Luxemburg had. Toen is gezegd: dan doen we het met vijf lijsttrekkers en zetten we uit protest tegen het wegblijven van Dijkstal een lege stoel neer. Dat wil je dan ook weer niet, dus ben ik toch maar gegaan. Maar zulke methoden zitten me niet lekker.'
De media maken zich aan spelverruwing schuldig, vindt de VVD-leider. Er bestaat nog alleen interesse voor oneliners en soundbites. Als je een ingewikkeld onderwerp als het uit de hand lopen van de WAO in meer dan twee woorden wilt uitleggen, begint de presentator al ongeduldig op zijn horloge te kijken. Zo worden alle nuances ondergesneeuwd. Welke boodschap had hij willen uitdragen als hem daarvoor de tijd was gegund?
Dijkstal: 'Mijn boodschap is dat Paars goed voor Nederland is geweest. Het was een wonderlijk huwelijk tussen partners – de PvdA en de VVD – die altijd elkaars tegenpolen waren. De coalitie was zo breed dat de politiek daardoor aan spanning heeft ingeboet. Dat is ook de schuld van de oppositie, die heeft ook niet voor erg veel spanning gezorgd. Maar het financieringstekort en de werkloosheid zijn teruggedrongen, dit kabinet heeft een prachtige staat van dienst. Ik ben trots op Paars, ja. Maar er hangt nu een sfeer van: we hebben in Den Haag te weinig spektakel gezien, Fortuyn zorgt wel voor spektakel, dus laten we zijn toneelvoorstelling maar eens binnenlopen. Voor andere geluiden wordt geen belangstelling opgebracht. Zo wordt het kind met het badwater weggegooid.'
In de politiek draait het steeds meer om beeldvorming, signaleert hij: 'Het gaat niet om de inhoud maar om de emoties die je toont. Dat gebeurt niet alleen bij de televisie. Je ziet het ook aan de foto's die de kranten tegenwoordig plaatsen. Fortuyn salueert en roept at your service en dat haalt dan alle voorpagina's. Het publiek heeft behoefte aan een steeds snellere opeenvolging van evenementen. In februari zaten we met z'n zestien miljoen mee te huilen met Máxima omdat de tango werd gespeeld. Dat had iets aandoenlijks. Maar twee maanden later zijn we alweer op zoek naar andere vormen van afleiding en vertier. Ik ben zo gebakken dat ik denk: het waait wel over, laten we rustig wachten tot het theater-Fortuyn is voorbijgetrokken. Maar als lijsttrekker kan ik me niet veroorloven zo te denken. Over zeven weken zijn de verkiezingen. De tijd dringt.'
Dijkstal – hij begint nu iets van een cultuurfilosoof te krijgen – maakt ook bezwaren tegen andere aspecten van de mediamaatschappij: 'Het beeld is bezig het geschreven en gesproken woord te vervangen en dat leidt tot uitwassen. Ik doe niet moralistisch over de overkill aan seks en geweld op de tv, maar ik vind wel dat de privacy van mensen langzamerhand wordt aangetast. Ik heb een hekel aan al die lief-en-leedprogramma's die een kankerpatiënt op zijn ziekbed laten zien. Inclusief de tranen in zijn ogen. Het zal wel mooie televisie opleveren maar het doet afbreuk aan de menselijke waardigheid. We moeten daarmee uitkijken.'
Even terug naar de politiek: Paars was goed voor Nederland, zegt u, maar het valt toch niet te ontkennen dat het kabinet veel steken heeft laten vallen?
'Onder de burgers leeft terecht bezorgdheid over de criminaliteit, het immigratiebeleid en de wachtlijsten in de zorg. We zijn een welvarende natie en toch worden die problemen niet opgelost. Dat zit me dwars. Paars krijgt nu het verwijt dat het te regentesk heeft gefunctioneerd. Dat zou waar kunnen zijn. Hoewel je verschil moet maken tussen het eerste en het tweede kabinet-Kok. Paars 1 ging het voor de wind. Er bestond een sfeer van euforie rond dat kabinet. Het economisch tij zat mee. Paars 2 heeft het lastiger gehad. De ministers zijn veel met elkaar in de weer geweest. Daardoor is het tweede kabinet-Kok in zichzelf gekeerd geraakt. Ik wuif de problemen niet weg. Maar het is een illusie dat Fortuyn de oplossing daarvoor op zak heeft.'
Waarom zet u zich niet feller tegen hem af?
'Omdat je hem dan nog groter maakt dan hij al is. Fortuyn heeft een nieuwe partij opgericht, daar moet in Nederland ook ruimte voor bestaan. Je moet niet de indruk gaan wekken dat dat onoorbaar is. Maar ik zet me af tegen de boodschap die hij verkondigt.'
U zou hem ook kunnen omarmen – zoals Balkenende doet.
'Verkiezingscampagnes zijn er niet om andere partijen te omarmen. Je voert campagne om je eigen standpunten naar voren te brengen. In mijn geval zijn dat de standpunten van de VVD.'
U zou een kwinkslag over hem kunnen maken. Daar bent u goed in.
'Dan word ik zelf toch onderdeel van een theaterspektakel waar ik niets mee te maken wil hebben. Dat wil en doe ik niet.'
Wiegel vindt dat de VVD met Fortuyn moet gaan regeren. Ziet u zichzelf dat doen?
'Ik sluit niemand van regeringsdeelname uit. Maar inhoudelijk zie ik het niet zitten. Fortuyn merkt in zijn boek terecht op dat er in Nederland veel aan de uitvoering van besluiten schort. Uitgeprocedeerde asielzoekers dienen het land te worden uitgezet en toch gebeurt dat niet. Zulke voorbeelden bestaan ook op andere terreinen. Daar heeft hij een punt. Maar ik geloof niet dat met hem een deugdelijk financieel beleid valt te voeren en daar til ik zwaar aan. Een gezond financieel-economisch beleid is het handelsmerk van de VVD.'
De Rotterdamse PvdA maakte hem voor een racist uit.
'Die term zal ik niet snel in de mond nemen. Maar hij laat zich wel uiterst tendentieus en denigrerend uit over vrouwen, gereformeerden, allochtonen. De islam als godsdienstig systeem vertoont trekjes die niet in overeenstemming zijn met de liberale waarden die wij als VVD koesteren. Die analyse onderschrijf ik. Maar Fortuyn brengt geen greintje respect op voor individuele moslims. Zoals hij ook de mensen die dit land besturen respectloos bejegent. In zijn boek noemt hij Ivo Opstelten "burgemeester Dikkerdak van Rotterdam" en Frits Korthals Altes "een arrogante VVD-regent". Over de bestuurders van dit land zegt hij: zé hebben er niets van gebakken, zé vormen een kleffe hap. Ik vind dat hij daarmee alle fatsoensgrenzen overschrijdt. Je kunt de samenleving alleen bij elkaar houden als je een minimum aan fatsoen en respect voor elkaar opbrengt. Fortuyn doet dat niet.'
Hij zegt waar het op staat, vindt de vox populi.
'Het probleem is: we leven in een coalitieland. Je moet compromissen sluiten en die zijn niet altijd makkelijk uit te leggen. Fortuyn zegt dan gewoon: ik ben tegen die compromiscultuur. Terwijl die toch waardevol is. Kijk, we zijn in de Tweede Kamer in de eerste plaats met wetgeving bezig. Ik begrijp best dat de mensen in het land niet meteen warm lopen voor discussies over artikel 34 bis 3 tweede alinea. Maar die wetten raken de burgers wel in hun belangen. Dus moet je daar zorgvuldig mee omgaan. Ook als dat saai wordt gevonden.'
Wanneer bent u echt kwaad op hem geweest?
'Toen hij artikel 1 van de grondwet ter discussie stelde. Je mag zeggen dat je de islam niets vindt maar niet dat artikel 1 van de grondwet weg moet. Dan bewijs je dat je over geen enkel historisch besef beschikt. Artikel 1 is ontstaan als reactie op het nazisme, de apartheid, de discriminatie van vrouwen en homoseksuelen. Het is de vlag op onze beschaving. Die vlag mag niet naar beneden worden gehaald. Ik wil geen verkeerde vergelijkingen trekken maar het valt op dat overal in Europa populistische bewegingen zijn ontstaan die op de Lijst Fortuyn lijken: de partij van Berlusconi in Italië, die van Haider in Oostenrijk. Ze ontstaan niet uit armoede – zoals vroeger gebeurde. Ze zijn eerder een vrucht van de welvaart. Ze komen voort uit een egoïstisch gevoel. Dat geeft te denken.'
Raar dat het hele politieke establishment niet doorhad dat er een reservoir van onbehagen aan het ontstaan was.
'Alle peilingen gaven tot het najaar van 2001 aan dat het vertrouwen in het paarse kabinet groot was. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau voelde de Nederlander zich gelukkig. Dus zijn we allemaal door de ontwikkeling overvallen. Nog maar kort geleden had iedereen het over: wordt de VVD de grootste partij? Komt er een liberale premier in dit land?
Het is heel snel veranderd. De aanslagen van 11 september vonden plaats, er kwam een man langs die at your service riep en van de ene op de andere dag moesten we een andere wedstrijd spelen. Opeens wordt geroepen dat de overheid alles fout doet en loopt men achter een man aan die de taal van de kroeg spreekt. Maar ik wil het ook weleens hebben over wat de burgers fout doen. Sommigen van hen gedragen zich als verwende diva's: ze vinden dat de overheid zich niet met hen mag bemoeien maar geven de overheid wel de schuld van alles wat fout gaat. De houding van de kiezers doet me denken aan een wintersporttoerist die gaat skiën in verboden gebied, in een lawine verzeild raakt en dan ook nog kwaad wordt dat de reddingshelikopter te laat komt. We hebben mede dankzij het paarse kabinet een grote mate van welvaart. Sommige gezinnen zijn nu al aan hun derde auto toe. Maar kennelijk maakt materiële welvaart mensen niet gelukkig maar ongelukkig. Tegelijk zie je een toenemende onachtzaamheid tegenover de zwakken in de samenleving. Dak- en thuislozen zwerven door de stad en niemand die er om lijkt te malen. Er wordt te weinig bij de immateriële problemen van de samenleving stilgestaan.'
Spreekt u nu uw eigen aanhangers toe?
'Gedeeltelijk wel, ja. Ook veel VVD'ers realiseren zich dat probleem niet. Ik begrijp het wel: als je zelf geen dak- en thuislozen kent, denk je dat ze niet bestaan of dat jij daar niets mee te maken hebt. Op partijvergaderingen worden eerder vragen gesteld over de benzineprijs en de wegenbelasting dan over de zwervers in de stad. Terwijl een beschaafd land zich ook dáár verantwoordelijk voor moet voelen.'
Paars heeft dat egoïsme van de burgers zelf aangemoedigd. Het had als moraal: u hoeft zich er niet voor te schamen dat u aan uw eigen belangen denkt.
'Ik spreek tegen dat dat de bedoeling van de sociaal-liberale coalitie is geweest. Maar misschien heeft het zo uitgepakt.'
De coalitie had niet door wat zich onder de bevolking afspeelde.
'Ik erken voluit dat we ons in slaap hebben laten sussen door de gunstige peilingen die binnenkwamen. En door de oppositie die geen weerwerk leverde. Het is makkelijk praten achteraf. Partijgenoten die me nu verwijten dat ik de rechtervleugel niet genoeg heb afgedekt, zeiden me in september nog: je bent op de goede weg. Toen heb ik die kritiek niet gehoord. Ook niet van Frits Bolkestein. De sfeer was toen nog: de meerderheid van Nederland staat achter dit kabinet.'
Bent u op dit moment nog wel de juiste man op de juiste plaats?
'Daar moet de geschiedenis maar een oordeel over vellen.'
U bent te veel verknocht aan dit kabinet, zeggen ze nu in de partij.
'Ik ben niet getrouwd met Paars. Na de verkiezingen liggen de politieke verhoudingen open. Ik vind het goed voor het land dat deze coalitie er is geweest maar na 15 mei moeten we verder zien.'
U moet tijdens de campagne harder van u afslaan, vinden de regionale VVD-voorzitters.
'Ik kan mezelf niet veranderen. Ik zal het land intrekken, positie betrekken, met volle kracht het VVD-programma verdedigen. Ik heb me voorgenomen dat ik Nederland niet in diskrediet laat brengen. Als nu over de puinhopen van het kabinet-Kok wordt gesproken, raakt me dat emotioneel. Ik ga me verzetten tegen de karikatuur die van onze bestuurders wordt gemaakt. Het zijn mensen die fouten maken maar ze zijn voor het merendeel wel hoogst integer. Nu worden ze als boeven afgeschilderd. Dat pik ik niet. En ik zal campagne voeren voor het onderlinge respect voor elkaar. Dat klinkt hoogdravend maar het is hard nodig. De een is in politiek geïnteresseerd, de ander is in zaken gegaan, de derde zit bij Greenpeace. Maar we zijn allemaal Nederlanders en we verdienen allemaal evenveel respect. Dat is de koers waar ik voor sta. Als de mediahype rond Pim Fortuyn niet stopt, kan niemand een goede uitslag garanderen. Ik ben geen anti-hypemaker. Maar ik ga er nog steeds van uit dat we de verkiezingen wél kunnen winnen.'
Ondertussen wordt er druk aan uw stoelpoten gezaagd.
'Het is logisch dat in een partij discussie over het leiderschap ontstaat als de spanningen oplopen. Ik word daar niet depressief van. Je weet dat in zo'n situatie de struikrovers op je loeren. Maar ik houd ze goed in de gaten.'
Struikrover Wiegel, struikrover Bolkestein, struikrover Eenhoorn.
'Nee, hoor. Bolkestein en ik zijn het af en toe oneens maar hij is een uiterst fatsoenlijk man. Wiegel is zo doorzichtig dat je hem moeilijk een struikrover kunt noemen. Op andere namen ga ik niet in.'
Als de VVD zoveel verliest als de peilingen nu voorspellen, moet de partij dan de oppositie in?
'Dan moeten we dat signaal serieus nemen. Dan wordt de kans zeer klein dat we aan de coalitievorming deelnemen.'
Het is 16 mei, u heeft de verkiezingen verloren, een groot deel van de fractie wil van u af.
'Dat zien we dan wel weer. Misschien moet ik dan ander werk zoeken. Als er kapers op de kust zijn en de fractie zegt: we gaan liever met een ander dan jou in zee, alla. Ik zal dan niet krampachtig vasthouden aan mijn stoel.' Dan – om te demonstreren dat hij de kunst van het politiek bedrijven in dit emotietijdperk wel degelijk beheerst: 'En ik ga dat niet eerst bespreken met mijn vrouw, familie en kinderen.'
Door Max van Weezel / Michiel Zonneveld / 10 mei 2010 / (0)
maart/april
21 april verscheen in Vrij Nederland recensie over boek Job Cohen, burgemeester van Nederland van auteurs Logtenberg/Wiegman.
Aan de slag voor blad Newton. Artikel over eco-architectuur. Doe verder met Joke Hermes (lector INHolland) onderzoek naar mogelijke nieuwe onderwijskwesties (in opdracht ministerie van onderwijs, een vrije opdracht, dat wel)
26-2-2010 Vrij Nederland: essay over lijsttrekkersboek. Het einde van een genre?
Website Atheneum: "In de Republiek der Letteren verklaart Michiel Zonneveld, aan de hand van Lodewijk Asschers boek, het genre van het campagneboek failliet ('... geen letter over [...] de Noord-Zuidlijn. Wat is dat nou voor verantwoording?'), "
Dezelfde week verscheen artikel: Om de kwalitet - of telt het resultaat. Betekenissen van politieleiderschap voor politieleiders. Samen met Kees Buijnink, Martijn van der Meulen en Mirko Noordergaaf in Cahier Politiestudies.
8-1-2010
Hoera, deze week rolt Bridging The Gap van de pers, een door mij geschreven boekje n.a.v een internationale politieconferentie die vorig jaar werd gehouden. Later meer.....
En ook George Magazine is januari 2010 verschenen, met twee verhalen van mij: een met Jan Marijnissen en ander met Rob Oudkerk.
Ik was op 30 december en 1 januari te zien in De Smaakmakers.
Zender Het Gesprek.
20.30 uur. Nu terug te zien op internet. www.hetgesprek.nl
17 december 2009 verscheen:

Met Ferdinand Mertens en Theo Jochoms. Een boek voor de Politieacademie

De loopbaan van
Bettine Vriesekoop: 'Ik had gewoon tafeltenniscoach moeten worden'
Auteur: Michiel Zonneveld |
Intermediair 20-10-2009 |
Journalist en schijfster Bettine Vriesekoop was tot voor kort correspondent voor NRC Handelsblad in China. De oud-toptafeltennisster werkt aan een boek over haar ervaringen in dat land. De werktitel is: Duizend dagen in China.
(Fotografie Natalia Toret)
Wie: Bettine Vriesekoop
Geboren: 13 augustus 1961
Opleiding: havo, vwo, MO Engels, Sinologie (twee jaar afgemaakt), Propedeuse Academie voor Natuurgeneeskunde
Loopbaan: Onder andere twee maal Europees Kampioen (1982 en 1992), twee maal winnaar top-12 toernooi (1982 en 1985), twee maal sportvrouw van het jaar (1981 en 1985) en tussen 1977 en 2002 (een comeback op veertigjarige leeftijd) vijftien keer Nederlands kampioen. Publiceerde drie boeken: Heimwee naar Peking (1994), Bij de Chinees (2006), en Het Jaar van de Rat (2008).
Wat heeft u 10.000 uur geoefend?
‘Tafeltennis natuurlijk. Ik trainde ongeveer 25 uur per week. Dus reken maar uit: dat is meer dan 100 uur per maand. Per jaar is dat 1.200 uur. Mijn loopbaan duurde bij elkaar 25 jaar. Dat is 30.000 uur. Ik oefende vooral op mijn backhandspin. De backhand was mijn sterke kant. Ik had er natuurlijk ook voor kunnen kiezen meer op mijn forehand te oefenen, want die was minder gevaarlijk. Maar het behoort tot mijn instelling in het leven uit te gaan van je sterke kant. Als je alles een beetje kunt, ben je middelmaat.
‘Met schrijven heb ik lang niet zoveel geoefend. Ik denk dat ik zelfs de 10.000 uur niet haal. Er zijn helaas niet zoveel overeenkomsten tussen het tafeltennis en mijn huidige werk. Hoewel, bij een wedstrijd had ik altijd een soort scenario in mijn hoofd. Dan bedacht ik wat ik moest doen om te kunnen winnen. Als het goed gaat, valt alles op zijn plek. Met schrijven doe je dat op een bepaalde manier ook. Dan denk je: hoe krijg ik dat nu in godsnaam op papier? Het is daarom ook een kwestie van zoeken en zoeken naar de manier waarop alles op z'n plek valt.'
Wat is uw sterke punt in uw huidige werk?
‘Ik denk dat ik het best ben in het beschrijvende. Verder vind ik het leuk om het menselijk gevoel over te brengen. Daarom doe ik graag interviews zodat je de mensen achter de onderwerpen kunt laten zien. Dat vonden de mensen ook het leukste aan mijn verhalen. Het maken van grote analyses is niet mijn sterke punt. Soms heb ik die wel geschreven hoor. Daar komt in China nog bij dat als er bijvoorbeeld een besluit wordt genomen, vaak heel moeilijk te achterhalen valt wat er achter de schermen echt wordt besloten, of echt gebeurt.'
Zou u iets kunnen doen waarvoor u geen talent heeft?
‘Nee. Ik moet in elk geval een beetje talent voor iets hebben. En het leuk vinden natuurlijk.'
Is er in uw loopbaan wel eens iets heel erg misgelopen?
‘Ik ben een keer door BNN gevraagd de Paralympics te verslaan. Dat was echt een miskleun. Het was al niet zo'n goed idee om bij je televisiedebuut meteen live te gaan presenteren. En dan was de casting ook nog erg ongelukkig. De jongen naast me was hyperactief en nam steeds het woord. Ik voelde me er op zijn zachts gezegd niet echt prettig bij. Dan leer je wel dat je de dingen moet doen die bij je passen.'
Welke mazzel heeft je het meest geholpen?
‘Het lastige van mijn verleden is dat ik me regelmatig afvraag: willen ze me hiervoor omdat ik in het verleden op zeer hoog niveau heb getafeltennist? Aan de andere kant was het ook wel mijn geluk tijdens mijn correspondentschap voor NRC Handelsblad in China. Het maakte het veel gemakkelijker om daar te werken. Topsporters hebben daar een grote status. Dat heeft te maken met de samenleving. Er is daar nu eenmaal veel corruptie. Mensen komen op posities omdat ze de juiste contacten hebben, of van alles onder de tafel regelen. Maar topsporters moeten zelf presteren. Dat vinden Chinezen een bewijs van eerlijkheid. Dus als ik zeg dat ik Europees kampioen ben geweest of die en die Chinese heb verslagen, denken mensen daar: die kan ik vertrouwen, want die heeft echt iets op eigen kracht gedaan.'
Welke grote tegenslag heeft u in uw loopbaan geholpen?
‘Toen mijn vader na een lange ziekte overleed was ik negen jaar oud. We trokken in die tijd uit onze boerderij en gingen in het dorp Hazerswoude wonen (Daarvoor woonde ze wel al in de gemeente; red.) Dat ik me daar aanmeldde bij tafeltennisvereniging Avanti heeft alles te maken met mijn thuissituatie. Ik was op zoek naar een plek waar ik me veilig kon voelen. Die club vormde een heel warme gemeenschap.'
Welk beroep bent u misgelopen?
‘Tafeltennistrainer. Of eigenlijk is dat mijn beste keuze geweest, want ik ben er wel voor gevraagd. Maar ik wilde gaan schrijven. Door naar China te gaan heb ik een streep onder mijn sportverleden gezet. Nu zou ik ook waarschijnlijk niet meer terug kunnen. Je wordt in Nederland nu eenmaal snel ingedeeld in een bepaald hokje. Ik hoor er niet meer bij.'
Op welke ouder lijkt u het meest?
‘Wat ik aan verhalen hoor lijk ik emotioneel en qua karakter meer op mijn vader, maar heb ik het doorzettingsvermogen van mijn moeder. Overigens weet ik eerlijk gezegd niet helemaal of ik dat doorzettingsvermogen heb gekregen omdat ik op hoog niveau heb gesport, of dat ik zo goed was in sport omdat ik doorzettingsvermogen had. Je moet dat vermogen door te zetten in elk geval wel verder ontwikkelen, het is geen aangeboren talent om tot het uiterste te gaan.'
Welk advies heeft u in de wind geslagen?
‘Ik weet zo snel geen persoonlijk advies. Maar als ik weer eens twijfelde of ik in mijn leven de juiste keuzes maakte moest ik vaak denken aan een kop die ik ooit in Sport International las boven een verhaal met Johan Cruijff: ‘Schoenmaker blijf bij je leest.' Dat was een advies dat hij van Anton Dreesmann van V&D had gekregen. Het was in de tijd dat Cruijff zijn geld had verloren met zijn zakenavonturen en daarom weer moest gaan voetballen. Hij had geloof ik veel geld gestopt in varkensboerderijen. O God, dacht ik dan: "Ik had gewoon tafeltenniscoach moeten worden." (Lachend:) Nu ik erover nadenk, was varkensboer misschien wel iets voor mij geweest. In elk geval was ik dan als boerendochter dicht bij mijn leest gebleven.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg
‘Dat advies krijg ik bijna dagelijks van mijn vriend: om rekening te houden met mijn grenzen. Maar het dilemma is dat het grenzeloze meteen ook mijn sterke punt is. Als kind merkte ik al dat ik veel verder ging dan andere meisjes. Daarom kon ik zes uur per dag trainen en durfde ik van de ene naar de andere kant van de tafel te duiken.'
Read more: http://www.intermediair.nl/artikel/de-loopbaan-van/122462/bettine-vriesekoop-ik-had-gewoon-tafeltenniscoach-moeten-worden.html#ixzz0VECXSg0r
Maarten Ducrot: 'Gelukkig viel mijn studie tegen'
Intermediair 30-06-2009
Ook voor oud-beroepsrenner Maarten Ducrot begint dit weekend weer de Tour de France. Sinds 2004 is hij wielercommentator bij de NOS.
Wie: Maarten Ducrot
Geboren: 8 april 1958
Opleiding: sociale psychologie en psychologie van de organisatie, Universiteit Utrecht
Loopbaan: in 1982 wereldkampioen 100 kilometer ploegentijdrit wielrennen. Van 1985 tot en met 1991 beroepsrenner. Won een etappe in de Tour
de France. Sinds 1992 organisatieadviseur en zelfstandig ondernemer.
Wat hebt u 10.000 uur gedaan in uw leven?
'Het wentelen van pedalen. Ik heb eindeloos geoefend om de juiste coup de pédale te ontwikkelen. Misschien is het voor een niet-fietser lastig uit te leggen wat dat is. Het komt erop neer dat je uitvindt hoe je je kracht en vermogen maximaal kunt benutten. Sommige fietsers kunnen heel zwaar rijden. Ik had juist met een lichte versnelling nodig om een maximaal vermogen te halen.
En ik heb denk ik ook wel 10.000 uur gitaar gespeeld. Dat is natuurlijk iets heel anders dan fietsen. Maar wat voor mij hetzelfde blijft, is dat oefenen heel belangrijk is. Als ik iets doe, wil ik voorbereid zijn. Dat is voor mij iets heel fysieks. Ik vind het heel belangrijk dat, als ik voor een bedrijf een training geef, ik niet als een papzak voor de groep sta. Het belang van voorbereiding is wat ik in mijn werk probeer over te brengen.
O ja, en dan is er nog iets. Commentaar leveren. Een inwendige stem levert al mijn hele leven commentaar op wat ik zelf doe en wat ik zie. Dat deed ik al als kind. Toen durfde ik alles niet hardop te zeggen. Ik was een heel verlegen ventje. Dan keek ik naar hoe het thuis ging, en zei in mezelf: "Wat gebeurt hier toch allemaal?"'
Wat is voor u de betekenis van succes?
'Het gaat er mij om het beste uit jezelf te halen. In het peloton zijn er ook renners die winnen door anderen te laten verliezen, dus beter te willen zijn dan een ander. Jan Raas kon dat als geen ander. Bernard Hinault ook. Dat werkt bij mij dus niet zo.'
Van welke fout hebt u geleerd? ‘Ik ben te veel geneigd mensen te vertrouwen tot het tegendeel bewezen is. Soms doe ik dat tegen beter weten in. Ik ben mezelf wat dat betreft tegengekomen toen ik in een maatschap zat. Mijn gevoel was dat het niet goed zat met een jongen met wie ik werkte. Toch ben ik anderhalf jaar met hem verder gegaan. Uiteindelijk heeft hij veel verprutst. De les die ik heb getrokken, is dat ik veel meer consequenties aan mijn gevoel moet geven.'
In welke mate bent u het product van uw jeugd?
‘Ik ben in mijn leven mijn eigen weg gegaan. Mijn ouders deden niet aan sport. Ze hadden verder helemaal niets met wielrennen. Ook in de keuze van mijn studie hebben mijn ouders geen rol gespeeld. Mijn vader was stuurman en later loods, om meer bij zijn familie te kunnen zijn. Mijn moeder werkte als verpleegster.
Wat betreft fysiek lijk ik het meest op mijn moeder. Het knappe van mijn moeder is altijd geweest dat ze in tijden van crisis het hoofd koel weet te houden. Je kunt haar geen natuurlijke leider noemen, maar in tijden van tegenslag nam ze het voortouw. Ik heb daar wel iets van. Als een situatie moeilijk wordt, of een crisis dreigt, ben ik heel alert. Als er in het peloton iets gebeurde, een valpartij bijvoorbeeld, dan begon het voor mij pas. Dan dacht ik meteen aan de volgende stap.
Maar als ik naar mijn karakter kijk, dan kom ik er eerlijk gezegd steeds meer achter dat ik meer op mijn vader lijk dan ik zou willen. Hij is een heel driftige, gepassioneerde man, dat ben ik uiteindelijk ook. Meer ingehouden dan hij is, maar toch niet wezenlijk anders. Allebei zijn we op een bepaalde manier egocentrisch. Dat moest ik als topsporter wel zijn, natuurlijk. Als wielrenner moet je alles opzij zetten. Harder fietsen dan goed voor je is. Als je net met vijftig in het uur bent gevallen, opstaan en weer doorfietsen. Het draait allemaal om jouw prestatie.
Ik heb altijd geldingsdrang gehad. Ik had, denk ik nu, zoals elke toppresteerder de behoefte me ten opzichte van mijn vader te bewijzen. Door hem erkend te worden. Mijn vader was op een andere manier egocentrischer dan ik. Hij wilde de beste vader van de wereld zijn. Maar het was iets van hemzelf. Ik had niet altijd het gevoel dat het om mij ging.'
Welke tegenslag heeft u succes gebracht?
'Mijn geluk is dat mijn studie tegenviel. Ik wilde eigenlijk diergeneeskunde studeren, maar werd uitgeloot. Daarom koos ik voor psychologie. Als achttienjarige kwam ik op de universiteit terecht in een gezelschap met veel herintredende 36-jarige vrouwen. Sommigen zaten te breien tijdens de colleges. De sfeer daar was niets voor mij. Ik wilde zo snel mogelijk wegwezen. In twee jaar tijd deed ik waar drieënhalf jaar voor stond. In die tijd ben met wielrennen begonnen.
Of ik als wielrenner last had van het feit dat ik academicus was? Je wordt al snel de professor genoemd. In de koers ontbrak het me nog wel eens aan leepheid. Als ik een fout maakte werd me ingewreven dat ik als academicus niet echt uitgekookt was. Maar last had ik er niet van. In zo'n peloton heerst een cultuur van elkaar afzeiken. Ze vinden dan altijd wel iets dat ze tegen je kunnen gebruiken.'
Welke baan bent u misgelopen? ‘Nou, ik ben nooit een baan misgelopen. Hoewel... Ik ben een keer door de Rabobank gevraagd of ik me vanaf het hoofdkantoor bezig wilde houden met de wielerploeg. Mijn gevoel zei me dat ik het niet moest doen. Maar er werd aangedrongen. Na twee gesprekken wist iedereen dat het niets zou worden. In die tijd was Jan Raas nog ploegleider, en Jan Raas en ik zijn niet goed. Ik stond bij hem in het verkeerde boekje. Ik deed niet wat hij wilde als renner, dat is iets dat hij niet vergeet. Het vak van manager is sowieso niets voor mij. Ik ben niet iemand die goed is in de uitvoering, ik breng de dingen op gang.'
Wilt u dat uw kinderen in uw voetsporen treden?
‘Wat ik mijn kinderen meegeef, is dat ze hun eigen keuzes maken. Als ze dan kiezen voor wielrenner word ik niet blij vanwege de nog steeds onmenselijke en onvolwassen aspecten die er aan de sport kleven. Maar ik zal ze geen strobreed in de weg leggen.'
Het beste advies dat ik ooit kreeg
'Organisatieadviseur Jos Viehoff zei me: "Je moet per direct beginnen met waar je goed in bent. Maak gebruik van je achtergrond als topsporter en je opleiding. Dat maakt je uniek. Ga vooral geen andere adviseurs naspelen." Daarna ben ik aan de slag gegaan met het adviseren van sporters. Samen met oud-keeper Hans van Breukelen. Dat was meteen een schot in de roos.'
tekst Michiel Zonneveld fotografie Paul Levitton
|
 |
Onzin! Onzin! is de nieuwe rubriek in OBA Live van LLiNK. De onzinjagers van Intermediair bestrijden hierin wekelijks apenkool & larikoek. Ze maken jacht op Onzin-onderzoek, onzin-berichten en onzin-claims. Deze week onzinjager Michiel Zonneveld over het onzin-bericht: "De verwachting is dat kanker binnen enkele jaren een chronische ziekte zal zijn". |
Uitzending 18 februari en daarna beluisteren? klik!
Chaos door rookverbod? Onzin!
16-03-2009
Amsterdam zou door het rookverbod in de horeca gebukt gaan onder chaos, opstootjes en erop los smirtende cafébezoekers op straat.
'Het rookverbod in Amsterdam heeft in het centrum tot een enorme stijging van de overlast geleid.'
Meeschrijven met de goede zaak, wat is daar eigenlijk tegen? De tijd waarin sommige journalisten schouder aan schouder stonden met de kraakbeweging, anti-kernenergiebeweging en de vredesbeweging is voorbij. Maar als reporter heb je natuurlijk wel een hart. Dus het is goed dat een krant als Het Parool zich het lot van de Amsterdamse horeca aantrekt, gebukt als die gaat onder crisis, rookverbod en strenge regels die nog worden gehandhaafd ook.
Op dinsdag 10 maart zagen we in de Amsterdamse krant een mooi staaltje van wat de moderne actiejournalistiek vermag. Het Parool kopte in haar gedrukte editie: 'Rookverbod leidt tot ruzies en rotzooi op de stoep'. Het artikel levert volop munitie aan al die horecaondernemers die tegen minister Klink van Volksgezondheid strijden.
Volgens Het Parool heeft het rookverbod tot een 'enorme' stijging van de overlast geleid van cafébezoekers die buiten hun sigaretten roken. In het artikel wordt gerept van een 'chaos op straat', 'opstootjes met rokende cafébezoekers' en 'ruzies met portiers'.
Een deel van de oorzaak zou, volgens verder niet bij naam genoemde 'ambtenaren', het gevolg zijn van 'smirten': mensen die tijdens het roken flirten en daardoor extra lang op straat staan. Er is overigens wel een klein verschil tussen de gedrukte editie van Het Parool en de digitale. In de krant is het woord 'enorme' geschrapt, maar een 'chaos' blijft het in beide verhalen.
Bij het lezen van de feiten die de basis van het bericht vormen, bekroop ons meteen een gevoel van argwaan. De bron blijkt een rapport van het stadsdeel Centrum waarin staat dat er vorig jaar sinds de invoering van het rookverbod sprake was van 121 klachten over 'terraslawaai' en 'roken op straat'. Maar is dat nu zo veel? In het bericht staat dat er in het centrum 1650 horecagelegenheden zijn (waarvan volgens gegevens van het stadsdeel 900 een terrasvergunning hebben). Dat betekent dus dat in de periode van 1 juli (toen het rookverbod inging) tot 31 december 2008 gemiddeld sprake was van minder dan één klacht per tien horecagelegenheden.
De begeleidende foto die Het Parool op haar interneteditie plaatst, helpt niet de geloofwaardigheid van het verhaal te vergroten. Daarop zie je een vijftal doodkalme jongeren naast elkaar op een bankje voor een horecagelegenheid zitten. Typische voorbeelden van rokers die geen onruststokers zijn.
Begrippen als 'veel', en ‘enorm' blijven natuurlijk subjectief. Maar wij zouden geneigd zijn te denken dat het aantal klachten enorm laag is. Vooral als je bedenkt dat er in de binnenstad genoeg mensen zijn om te klagen en over te klagen. In het centrum van Amsterdam wonen rond de 80.000 mensen op minder dan 8 vierkante kilometer oppervlakte, en dan laten we de stromen toeristen nog even buiten beschouwing. En zijn Amsterdammers volgens de rest van Nederland niet overassertief?
Bovendien is het niet zeker of alle klachten het gevolg zijn van het rookverbod.
In het rapport (met als titel: Invoering rookverbod in de horeca) staat bijvoorbeeld niet dat het 'terraslawaai' alleen wordt veroorzaakt door de rokers. Wel staat er dat de meeste klachten in september werden geregistreerd, toen het mooi weer was, en dus ook veel niet-rokers zich op de terrassen ophielden. In de maanden daarna zakte het aantal klachten aanzienlijk.
De stelling dat er sprake is van een 'stijging' door het rookverbod kan verder alleen maar worden waargemaakt als we die vergelijken met de cijfers van de jaren daarvoor. Helaas was dit de eerste keer dat het stadsdeel dit onderzoek liet uitvoeren. Wat wel helemaal klopt is dat er sinds het rookverbod op en rond de terrassen veel sigarettenpeuken liggen.
Over de in het bericht genoemde opstootjes en ruzies met portiers is niets te vinden in het rapport.
De vraag die ons nog bleef intrigeren was hoe dat nu zat met die ruzies over het smirten. De anonieme bron van Het Parool is snel gevonden: Ton Boon, woordvoerder van het stadsdeelcentrum. 'Ik heb juist gezegd dat het smirten een positief gevolg kan zijn van het rookverbod. Maar de journalist van Het Parool redeneerde net de andere kant op.'
Tekst Pieter van den Blink, Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld
Eerste aflevering in Intermediair
26-02-2009
Kanker slechts chronische ziekte: Onzin!
'De verwachting is dat kanker binnen enkele jaren een chronische ziekte zal zijn?'
Het leek te mooi om waar te zijn, en waar was het dan ook niet. Op 3 februari stond nog in de kranten dat kanker tegenwoordig de meest voorkomende doodsoorzaak was. Een dag later, op wereldkankerdag, berichtte het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) dat diezelfde kwaal over een aantal jaren slechts een chronische ziekte zal zijn. Enkele kranten namen het bericht over. ‘Dit betekent', zo voegde de verslaggever van het ANP er ten overvloede aan toe, ‘dat mensen er niet meer aan zullen doodgaan.' Het leek het alsof het eeuwige leven zich aandiende.
Pieter van den Blink
Pieter Hilhorst
Michiel Zonneveld
Vanaf nu gaan we elke week een voorbeeld behandelen van nonsens in de media, of in elk geval van discutabele claims. En we hopen dat u ons gaat helpen zoeken naar berichten en uitspraken die te mooi, of te onwaarschijnlijk, zijn om waar te zijn. In dit geval hoefden we overigens niet meer te doen dan het persbericht op te vragen van KWF Kankerbestrijding op basis waarvan het bericht is geschreven. Daarin staat geen letter over het verdwijnen van de kanker. Jammer,dat moet ook het ANP hebben gevonden die de fout in het bericht nimmer rectificeerde
Een even opwindend bericht was dat over de vermeende CO2-uitstoot van de zoekmachine Google. Twee zoekinstructies zouden voor net zo veel uistoot zorgen als het koken van een pannetje water. Het NRC Handelsblad van 12 januari en een aantal nieuwssites wisten wel raad met dit nieuws. De site van De Telegraaf legde een koppeling met het klimaatprobleem. ‘Nooit meer schaatsen door Google!' Op de weblog van vierdejaarsstudenten van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg is al korte metten met het bericht gemaakt. Het bericht bleek het gevolg van twee journalisten van The Sunday Times die er naar aanleiding van een Harvard-onderzoek flink op los hadden geïnterpreteerd.
Goede jagers gaan op zoek naar de plaatsen waar en de tijdstippen waarop ze het wild kunnen aantreffen. Als onzinjagers gaan wij hetzelfde doen.
Zo letten wij vooral op berichten waarin mensen feiten presenteren waar ze belang bij hebben. Als we lezen dat de vliegtaks banen op Schiphol kost, zijn we dus op ons hoede. Is het waar? Of is het nieuws in de wereld gebracht als onderdeel van een lobby van de luchtvaartsector? Met een zelfde argwaan zouden we Ivo Opstelten hebben benaderd toen hij bij zijn afscheid als burgemeester van Rotterdam beweerde dat de havenstad sinds zijn aantreden veiliger is geworden. Is dat echt zo? (De criminaliteit nam af: dat is echter niet hetzelfde als veiliger.) En in hoeverre kan hij de claimen dat zijn aanwezigheid daar iets mee te maken heeft? (Ook in andere steden daalde in die periode de criminaliteit.)
Een ander moment van argwaan is wanneer de journalist zijn verhaal baseert op één enkele bron, zoals bij het bericht over Google. Of als berichten naadloos aansluiten bij een heersende trend. Die worden vaak net iets te achteloos in de krant gekwakt. Een mooi voorbeeld was een onder andere door de Volkskrant overgenomen ANP-bericht van 24 november vorig jaar waarin stond dat een meerderheid van ex-rokers het sinds het rookverbod ongezelliger vond in het café. Het paste in een nieuwsstroom over toenemend verzet tegen het beleid van minister Klink. Maar verwonderlijk vonden we het wel, want alle ex-rokers in onze vriendenkring zijn fanatieke antirokers. Het bleek uiteindelijk om een onderzoek te gaan dat nauwelijks representatief was en waarin niet de ex-rokers, maar de niet-rokers waren ondervraagd. Slechts 35 procent van die groep vond het ongezelliger in het café. 45 Procent juist gezelliger.
Nogmaals: we hebben uw hulp nodig. Zonder de opmerkzaamheid en kennis van de lezer zijn we niets. Wordt wakker als u weer eens een bericht leest over de (on)deugdelijkheid van crèches, sinaasappels die kankerverwekkend zijn, of bestuurders die op dubieuze gronden succes claimen. Meld het ons en dan onderzoeken wij de bron. De aanval op de onzin is geopend!
De loopbaan van Alexander Rinnooy Kan
'Ik ben een zondagskind'
02-03-2009
Alexander Rinnooy Kan (59) is voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Hij werd in 2008 uitgeroepen tot de ‘invloedrijkste Nederlander'.
Wie: Dr. A.H.G. Rinnooy Kan
Geboren: Den Haag, 5 oktober 1949
Opleiding: Wiskunde en kandidaats econometrie (1972), promotie doctor in de wiskunde (1976)
Loopbaan: rector magnificus Erasmus Universiteit Rotterdam, voorzitter VNO-NCW, raad van bestuur ING, voorzitter Sociaal-Economische Raad
Wat heeft u 10.000 uur gedaan in uw leven?
'Dingen uitleggen. Het begon al toen ik acht jaar was. Ik hielp mijn broertje met zijn schoolwerk. Op mijn veertiende heb ik nog een schriftelijke cursus Engels voor hem geschreven. Eigenlijk ben ik mijn hele leven blijven uitleggen. Op de universiteit ben ik ook vrij snel een student-assistentschap gaan doen. Ook nu weer bestaat een groot deel van mijn werk uit uitleggen.'
Wat is de rode draad in uw loopbaan?
'Dat is moeilijk te zeggen omdat ik zoveel verschillende dingen heb gedaan. Ik was hoogleraar, rector magnificus, voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO, lid van de Raad van Bestuur van de ING en nu ben ik SER-voorzitter.
Ik zou ook niet veel mensen weten met een loopbaan zoals die van mij waarin heen en weer gependeld is tussen de publieke en private sector. Misschien is de rode draad een blijvende nieuwsgierigheid, waardoor ik steeds weer andere dingen oppak.'
Geen succes zonder mazzel. Wanneer heeft u mazzel gehad?
'Dat is het moment dat ik startte met mijn promotieonderzoek. Ik wilde verder in de zuivere wiskunde. Ik was al aangenomen. Maar de universiteit moest bezuinigen en dus werd er een algemene vacaturestop afgekondigd. Als ik een paar weken eerder was afgestudeerd, was ik aangesteld. Ik kon wel aan de slag in de bedrijfseconometrie. Dat was een vak in opkomst. Ik had het geluk dat ik tijdens mijn promotieonderzoek op een idee uit Amerika stuitte dat relatief nieuw was en waarover ik samen met mijn collega in korte tijd veel publiceerde. Ik werd zo relatief gemakkelijk hoogleraar.
Mijn loopbaan zou beslist anders zijn gelopen als ik in de zuivere wiskunde was gepromoveerd. Ik weet niet of ik daarin had uitgeblonken. Waarschijnlijk zou ik na mijn promotie op een middelbare school wiskundeles zijn gaan geven.
Ik denk dat ik ook geluk had toen ze me vroegen om voorzitter van het VNO te worden. Ik weet nog steeds niet precies waarom ze in mij als wetenschapper een goede werkgeversvoorzitter zagen. Het was wat je noemt een kredietbenoeming. Waarschijnlijk omdat ik namens de universiteit redelijk succesvol was geweest in het gevecht tegen onderwijsbezuinigingen.
Het was ook een goed moment om afscheid te nemen van de wetenschap. Er zijn weinig wiskundigen die na hun veertigste nog met revolutionair vernieuwende ideeën komen.'
Welke baan bent u misgelopen?
'Ik ben uiteindelijk geen bestuursvoorzitter van de ING geworden. Nee, dat beschouw ik niet als een mislukking. Het was een functie waarvoor ik niet geschikt was. Mijn voorgeschiedenis in de financiële sector was te kort. Daar had ik dus niet 10.000 uur in geoefend.'
In welke mate bent u een product van uw jeugd?
'Mijn vader was plaatsvervangend thesaurier-generaal bij het ministerie van Financiën. Dat is een hoge publieke functie. Maar ik lijk wat betreft persoonlijkheid het meest op mijn moeder. Zij was een Britse, en opgeleid als actrice. Zij was iemand die harmonie kon creëren. Heel anders dan mijn vader.
Ik ben ook iemand die altijd harmonie wil bevorderen. Het is een tweede natuur geworden. Daar pluk ik nu bij de SER de vruchten van. Maar toen ik voor ING in Azië zaken moest doen, had ik er ook baat bij.'
Welke ervaring heeft grote invloed gehad op uw levenshouding?
'In de eerste vier klassen van de middelbare school was ik een buitenbeentje. Een introvert, pienter jongetje dat de beste van de klas was, maar ook werd gepest. Ik ben toen drie maanden naar Engeland gestuurd door mijn ouders. Toen ik terugkwam wist ik een positie in de klas te veroveren en heb er vrienden voor het leven gemaakt. Sommige klasgenoten zie ik nog steeds.'
Waarvoor moeten ze u niet vragen?
'De neiging om harmonie te zoeken kan een handicap zijn. In elke grote organisatie zijn mensen nodig die rücksichtslos knopen moeten doorhakken. Ik heb nooit in posities gezeten waar ik enorme gevechten heb moeten voeren. De keren dat ze me vroegen minister te worden, is dat een overweging geweest die meehielp nee te zeggen.'
Is er wel eens iets echt mislukt?
'Mijn grote mislukking is dat ik met zwemmen nooit mijn diploma C heb gehaald. Bij het halen van je C moet je schijfjes opduiken. Maar ik durfde mijn ogen niet open te houden bij het zwemmen.
Nadat het de eerste keer niet was gelukt, heb ik lang geoefend. Dan stopte ik thuis mijn hoofd in de wasbak en probeerde uit alle macht mijn ogen open te houden. De laatste keer dat ik probeerde mijn diploma te halen, dacht ik er klaar voor te zijn. Ik sperde mijn ogen wel open, maar op de een of andere manier kon ik net niet bij de schijfjes. Maar verder ben ik een echt zondagskind.'
En door die angst voor water bent u zo'n fervent aanhanger van de polder geworden?
‘Dat is de ergste psychologie van de koude grond!'
tekst Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld
foto Sabrina Bongiovanni
|