Enkele recente publicaties en selectie:

Etalage voor Goede

Ideeën (serie Volkskrant vanaf 18 oktober 2008))

De ontheemde arbeider (Intermediair 1 mei 2008)

Adri Duivesteijn: ‘De stilte in de PvdA is dodelijk’ (Intermediair 13 juni 2007)

Er is veel dat de PvdA-politicus en de Oranje-coach verbindt (Parool 25 november 2006)

Serie interviews lijsttrekkers PvdA, SP en VVD, mijn eerste honderd dagen als....(Intermediair, 2, 9 en 16 november 2006)

Deze titanenstrijd is misleidend (de Volkskrant, Forum, 5 oktober 2006)

Justitie laat burger zitten (de Volkskrant, Forum, 11 april 2006)

Wouter Bos is bindend leider met bindingsangst (de Volkskrant, Forum, 9 maart 2006)

Bangkok op de fiets (Parool 31 december 2005)

Freakonomics, het abortuswonder (Vrij Nederland, 6 augustus 2005, boekbespreking)

De opkomst van de klaagpoliticus (Vrij Nederland, 23 juli 2005, essay)

Tijd voor journalistieke zelfreflectie (Vrij Nederland, 2 juli 2005, boekbespreking)

Het relaas van Marcel van Dam . mega-interview (Groene Amsterdammer, 24 juni 2005)

De Ziener van Verdonk (Groene Amsterdammer, 8 april 2005, boekbespreking)

Essay abdicatie Beatrix (VN, 5 februari 2005)

Reddeloos in Zambia (VN, 22 januari 2005, reportage)

Vloeken in de rechtse kerk, waarin nieuw rechts lijkt op oud links (VN, 24 april 2004)

Veroordeeld in Thailand (VN, 5 juni 2004)

Groeten uit de hel van Thailand (VN, 13 december 2003)

Boos op Brussel, over Nederlandse Euroscepsis (VN, 13 maart 2004)

Land van kleine angsten (VN, 14 december 2002)

Artikelen

WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal

Datum: 14-12-2002
Pagina: 034

Rubriek:

Auteur: ZONNEVELD, M.

Waarom we ons onveilig voelen terwijl de misdaad afneemt

Land van kleine angsten
door Michiel Zonneveld

Ja, Nederland is crimineler geworden. In vergelijking met de jaren vijftig. De laatste tijd hebben we juist minder last van inbrekers en straatrovers. Terwijl de paniek over de misdaadgolf tot ongekende hoogten stijgt. Praten we onszelf een probleem aan?

De Friese politiecommissaris Foeke Wagenaar zwaait met de Leeuwarder Courant. 'Moet u dit lezen,' zegt hij verontwaardigd. Op zijn werkkamer op het hoofdbureau van de provinciale hoofdstad laat hij een pagina van de regionale krant zien. 'Het wordt gemener op straat,' is de kop boven het openingsartikel. Op de begeleidende foto wordt een man met een baseballcap geboeid naar een politieauto afgevoerd.

De krant doet een poging een overzicht van het geweld in Nederland te geven, tijdens zo maar een weekend in november. Volgens een grafiekje werden er in twee dagen 365 mensen mishandeld en 137 bedreigd. De categorie overval/straatroof scoort 73. Verder was er sprake van 21 aanrandingen en verkrachtingen, en één geval van doodslag of moord. En dan waren de gegevens uit de regio Amsterdam nog niet eens verwerkt.

De gemiddelde krantenlezer of televisiekijker zal er niet van opkijken. Maar die in Friesland toch wel, in ieder geval als hij of zij de moeite neemt een nadere blik te werpen op het overzicht van het 'aantal geweldsincidenten per honderdduizend inwoners'. De provincie Friesland is namelijk volgens de Leeuwarder Courant de gevaarlijkste provincie van Nederland, met een score van 6,9. Bijna zeven van de honderdduizend Friezen kregen in het betreffende weekend te maken met geweld. Ter vergelijking: in de regio Rotterdam Rijnmond waren dat er 6,3, in de Gooi- en Vechtstreek slechts twee.

Wat zou er in vredesnaam in de noordelijke provincie aan de hand zijn? De cijfers kloppen in het geheel niet met het idyllische beeld dat de rest van Nederland van de noordelijke provincie heeft. Daar zeggen de mensen elkaar nog gewoon gedag - en is Friesland niet die provincie waar mega-evenementen als de Elfstedentocht en het jaarlijkse skûtsjesilen zonder ook maar één wanklank plaatsvinden? Heerenveen is een van de zeer weinige professionele voetbalclubs zonder vandalen onder de aanhang. Zelfs in sportief slechte tijden zoals deze, zingen ze voor de wedstrijd met z'n allen het Friese volkslied.

Volgens politiecommissaris Wagenaar zijn imago en realiteit niet eens zo ver van elkaar verwijderd. 'In Friesland kun je nog tegen iemand oplopen zonder dat je problemen krijgt,' zegt de geboren Fries, die eerder voor de Amsterdamse politie werkte. 'De mensen hier zijn gemoedelijk, ze nemen de tijd voor elkaar. De sfeer is minder opgefokt dan in het westen.'

Er is volgens hem dan ook weinig reden tot zorg. Friesland komt uitsluitend zo slecht uit de cijfers, weet de commissaris, omdat het politiekorps zijn werk zo goed doet.

Is er dan iets mis gegaan met de berichtgeving in de Leeuwarder Courant? De journalisten hebben zo op het eerste gezicht keurig hun werk gedaan. Ze hebben, in samenwerking met enkele andere regionale kranten, alle politiekorpsen gebeld en gevraagd wat er in het weekend van het onderzoek was voorgevallen. Niets mis mee, zo doe je dat als verslaggever.

Wagenaar denkt daar anders over: het is een geheel verkeerde methode. 'Het verschil tussen ons en sommige andere korpsen is dat wij alles doen om de aangifte van een misdrijf zo makkelijk mogelijk te maken. In de kleinere plaatsen in Friesland zijn er nieuwe politieposten geopend; tegenwoordig kun je in het dorp Ureterp aangifte doen, vroeger moest dat in Drachten. Dus dachten mensen vaak: laat maar zitten. Daardoor hebben wij nu relatief veel aangiften. We maken bovendien meteen proces-verbaal op. In de grote steden in het westen wordt nogal eens gezegd: doet u die aangifte maar na het weekeinde. Die gevallen zijn niet in de cijfers van de krant verwerkt.'

Een gekrenkte commissaris die zijn straatje schoonveegt? Die vraag is gemakkelijk te beantwoorden aan de hand van de Nationale Politiemonitor. Dat is een jaarlijks overzicht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, waarin onder andere wordt bijgehouden hoe de verschillende politiekorpsen presteren. De onderzoekers houden uitgebreide enquêtes onder burgers in de verschillende regio's van Nederland. Zijn ze het afgelopen jaar wel eens bestolen of beroofd? Voelen ze zich veilig in hun buurt? Zijn ze tevreden over de politie?

Wat blijkt? Friesland en het regionale politiekorps komen er in de vergelijking als beste uit. Het gevoel van veiligheid blijkt in de provincie sinds 1999 te zijn toegenomen, de criminaliteit afgenomen. In twee jaar is het aantal slachtoffers van álle delicten, variërend van fietsendiefstal tot mishandeling, afgenomen. De burgers zijn ook tevredener over het functioneren van de politie.

Wagenaar is naar aanleiding van het artikel in de Leeuwarder Courant meteen in de pen geklommen om zich te weer te stellen tegen de 'onzorgvuldige journalistiek'. Maar de vraag is of hij niet tegen de bierkaai vecht. De krant verwoordt een gevoel dat alomtegenwoordig is, niet alleen in de media, maar ook in de politiek.

Ooit kon je tegen mensen zeggen dat ze gewoon een andere ochtendkrant moesten nemen als ze de verhalen over de groeiende misdaad zat waren. Nu zou je hen moeten adviseren helemaal geen krant te nemen, en ook televisie en radio de deur uit te doen. In de jaren zeventig stond toenmalig VVD-leider Hans Wiegel alleen toen hij begon over de toenemende criminaliteit. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn is het onderwerp door vrijwel alle partijen tot topprioriteit verklaard. Er moet wat gebeuren, de kiezer eist het. Het veiligheidsplan 'Naar een veilige samenleving' van het kabinet, dat vorige week in de Tweede Kamer werd besproken, legt een rechtstreeks verband tussen de noodzaak van ferme maatregelen en de recente politieke ontwikkelingen. 'Nederland moet veiliger. De door mensen ervaren onveiligheid is ontoelaatbaar. De ergernis over berovingen, geweld, vernielingen en overlast is vaak zeer groot, evenals het materiële en immateriële leed. Dit was de duidelijke boodschap die tijdens de verkiezingen centraal heeft gestaan.'

VVD-lijsttrekker Gerrit Zalm vatte het crisisgevoel vorige week zaterdag op het verkiezingscongres van de VVD als volgt samen: 'Het is te gek voor woorden dat ouderen bijna niet meer de straat op durven. Zij worden daardoor afgezonderd van de samenleving. Het is te gek dat ouders hun dochters niet alleen op stap durven te laten gaan. Het is te gek dat vaders niet meer met hun kinderen naar een stadion durven. Eén op de drie Amsterdammers durft zelfs de metro of tram niet meer in. Zo kunnen we niet doorgaan. Dit verstoort en bedreigt ons aller vrijheid.'

Alle reden tot zorg dus, al was het maar omdat de overheid de problemen niet langer de baas kan - is het idee tenminste. De politie zou zich te weinig op straat laten zien. Er verdwijnen ook te weinig mensen achter de tralies. En het juridisch systeem is hopeloos vastgelopen. Uit politiek en maatschappij klinkt dan ook de roep om meer politie, strengere straffen, meer cellen, meer armslag voor het openbaar ministerie. En, voor zover het progressieve politici zijn die het onderwerp aanroeren: er moet ook meer geld komen voor preventie.

De vraag is of alleen of de paniek gelijke tred houdt met de feitelijke ontwikkeling van de criminaliteit. Dat blijkt niet het geval. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zette vorig jaar in het rapport Zekere banden, voor een flink deel gebaseerd op de eerder genoemde Politiemonitor Bevolking uit 2001, de cijfers op een rij. Verrassend genoeg is de criminaliteit niet alleen in Friesland, maar in heel Nederland de laatste jaren over bijna de gehele linie gedaald.

Nog een verrassend cijfer uit het SCP-rapport is dat ook het gevoel van onveiligheid niet toe- maar afgenomen is. Weliswaar zagen burgers bij de laatste Tweede-Kamerverkiezingen criminaliteit als het grootste maatschappelijke probleem, maar dat op het oog onverklaarbare verschil heeft een eenvoudige oorzaak. Voor het SCP-onderzoek is gevraagd of burgers zich in de eigen buurt onveilig voelen. Mensen hebben op grond van wat ze in de media lezen en zien, of van politici horen, het gevoel dat ons land onveiliger wordt. Maar als ze een rondje over straat lopen, merken ze er niets van.

Interessant is verder dat ouderen de minste kans lopen om het slachtoffer te worden van een misdrijf. Maar worden ze naar hun 'onveiligheidsbeleving' gevraagd, dan is die van ouderen weer het grootst. Een zelfde verschil bestaat ook tussen mannen en vrouwen. Mannen zijn vaker het slachtoffer van criminaliteit, vrouwen voelen zich veel onveiliger.

Het beeld klopt niet met de cijfers. Maar toch zijn de meeste mensen er vast van overtuigd dat Nederlands steeds crimineler wordt. Of in ieder geval dat het aantal bedreigingen en mishandelingen almaar toeneemt.

Dat klopt ook wel, tot op zekere hoogte. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek nam het aantal geweldsmisdrijven in de periode 1950 tot 1995 per honderdduizend inwoners toe van 215 tot 419. Maar zelfs in dit geval zijn de cijfers niet eenduidig negatief. De afgelopen jaren is er een kentering gekomen in de toename van het geweld (zie tabel). Volgens de Politiemonitor 2001 is het aantal bedreigingen tussen 1999 en 2001 afgenomen. Het percentage mensen dat mishandeld zegt te zijn, stabiliseerde zich voor het eerst sinds jaren.

Bovendien lijkt het erop dat Nederlanders er in de loop der jaren een andere definitie op na zijn gaan houden van wat 'geweld' precies is. Eind vorige maand promoveerde de Duitse juriste Margarethe Egelkamp aan de Rijksuniversiteit Groningen op de ontwikkeling van de geweldscriminaliteit in Duitsland en in Nederland. Ze deed daarvoor in beide landen onderzoek naar processen-verbaal en openbare tenlasteleggingen van officieren van justitie in de jaren 1986 en 1996. Ze heeft geen onderzoek gedaan naar de vraag of het geweld is toegenomen, waarschuwt ze vooraf. Haar onderzoek zegt wel iets over de gevoeligheid ervoor: wat vroeger niet als agressie gold, telt nu volop mee. 'Zoiets als verbaal geweld kwam in 1986 in de statistieken niet voor,' legt ze enkele dagen na haar promotie uit.

Egelkamp spreekt van 'inflatie'. 'Kleine incidenten worden vaker geregistreerd.' En een blauwe plek, een wond of zelfs een wond die niet is waar te nemen, gelden in een proces-verbaal als 'letsel'. Geweld lijkt bovendien onderhevig aan modes. 'In Nederland gaat het nu vaak over zinloos geweld. In Duitsland is dat begrip totaal onbekend. Maar daar heerst weer veel opwinding over seksueel geweld.'

Politiecommissaris Wagenaar is het ook opgevallen: Nederlanders vinden geweld sneller een probleem. 'Als iemand vroeger een vriendin had in een ander dorp, dan kon hij daar een pak slaag krijgen. Deed niemand moeilijk over. Nu wel. Misschien doordat het tegenwoordig niet zozeer mensen uit verschillende dorpen zijn die over zulke dingen ruzie krijgen, maar leden van verschillende etnische groepen.' Hoe het ook zij: hij heeft in ieder geval niet het gevoel dat het geweld extremer wordt. 'In Friesland zeker niet.'

Als het met de criminaliteit wel meevalt, dan moet het gevoel van onbehagen onder burgers weg te nemen zijn. De grote vraag is alleen: hoe? Den Haag gokt vooral op: meer van hetzelfde. Meer blauw op straat, extra cellen, sneller en langer straffen.

Die ontwikkeling is al dertig jaar geleden begonnen, toen de eerste bezorgde politici zich meldden. In de jaren zeventig zaten van elke honderdduizend Nederlanders er tweeëntwintig in de gevangenis. Nu zijn dat er negentig. Daarmee behoren we tot de Europese middenmoot.

Het aantal agenten is vooral onder Paars sterk uitgebreid. Nu 'meer blauw' een feit is, volgt 'ze moeten ook de straat op': de druk op de politie om prestaties te leveren, neemt snel toe. De korpsen moeten 'targets' gaan halen. Jaarlijks een bepaald aantal inbraken oplossen, verkrachters aanhouden, roofovervallers achter de tralies krijgen. Zal het helpen?

Wagenaar heeft zo zijn twijfels. Hij noemt als voorbeeld de roep om hogere oplossingspercentages. 'Als de politiek het wil, kunnen we dat zo voor elkaar krijgen. In Duitsland verhoren ze een verdachte net zo lang tot hij alles bekent wat hij misdaan heeft. Dan krijg je prima scores. In Nederland houden we rekening met de maximumstraf. Als een verslaafde vijf autokraken heeft bekend, dan heeft voor ons een langer verhoor geen zin. Voor zijn straf maakt het toch niet uit. Dan kunnen we onze tijd beter aan andere dingen besteden. Ander voorbeeld: stel dat we besluiten dat je alleen nog aangifte van mishandeling mag doen als je een getuige meeneemt. Dan kunnen wij een zaak veel makkelijker oplossen, dus we halen een beter cijfer. Maar denkt u dat burgers daar veel mee opschieten?'

'Meer van hetzelfde' zal in sommige gevallen ongetwijfeld helpen de criminaliteit te verminderen. Als de politie 's nachts in groten getale op straat patrouilleert, krijgen inbrekers het lastiger. Maar dat zal de gevoelens van onveiligheid bij burgers niet wegnemen. Die gevoelens blijken immers maar weinig te maken te hebben met de werkelijke ontwikkeling van de criminaliteit.

Commissaris Wagenaar verwacht veel meer van een 'bredere' benadering. Zijn stelling is dat er nu te veel problemen worden beschouwd als kwesties van veiligheid en openbare orde. Het gevolg: de politie krijgt veel te veel op haar bord, waardoor ze niet toekomt aan het echte werk.

Hij komt met een voorbeeld uit de tijd dat hij nog in de Amsterdamse binnenstad werkte. 'Op een gegeven moment moest de GGD bezuinigen. Daarom besloot ze verslaafden niet langer in het weekend methadon te verstrekken; dan hoefde de dienst geen overwerkvergoedingen meer te betalen. Voortaan kregen de junkies al op vrijdag een voorraadje. Die gingen dat natuurlijk verhandelen, op wat al snel de pillenbrug heette. Dat leidde bij de bewoners tot overlast en een gevoel van onveiligheid. Zo werd een probleem van de GGD en de verslavingszorg tot een probleem van de politie. Hetzelfde zie je met psychiatrische patiënten die niet meer in een inrichting terecht kunnen. Die gaan zwerven. De politie moet dan ingrijpen, omdat ze overlast veroorzaken.' Zelfs in het rustige Friesland heeft hij daar last van. 'We moeten vaak optreden omdat er 's nachts, als de discotheken sluiten, onvoldoende bussen beschikbaar zijn om jongeren naar huis te brengen.'

De politie wordt kortom ingezet als allesoplosser. En is daardoor gedoemd in de ogen van de burger en de politiek te falen, hoe goed ze ook presteert.

En zelfs als de korpsen meer aan 'echt' politiewerk zouden kunnen doen, zal van een dergelijk falen sprake blijven. Want ook als ze zich wél bezighouden met boeven achter de tralies krijgen, en daar succes mee boeken, houdt heel Nederland het gevoel dat het met de criminaliteit de verkeerde kant op gaat - zij het niet in de eigen buurt.

Zou het misschien zo zijn dat het gevoel van onveiligheid uiteindelijk vooral een probleem van de burger zelf is? Hans Boutellier probeert als ambtenaar van het ministerie van Justitie en als wetenschappelijk medewerker van de Vrije Universiteit (verbonden aan de afdeling strafzaken en criminaliteit) die vraag te beantwoorden.

In zijn boek De veiligheidsutopie tracht hij het debat over criminaliteit en het heftige onbehagen daarover, te verbinden met een meer algemene culturele ontwikkeling. De verdeling van welvaart is niet meer de eerste zorg in de huidige 'vertechnologiseerde wereld': er is immers geld genoeg. Burgers, in de hele westerse wereld, maken zich tegenwoordig vooral druk over allerlei gevaren die hun in principe zeer aangename leven in de war kunnen schoppen. Bijvoorbeeld criminaliteit.

Door de gegroeide welvaart is de emancipatie van de burger voltooid. Hij is vrij, en hij eist zijn vrijheid op. Mensen zijn veel assertiever geworden. Maar juist dat zorgt voor onbehagen. Want al die vrije mensen willen niet alleen kunnen doen wat hun invalt, ze willen ook beschermd worden tegen anderen die hetzelfde doen.

Dat kan niet allebei tegelijkertijd. Vrijheid en veiligheid zijn tegenstrijdige behoeften, betoogt Boutellier. Denk aan de paradox van de politicus die zelf honderdzestig kilometer per uur wil rijden, maar tegelijkertijd op hoge toon eist dat de politie harder ingrijpt tegen andere snelheidsduivels. Zolang beide tegelijkertijd verlangd worden, staat de overheid uiteindelijk machteloos.

De opvattingen van Boutellier sluiten aan bij die van de filosoof en historicus Gabriël van den Brink. Die vindt het om te beginnen onjuist de toename van agressief gedrag te veel te bagatelliseren. Want zelfs als het geweld de afgelopen tien jaar is afgenomen, blijft agressief gedrag een 'ongewenst neveneffect' van de moderne Nederlandse cultuur. En het valt niet te ontkennen dat burgers zich, in ieder geval in vergelijking met de jaren vijftig, agressiever zijn gaan gedragen.

In zijn vorig jaar verschenen boek Geweld als uitdaging, over 'de betekenis van agressief gedrag bij jongeren' schrijft Van den Brink dat geweld de keerzijde is van de assertieve levensstijl in het Westen. Van den Brink stelt vast dat burgers een groter gevoel van eigenwaarde hebben, meer ruimte opeisen, hogere eisen aan elkaar stellen, maar zich ook eerder gekrenkt voelen. Daardoor neemt de tolerantie ten opzichte van 'afwijkende en onvoorspelbare gedragingen' af, en het geweld toe. Vooral onder jongeren die weinig 'affectief, cultureel en sociaal kapitaal' mee hebben gekregen. Zij hebben de meeste moeite te bepalen wat wel en niet kan.

Zowel de criminaliteit als de reactie erop zijn kortom een onderdeel van de moderne cultuur. Maar dan is het dus de vraag of we ons niet moeten neerleggen bij regelmatige uitbarstingen van morele paniek over misdaad en geweld.

Van den Brink vindt van niet. En volgens hem is er ook een alternatief voor een beleid dat zich vooral beperkt tot repressie. In zijn boek pleit hij voor een beschavingsoffensief. In het onderwijs, in het gezin en elders moeten jongeren weer leren zich aan gedragsregels te houden. In openbare ruimten moet weer toezicht komen. Het moet burgers ook vaker duidelijk worden gemaakt dat er grenzen zijn aan de menselijke autonomie. 'Je ziet al dat het idee van een beschavingsoffensief serieus wordt genomen,' zegt Van den Brink ruim een jaar na de publicatie van zijn boek. 'Dat merk je aan het huidige debat over normen en waarden. Die hindernis is dus al genomen.'

Klik hier voor veel meer artikelen (vanaf 1992).

 


Hyperlinks
| Contact | Zoeken
Copyright © 2004 michielzonneveld.nl Alle rechten voorbehouden