Enkele recente publicaties en selectie:

Etalage voor Goede

Ideeën (serie Volkskrant vanaf 18 oktober 2008))

De ontheemde arbeider (Intermediair 1 mei 2008)

Adri Duivesteijn: ‘De stilte in de PvdA is dodelijk’ (Intermediair 13 juni 2007)

Er is veel dat de PvdA-politicus en de Oranje-coach verbindt (Parool 25 november 2006)

Serie interviews lijsttrekkers PvdA, SP en VVD, mijn eerste honderd dagen als....(Intermediair, 2, 9 en 16 november 2006)

Deze titanenstrijd is misleidend (de Volkskrant, Forum, 5 oktober 2006)

Justitie laat burger zitten (de Volkskrant, Forum, 11 april 2006)

Wouter Bos is bindend leider met bindingsangst (de Volkskrant, Forum, 9 maart 2006)

Bangkok op de fiets (Parool 31 december 2005)

Freakonomics, het abortuswonder (Vrij Nederland, 6 augustus 2005, boekbespreking)

De opkomst van de klaagpoliticus (Vrij Nederland, 23 juli 2005, essay)

Tijd voor journalistieke zelfreflectie (Vrij Nederland, 2 juli 2005, boekbespreking)

Het relaas van Marcel van Dam . mega-interview (Groene Amsterdammer, 24 juni 2005)

De Ziener van Verdonk (Groene Amsterdammer, 8 april 2005, boekbespreking)

Essay abdicatie Beatrix (VN, 5 februari 2005)

Reddeloos in Zambia (VN, 22 januari 2005, reportage)

Vloeken in de rechtse kerk, waarin nieuw rechts lijkt op oud links (VN, 24 april 2004)

Veroordeeld in Thailand (VN, 5 juni 2004)

Groeten uit de hel van Thailand (VN, 13 december 2003)

Boos op Brussel, over Nederlandse Euroscepsis (VN, 13 maart 2004)

Land van kleine angsten (VN, 14 december 2002)

Artikelen

Reddeloos in Zambia

(VN, 22 januari 2005)

Als we bij de ingang van de Maximum Security Prison in Kabwe aankomen, staat het gezicht van de bewaker gespannen. 'No, no, you can't come in,' roept de man zodra hij de poort heeft geopend. Hij wijst naar een boom, een stukje verderop. In de schaduw daarvan moeten de Amsterdamse advocaat Bob Vink en ik maar wachten. Even ben ik bang dat ons bezoek aan de ter dood veroordeelde Roel Goosen niet doorgaat. Hij heeft me een week eerder via zijn ouders al gewaarschuwd dat de Zambiaanse autoriteiten niet blij zijn met buitenlanders die de gevangenis willen bezoeken. 'En op journalisten zijn ze hier al helemaal niet dol.' Altijd kan zich op het laatste moment een 'complicatie' voordoen. De week voor ons bezoek heeft de leiding van de gevangenis zelfs de Nederlandse ambassadeur, die zijn landgenoot wilde bezoeken, de toegang geweigerd. Zijn diplomatieke status en de officiële brief van de Zambiaanse minister van Justitie maakten geen indruk.
Na een minuut of twintig wordt duidelijk waarom de bewaker nerveus was. Ik zie de deur opengaan. Er komen twee gevangenen in blauwe overall naar buiten. Ze pakken een slordig in elkaar getimmerde doodskist aan en zetten die neer in de brandende zon. Ik herinner me de beklemming weer die Goosens eerste brief bij me had opgeroepen. Vooral de beschrijving van zijn leven sinds zijn arrestatie maakte toen indruk op me: hij was zwaar mishandeld, financieel uitgekleed door louche Zambiaanse advocaten, en begon zijn vertrouwen in de steun van de Nederlandse overheid te verliezen.

Ik ontving de brief afgelopen zomer en ging er meteen mee naar advocaat Bob Vink. Hij had mijn zusje bijgestaan toen ze in Thailand was gearresteerd (zie VN, 13-12-2003 en VN, 5-6-2004). Met hem had ik al vaak gepraat over het probleem dat Nederlanders die in het buitenland met de politie in aanraking komen op zichzelf zijn aangewezen. Als we de gevangenis binnenlopen, hebben we geen idee wat we kunnen verwachten.

Goosen schreef dat hier elke week twee tot drie van de dertienhonderd gevangenen sterven. 'Dat is nog gunstig vergeleken met de gevangenis in Lusaka (foto links) waar ik de eerste tijd zat,' voegde hij er cynisch aan toe. 'Daar gingen er elke dág twee tot drie dood.'

De cipiers hoeven we niet te vertellen voor wie we komen. De nu vijfendertigjarige Nederlandse zakenman is de enige blanke die in deze gevangenis voor de zwaarst gestraften zit. Uit zijn brieven wist ik al hoe hij elke dag moet zien te overleven in een cel die voor een persoon is bedoeld, maar die hij deelt met vijf andere ter dood veroordeelden. Via via weet hij nog wat extra eten en drinken te krijgen, anders zou hij zijn aangewezen op een dagelijks rantsoen van maïspap, bonen en het zwaar door lood vergiftigde drinkwater van Kabwe. Veel gevangenen hebben aids (twintig procent van de Zambiaanse bevolking is hiv-positief), tbc of malaria.

Bij een hek dat toegang geeft tot het binnenste deel van het gevangeniscomplex moeten we voor de zoveelste keer onze papieren laten zien. We worden naar de postkamer geleid, ver weg van de barakken en cellen. Er liggen stapels postpakketten voor de gevangenen. Een bewaker zit brieven te lezen die de gevangenen aan hun familie en vrienden hebben geschreven. Boven ons draait een oude ventilator.

Ontmoeting met Roel Goosen

We zijn benieuwd naar Roel Goosen. Ik weet dat hij commando is geweest. Na zijn diensttijd heeft hij verschillende banen gehad. In Zambia dacht hij zijn bestemming te hebben gevonden. Hij had grootse plannen, hoorden we van zijn ouders en vrienden. Hij was begonnen met de import van een alcoholisch mixdrankje, een variant van de Nederlandse breezers. Maar hij wilde ook contacten leggen voor grondstoffen uit Congo, coltan bijvoorbeeld, onmisbaar bestanddeel voor mobieltjes, en daardoor veel waard op de wereldmarkt. De Nederlander verdiende al geld met handeltjes in goud. Soms kocht hij wat in Lusaka, en verkocht het weer voor een veelvoud van de prijs in Zuid-Afrika. Maar de grote rendementen lieten op zich wachten. Vandaar dat hij uit zijn huis was getrokken en naar de boerderij van de ouders van zijn Zambiaanse vriendin was verhuisd. Zijn jeep had hij van de hand gedaan.

Na een minuut of tien komt Goosen binnen. Het hoofd van de ex-commando is kaal geschoren, en hij draagt kistjes aan zijn voeten. Hij is klein van stuk. Hij ziet er kwetsbaar uit als hij zegt hoe blij hij is dat we toch nog zijn gekomen. 'Ik had jullie vijf dagen geleden al verwacht. Eerlijk gezegd was ik bang dat het bezoek niet zou doorgaan. Ik heb eraan moeten wennen dat ik hier nergens op kan rekenen.' Veel van wat hij vervolgens vertelt, weten we inmiddels, maar we hebben het hart niet hem te onderbreken. Hij heeft een groot pak met aantekeningen meegenomen om vooral niets te vergeten dat voor zijn zaak relevant kan zijn. Hij praat snel, gedreven, inderdaad als een ter dood veroordeelde die voor zijn leven vecht.

De arrestatie

Vink vraagt Goosen wat hem nog bijstaat van de avond waarop hij werd gearresteerd. Het probleem is, legt hij uit, dat hij zich niet alles meer kan herinneren. Hij wijst op een groot litteken op zijn hoofd. 'Dit heb ik overgehouden aan mijn arrestatie. Er zijn later, toen de Nederlandse ambassade ervoor had gezorgd dat ik naar een ziekenhuis mocht, röntgenfoto's gemaakt. Er zat een scheur in mijn schedel.'
Hij vertelt dat hij op de avond van 30 augustus 2001 naar Sakala's Bottlestore ging in Lusaka-West. Dat is een drankwinkel waar buurtgenoten 's avonds ook wat kunnen drinken. 'Ik ben door het oerwoud komen lopen, vanaf de boerderij van de ouders van mijn Zambiaanse verloofde, een paar kilometer verderop. Ik hoopte van een van de gasten een lift te krijgen naar de stad. Daar wilde ik mijn verloofde ophalen. Ik had een wapen bij me, een Maverick-pump action gun (beter bekend als een riotgun - MZ). Dat was voor mijn eigen veiligheid. Het was toen erg gevaarlijk in dat deel van de stad. De vader van mijn verloofde is op dezelfde weg door een gewapende bende overvallen en van zijn jeep beroofd. Voor ik naar binnenging, zette ik mijn wapen neer in een huisje waar normaal gesproken een nachtwaker zit. Ik zou nooit met een wapen een café binnengaan. Als commando leer je hoe je met wapens moet omgaan.'
Daarna begint, zegt hij, het schemergebied van zijn geheugen.
Hij weet nog dat hij iemand met zijn geweer zag zwaaien en dat hij probeerde zijn wapen te pakken te krijgen toen ermee in de lucht werd geschoten. Er ontstond een worsteling. Een andere man sloeg hem uiteindelijk met de kolf van een pistool hard op zijn hoofd. Zijn volgende herinnering is dat een politieagent in zijn cel een emmer water over hem heen goot. Om te zien of hij nog leeft. Hij is eerst versuft. In zijn hoofd voelt hij een gruwelijke pijn, zijn lichaam is bedekt met bloed. In zijn been zit een schotwond. 'Jij hebt je vriendin vermoord,' zegt een politieman als hij wordt verhoord. Goosen vertelt dat hem later tot twee keer toe een pistool op zijn hoofd is gezet om hem tot een bekentenis te dwingen.
Eerst lijkt het allemaal op een gruwelijk misverstand te berusten. De Zambiaanse vriendin blijkt nog te leven en komt hem opzoeken. Haar vader bezweert dat hij alle 'problemen' snel zal oplossen. Maar een paar dagen later blijkt dat hij wordt beschuldigd van een andere moord, die in de buurt van de bar is gepleegd. Het slachtoffer is Lilian Nkhata. De vrouw bezocht die avond een gebedsbijeenkomst in het huis van de familie Mukuka. Twee getuigen zeggen dat ze na afloop een blanke man met een geweer hebben gezien. Even later zou hij naar binnen zijn gelopen en door een deur
geschoten hebben. Daarachter zat Nkhata verscholen. Ze was op slag dood. 'Die vrouw ken ik niet,' zegt Goosen. 'En als je me het huis zou aanwijzen, zou ik het niet herkennen. Ik ben rechtstreeks naar Sakala's Bottlestore gelopen, dat zweer ik. Onderweg heb ik de loop van mijn geweer steeds naar beneden gehouden.' Sindsdien voelt hij zich reddeloos. '

Als blanke ben je hier een melkkoe.

Als blanke ben je hier een melkkoe. Voor alles willen ze je laten betalen. Mijn vader heeft zelfs moeten opdraaien voor de begrafenis van het slachtoffer. Ik was daar tegen. Dat is toch een soort schuldbekentenis. Maar mijn advocaten hielden vol dat ik in grote moeilijkheden zou komen als het niet gebeurde. Sinds mijn arrestatie hebben mijn ouders al 110.000 euro moeten opbrengen.' De woede van Goosen richt zich vooral op de manier waarop zijn rechtszaak verliep. 'Mijn zaak kwam voor bij de High Court. Aanvankelijk leek alles goed te gaan. Volgens mijn advocaten zou ik worden vrijgesproken. Maar vlak voor de uitspraak overleed de rechter. Toen moest de hele rechtszaak weer opnieuw beginnen. De nieuwe rechter had nauwelijks ervaring in het strafrecht.

De getuigen waren onbetrouwbaar. Ze hebben zich gewoon door de politie laten instrueren. Toen ik in de politiecel zat kwamen de getuigen allemaal even langs en de agenten wezen op mij, zodat ze me in hun verklaringen beter konden omschrijven. De politie toonde hen soms ook mijn wapen nog even. En dan is er nog het verhaal dat ik stomdronken zou zijn geweest en onder invloed van drugs. Ik had die avond voordat ik naar Sakala's Bottlestore ging wel wijn gedronken, maar echt niet zoveel dat ik zomaar een vreemd huis binnenren en ga schieten. Drugs zou ik nooit van mijn leven gebruiken. Er is nog een aparte rechtszaak geweest voor de beschuldiging van drugsbezit. Toen heeft de rechter vastgesteld dat de getuigen en de politie hebben gelogen. Er werd zelfs ontkend dat ik zwaar ben mishandeld, maar ze wisten niet dat er in het ziekenhuis foto's waren genomen van mijn verwondingen. De opwinding was dus groot toen mijn advocaat die tijdens de zitting aan de rechter toonde. Maar diezelfde getuigen worden wel serieus genomen als ik voor moord terechtsta. Dat is toch te gek voor woorden?' Hij is in hoger beroep gegaan bij de Supreme Court. 'Mijn zaak is daar al anderhalf jaar geleden voor geweest. Ondertussen zit ik hier al drie jaar onschuldig.'

Plaats van het delict

Het drama speelde zich af op de Cha Cha Cha Road in Lusaka-West. Half november 2004 reizen Bob Vink en ik naar Zambia. Een dag na aankomst laten we ons naar die straat rijden. We zijn al een uur buiten de bebouwde kom en het asfalt heeft allang plaats gemaakt voor rode klei als we bij Sakala's Bottlestore aankomen. De zaak ziet eruit alsof er in geen maanden iemand binnen is geweest. We kijken wat rond. Vink maakt een foto van het wachthuisje waar Goosen op die avond in augustus zijn geweer neerzette. Dan gaan we op zoek naar het huis waar de vrouw is doodgeschoten. Dat blijkt nog geen honderd meter verderop te zijn. 'Dat is veel dichter bij dan ik had begrepen. Zo wordt het wel een erg sterk verhaal,' zegt Vink tegen mij. Hij somt een aantal feiten op die hij in het dossier heeft gelezen.
'Eerst zou Goosen dus iemand doodschieten. Vervolgens maakt hij zich niet uit de voeten, maar begeeft zich naar een bar die op een steenworp afstand ligt. Dan zet hij zijn wapen netjes buiten neer en gaat volgens een van de getuigen rustig een biertje drinken en een praatje maken. Alleen een krankzinnige doet zoiets.'

Voor het huis staat een jonge vrouw. We vragen haar of de deur er nog is waar destijds doorheen is geschoten. Ja, antwoordt ze, maar de man die in de kamer woont, is er niet. Vanavond is hij terug van zijn werk. Het is even over zes uur in de avond en al aardedonker als we terugkomen. De laatste kilometers tot aan het huis zorgt een enkele brandende autoband voor de enige straatverlichting. Dezelfde vrouw laat ons binnen. We moeten nog even wachten omdat de bewoner van de kamer zich is gaan wassen. De vrouw vertelt ondertussen dat ze hier al woonde toen het drama plaatsvond. Nee, ze heeft de schutter niet zelf gezien, maar wel hét schot gehoord. 'Er is toch drie keer geschoten?' vraagt Vink verbaasd.
'Er was maar één schot.' 'Maar tijdens het proces hadden de getuigen het over drie schoten,' gaat hij door.
'Het was één schot,' zegt ze beslist. 'Als er meer was geschoten, zouden er toch kogelinslagen moeten zijn geweest?' We lopen even later naar buiten, naar het muurtje waar Goosen door twee getuigen zou zijn gezien. Tijdens de zitting zei Chileshe Mukuka, indertijd de hoofdbewoonster van de woning waar de vrouw is doodgeschoten, dat ze zijn gezicht goed kon zien omdat er een 'bulblight' brandde. Een andere getuige
spreekt van een 'spotlight'.

Ik vraag of het licht aan mag. Een grote tl-balk knettert aan en de ruimte naast de muur is hel verlicht. 'Het moet niet moeilijk zijn geweest de dader te zien in dit licht,' zeg ik tegen de vrouw. 'Maar de lamp was er nog niet.' 'Was er toen een andere lamp?' 'Er was geen lamp,' zegt ze. 'We hebben hier pas sinds twee jaar elektriciteit.'
Vink is verbijsterd. 'Hoe kunnen ze Goosen dan hebben gezien?' Vink had bij het lezen van de processtukken al veel twijfels gehad over de manier waarop Goosen door zijn Zambiaanse advocaten is verdedigd. 'Het viel me meteen op dat de verdediging in het hele proces geen enkele getuige à décharge heeft opgeroepen. Ik vraag me nu echt af wat de advocaten die Goosen verdedigden, uitgevoerd hebben. Het staat voor mij vast dat ze nooit hier zijn geweest. Als ze die moeite wel hadden genomen, hadden ze voor de rechter een ijzersterk verhaal gehad tegenover de getuigen die Goosen door de lamp herkenden.'

De man die in de kamer woont waar de vrouw werd doodgeschoten, komt naar ons toe. Hij laat de deur zien. We zien hoe op schouderhoogte een redelijk gaaf rond gat provisorisch is dichtgemaakt. De man is verbaasd als hij over de schietpartij hoort. Hij woont hier nu een halfjaar en niemand heeft hem er iets over verteld. Vink maakt foto's van de voor- en achterkant van de deur. Ongeveer tachtig centimeter achter de deur is een betonnen muurtje. De vrouw moet dus wel bijna tegen de deur hebben gestaan toen het schot viel. We proberen te reconstrueren wat er is gebeurd. Volgens het post mortem-rapport is het slachtoffer overleden aan zware verwondingen in het hoofd. Het ronde gat duidt erop dat dekogels in de patroon zich niet verspreid hebben. Maar de patholoog anatoom spreekt over 'verschillende gaten in het lichaam'. Twee weken later legt Bob Vink de bevindingen voor aan Jacobus du Plessis, voormalig kolonel van de Zuid-Afrikaanse politie en ballistisch expert van de regio. Ook hij vindt het een uiterst onwaarschijnlijk verhaal. 'Het is toch al vreemd dat tijdens de rechtszitting de kogels die uit het lichaam zijn gehaald allemaal bleken te zijn verdwenen. Het enige dat is gevonden, is een kogelfragment dat in de vagina werd aangetroffen. Ik begrijp niet hoe dat daar terecht kan zijn gekomen.' Kan het ook zijn, vragen we, dat de patholoog-anatoom in deze zaak twee lijken door elkaar heeft gehaald? 'Ik heb het hele dossier bestudeerd,' zegt de oud-politiekolonel. 'In deze zaak zou ik niets willen uitsluiten.'

We zijn die avond in Lusaka-West ook erg benieuwd naar wat Chileshe Mukuka te vertellen heeft. In het dossier lijkt ze ons de belangrijkste getuige. Zij is een van de twee mensen die zeggen dat ze Goosen na afloop van de gebedsdienst met zijn geweer in de aanslag hebben gezien. Bovendien was zij die avond de gastvrouw van de biddende buurtgenoten. Zij kan ons om te beginnen meer vertellen over het slachtoffer. We weten eigenlijk niet meer dan dat Nkhata begin dertig was en op de fatale avond haar kind bij zich had. Daarnaast willen we meer weten over het aantal schoten. En over de lamp waardoor zij het slachtoffer zou hebben herkend. Het gezin Mukuka is verhuisd en we rekenen er niet op dat we ze vanavond nog zullen ontmoeten. Maar juist op het moment dat we willen vertrekken, komt er een jongen langs. 'Mister Mukuka wants to see you,' zegt hij. Ze blijken nu in een huis een stukje verderop te wonen. De huiskamer zit vol als we binnenkomen. De vele kinderen staren ons nieuwsgierig aan. De televisie staat hard aan. Meneer Mukuka schudt ons de hand en wijst ons een stoel. Hij wil eigenlijk niet te veel zeggen. De mensen hier willen niet dat de zaak nog eens wordt opgerakeld, zegt hij. Even later komt zijn vrouw binnen. Ze zegt tegen haar man dat hij de televisie moet uitzetten. Dat is meteen het laatste dat we van haar verstaan. Ze praat Nyanja tegen haar man, een van de vele lokale talen van Zambia. De man vertelt ons dat zijn vrouw vindt dat alles al tijdens het proces is gezegd. 'Goosen did not want to kill her. I think it was an accident,' zegt meneer Mukuka nog als hij bij de auto afscheid neemt. Ik vraag hem of hij er drie jaar geleden bij was. Hij antwoordt dat hij die avond naar de kerk was. Op de terugweg bedenk ik pas dat het eigenlijk vreemd is om naar de kerk te gaan op de avond dat je buurtgenoten thuis hebt uitgenodigd voor een gebedsdienst.

'In Nederland zou dit voor mij een makkelijke zaak zijn,' zegt Vink als we na ons bezoek in de lobby van ons hotel nog iets drinken. 'De getuigeverklaringen zijn tegenstrijdig. Goosen wordt beschreven met kleding die hij die avond niet aanhad. Bijna al het belangrijke bewijsmateriaal is verdwenen. En de ballistisch expert is nooit komen opdagen. Die had met zekerheid kunnen vaststellen of het kogelfragment uit het geweer van Goosen kwam. Er is kortom te veel twijfel om hem te kunnen veroordelen. Het probleem is alleen dat we niet in Nederland zijn.'

Als we weggaan uit Zambia weten we nog niet wanneer de uitspraak in hoger beroep zal zijn. We zijn in Lusaka twee keer vergeefs naar het gebouw van de Supreme Court gegaan om daar naar te informeren. We praten daar ook met de Zambiaanse advocaat Nick Chanda, die Goosen in de laatste fase van zijn zaak bijstond. Hij rekent erop dat de uitspraak er heel snel zal zijn. Chanda is optimistisch over de afloop. Er is zoveel twijfel in deze zaak dat de Supreme Court eigenlijk weinig anders kan dan doen zijn cliënt vrijspreken. Goosen reageert sceptisch als we hem dat bij een tweede bezoek vertellen. 'Een jaar geleden zei hij ook al dat hij snel een uitspraak verwachtte.'

Op 8 december 2004, twee weken na ons vertrek, komt het vonnis er toch. Helaas komt het tweede deel van de voorspelling van Goosens advocaat niet uit. De doodstraf wordt bevestigd. Het is de uitkomst waarmee Goosen, ondanks al zijn eerdere ervaringen, eigenlijk geen rekening wilde houden. Dat neemt niet weg dat hij tijdens ons tweede bezoek aan de gevangenis wel al hardop heeft nagedacht over de mogelijkheid van het ergste scenario. Tot een executie zal het waarschijnlijk niet komen, vermoedt hij. Sinds 1997 is dat niet meer voorgekomen en de huidige president Levy Mwanawasa wil niet meewerken aan de uitvoering van de doodstraf. Er is zelfs een kans dat de president gratie zal verlenen. 'Maar ik weet niet wat dat in mijn situatie betekent,' zegt Goosen. Hij heeft gehoord dat in dat soort gevallen ook wel een lange gevangenisstraf wordt uitgesproken. 'Het probleem is,' vertelt Bob Vink hem, 'dat de discussie tussen Nederland en Zambia vervolgens vooral over die doodstraf gaat. Je kunt niet uitsluiten dat je vervolgens een straf van twintig jaar krijgt, en dat daarmee de discussie eindigt. Het is een gemiste kans dat er niet veel kritischer is gekeken naar de hele rechtsgang. Het zou toch de taak van de overheid, en dus van elke ambassade, moeten zijn om erop toe te zien dat een landgenoot een eerlijk proces krijgt?'

Vink heeft inmiddels namens Goosen een gratieverzoek ingediend.


Michiel Zonneveld
Vrij Nederland
22 januari


 

Klik hier voor veel meer artikelen (vanaf 1992).

 


Hyperlinks
| Contact | Zoeken
Copyright © 2004 michielzonneveld.nl Alle rechten voorbehouden