Enkele recente publicaties en selectie:

Etalage voor Goede

Ideeën (serie Volkskrant vanaf 18 oktober 2008))

De ontheemde arbeider (Intermediair 1 mei 2008)

Adri Duivesteijn: ‘De stilte in de PvdA is dodelijk’ (Intermediair 13 juni 2007)

Er is veel dat de PvdA-politicus en de Oranje-coach verbindt (Parool 25 november 2006)

Serie interviews lijsttrekkers PvdA, SP en VVD, mijn eerste honderd dagen als....(Intermediair, 2, 9 en 16 november 2006)

Deze titanenstrijd is misleidend (de Volkskrant, Forum, 5 oktober 2006)

Justitie laat burger zitten (de Volkskrant, Forum, 11 april 2006)

Wouter Bos is bindend leider met bindingsangst (de Volkskrant, Forum, 9 maart 2006)

Bangkok op de fiets (Parool 31 december 2005)

Freakonomics, het abortuswonder (Vrij Nederland, 6 augustus 2005, boekbespreking)

De opkomst van de klaagpoliticus (Vrij Nederland, 23 juli 2005, essay)

Tijd voor journalistieke zelfreflectie (Vrij Nederland, 2 juli 2005, boekbespreking)

Het relaas van Marcel van Dam . mega-interview (Groene Amsterdammer, 24 juni 2005)

De Ziener van Verdonk (Groene Amsterdammer, 8 april 2005, boekbespreking)

Essay abdicatie Beatrix (VN, 5 februari 2005)

Reddeloos in Zambia (VN, 22 januari 2005, reportage)

Vloeken in de rechtse kerk, waarin nieuw rechts lijkt op oud links (VN, 24 april 2004)

Veroordeeld in Thailand (VN, 5 juni 2004)

Groeten uit de hel van Thailand (VN, 13 december 2003)

Boos op Brussel, over Nederlandse Euroscepsis (VN, 13 maart 2004)

Land van kleine angsten (VN, 14 december 2002)

Artikelen

Datum: 02-07-2005
Pagina: 054

Rubriek: Republiek der Letteren

Auteur: ZONNEVELD, M.

Politiek De valkuilen van de medialogica

Tijd voor journalistieke zelfreflectie
Door Michiel Zonneveld

In het tijdperk van de medialogica dient de journalistiek niet meer de publieke zaak, maar staat ze in het teken van de strijd om de gunst van kijker en lezer. Drie boeken over hoe dat het zicht op de werkelijkheid kan vertroebelen.

Wordt het niet tijd dat de journalistiek zich gaat verantwoorden voor de manier waarop ze de macht controleert en uitoefent? Voormalig journalist en PvdA-kamerlid Marja Wagenaar volgt in haar onlangs verschenen boek Het einde van de buitenspelcultuur de kritiek van politici als minister Donner van Justitie. Volgens haar 'beklijft het beeld van de journalistiek als gesloten gemeenschap met weinig openbare neigingen tot zelfreflectie en zelfkritiek'. Volkskrant-journalist Jan Hoedeman eindigt De strijd om de waarheid op het Binnenhof zelfs met de volgende dramatische woorden: 'Als de strijd om de waarheid wordt gestreden zonder dat de pers zich verantwoordt, onttrekt zij zich aan haar democratische plicht en knaagt zij aan het fundament van de persvrijheid.'

Een dergelijke oproep is niet te vinden in Politiek en media in verwarring. In deze bundel blikken wetenschappers, drie jaar na dato, terug op de twee verkiezingscampagnes in 2002 en 2003. Maar de bijdrage van Philip van Praag en Wilbert Geijtenbeek maakt wel duidelijk dat er op zijn minst aanleiding is om de oproep van Wagenaar en Hoedeman tot zelfreflectie serieus te nemen. De auteurs beschrijven nu eens niet hoe Pim Fortuyn profiteerde van de moderne mediawetten, maar PvdA-leider Wouter Bos. Het is onmiskenbaar dat het eerste grote verkiezingsdebat van RTL van begin januari 2003 een enorme impuls betekende voor de PvdA-campagne voor de laatste Tweede-Kamerverkiezingen, schrijven ze. Daarna werd in korte tijd het grootste deel van de in 2002 verloren aanhang teruggewonnen. Maar het was zeker niet zo dat de grote meerderheid van de kijkers hem al meteen als triomfator beschouwde, en zijn rivaal Gerrit Zalm als verliezer. Bos profiteerde van de berichtgeving die volgde op het debat.

Het begon voor Bos in 2003 al goed met de analyse die enkele deskundigen na afloop van het RTL-debat mochten geven. Journalist Jan Tromp bombardeerde de PvdA-leider in de studio tot 'de ontdekking van de avond'. Oud-LPF-minister Herman Heinsbroek vond ook dat Bos beter overkwam dan de andere lijsttrekkers en was vervolgens buitengewoon kritisch over VVD-voorman Gerrit Zalm. De commentaren van Heinsbroek en Tromp zetten de toon voor de rest van de verkiezingscampagne nog niet volledig. Niet alle media oordeelden even negatief over Zalm en ook over het optreden van SP-leider Jan Marijnissen en Jan Peter Balkenende waren de meningen verdeeld.

Het RTL-journaal van een dag later gaf de doorslag. Dat opende met het nieuws dat Wouter Bos volgens de kiezers de grote winnaar en Zalm de grote verliezer was. Veertig procent vond de PvdA-lijsttrekker de beste, meldde RTL op basis van een onderzoek van het bureau Intomart. Drieënvijftig procent beoordeelde Zalm als de 'slechtste'. RTL-verslaggever Frits Wester voegde daar tijdens de uitzending een voor de VVD-leider pijnlijk detail aan toe: ook negenendertig procent van de VVD-kiezers zag hem als de grote verliezer. Het nieuws wordt door alle media overgenomen. Het NOS Journaal laat bijvoorbeeld een vrolijke Wouter Bos zien die bloemen uitdeelt in Rotterdam. Verslaggever Job Frieszo duidt de positie van Zalm als volgt: 'Zalm kampt met een slecht imago.'

Het vervolg is bekend. Na dat eerste debat staat de campagne in het teken van de opkomst van Bos, de ondergang van Zalm en de grote nek-aan-nekrace tussen PvdA en CDA. Marijnissen krijgt nauwelijks meer aandacht en de winst van zijn partij in de peilingen verschrompelt.

Het is daarom achteraf ontluisterend te lezen dat voor het verloop van de verkiezingen zo cruciale onderzoek de mening van slechts honderdvijftig kijkers is gevraagd. Onder de respondenten zaten zeventien mensen die van plan waren VVD te stemmen. Toch trok Wester uit het onderzoek de vergaande conclusie over de onvrede bij VVD-kiezers over Zalm. Nog ontluisterender is dat geen van de andere media het nodig vond om kritische vraagtekens te zetten bij de waarde van het onderzoek.

De gang van zaken rond en na het RTL-debat stemt niet erg optimistisch over de manier waarop de politiek wordt verslagen. De teneur van de drie boeken is daarbij niet dat er sprake is van bewuste manipulatie door 'de media'. In de inleiding van de bundel Politiek en Media in verwarring schrijven de samenstellers Kees Brants en Philip van Praag dat er een algemene ontwikkeling gaande is van Public Logic naar Media Logic. In de tijd dat de Public Logic domineerde (tijdens de jaren na de verzuiling) voelden journalisten zich medeverantwoordelijk voor het welzijn van de samenleving en de democratie. In het belang van de burger werd de politicus kritisch gevolgd. In het tijdperk van de Media Logic gaat het niet meer om de publieke zaak, maar de onderlinge concurrentie om de kijker en de lezer. Nieuws moet daarom 'lekker' en spannend zijn. Inhoudelijke verslaggeving legt het dan al snel af. Bovendien krijgen de journalisten zelf een belangrijkere rol. Ze interpreteren het nieuws vaker. Of plaatsen het in een door hen bedachte context.

Brants en Van Praag houden bij deze analyse wel wat slagen om de arm. Nog altijd neemt de inhoudelijke verslaggeving een zeer substantieel deel van het nieuws in beslag. Dat soort reserves neemt Wagenaar niet in acht. 'Vroeger had je op televisie informatie en entertainment, duidelijk onderscheiden van elkaar. Tegenwoordig is er infotainment met de nadruk op sensatie en lifestyle-achtige luchtigheid waardoor ieder onderscheid zoek dreigt te raken,' schrijft ze. Volgens haar leidt de toegenomen concurrentie tot 'een journalistieke monocultuur gekenmerkt door vervlakking, gebrek aan verscheidenheid en onzorgvuldige berichtgeving'. Haar analyse is vooral somber omdat er in deze door onderlinge concurrentie gedreven media steeds minder ruimte zou zijn voor autonoom handelende journalisten. Dat maakt haar verlangen naar meer zelfreflectie overigens nogal paradoxaal. Want wat heeft dat dan nog voor zin?

Hoedeman is weer genuanceerder. Hoe kan het ook anders? Hij is de afgelopen achttien jaar zelf parlementair journalist geweest. Eerst voor het weekblad Elsevier en daarna de Volkskrant. Maar het zeer leesbare boek (waarmee hij afscheid neemt van het Binnenhof) is ongewild een mooie illustratie hoe een journalist inderdaad gevangen kan raken in de medialogica. Hoedeman is er bijvoorbeeld nog steeds trots op dat hij de nieuwe PvdA-leider Ad Melkert wist te ontlokken dat hij graag coquilles saint jacques bereidt. Politiek beschrijft Hoedeman als een jungle, waarin iedereen eropuit is elkaar streken te leveren, of coups te plegen. Zijn vocabulaire is doorspekt met hyperbolen. Als een politicus klaagt over satire over het koningshuis, introduceert hij de term Satiregate (een verwijzing naar de Watergate-affaire die president Nixon nekte). En zo schrijft hij over 'Mabelgate', en Taiwangate (een paar kamerleden lieten de gastheren voor reis en verblijf van echtgenotes betalen). Drie dissidente kamerleden in de PvdA noemt hij, vrij naar de recente Chinese geschiedenis, 'de bende van drie'. Je kunt je ook afvragen of de toegenomen belangstelling van journalisten als Hoedeman voor het koningshuis is ingegeven door het grote staatkundige belang van de monarchie of het soapkarakter van de verwikkelingen in het Koninklijk Huis.

De medialogica bepaalde ook het ritme van de verslaggeving van de laatste verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer. Wouter Bos bleek in het najaar van 2002 perfect getypecast voor een hoofdrol in een meeslepend drama, zo wordt weer eens duidelijk als je Politiek en media in verwarring leest. Daar was de jonge held die door zijn partij na een verwoestende nederlaag op het schild werd gehesen. Een knappe jongen die zich gemakkelijk tussen de mensen bewoog. Al snel leek hij de meeste kansrijke uitdager van Jan Peter Balkenende en het CDA. De hele campagne wordt dan verslagen als een horse race tussen de twee grote partijen. Het drama ging richting hoogtepunt als Bos door Balkenende werd uitgedaagd om met een eigen kandidaat-premier te komen. Tot de aanwijzing van Cohen waren alle media in de ban van het gezelschapsspel: wie wordt de PvdA-kandidaat. Het verhaal eindigde met een apotheose: het CDA blijft op het nippertje de grootste partij.

Een interessante vraag is of de door het referendum over de Europese Grondwet weer opgelaaide discussie over 'de crisis van de democratie' niet ook veel mee te maken heeft met de behoefte aan drama. De ene na de andere noodklok wordt geluid. De veenbrand van 2002 zou doorwoeden. Er is een kloof, een gezagscrisis, de kiezers zijn wispelturiger dan ooit, et cetera.

In deze tijd is het boek Politiek en media in verwarring van de drie boeken daarom het meest verrassend. De meeste sombere analyses die Marja Wagenaar zonder aarzeling onderschrijft (haar boek gaat over 'de crisis', van 'de democratie'), worden hier kritisch tegen het licht gehouden. Zo stellen de auteurs op basis van het Nationaal Kiezersonderzoek vast dat het percentage mensen dat tevreden is over de politiek tussen 2000 en 2003 weliswaar sterk is gedaald, maar nog altijd hoger dan in de jaren zeventig en tachtig. In het boek wordt ook afgerekend met de overigens prachtige metafoor van socioloog Kees Schuyt dat de kiezers als stuifzand zijn, die met het geringste zuchtje wind alle kanten opwaaien. Het hoofdstuk 'De Kiezer op drift' maakt juist duidelijk dat kiezers veel consistenter zijn in hun opvattingen en keuzen dan wordt aangenomen. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat al meer dan tien jaar dat ongeveer een kwart van de bevolking vindt dat migranten zich volledig aan de Nederlandse samenleving dienen aan te passen. Het wachten was op het moment dat er een enigszins aanvaardbare partij zou zijn die dit standpunt verwoordde. De conclusie is dus dat in 2002 niet de kiezer veranderde, maar het keuzepakket.

Verder wordt duidelijk dat maar weinig kiezers van links naar rechts (of omgekeerd) zwaaiden. Veruit de meeste kiezers stemden op de partij die tijdens een opiniepeiling van een jaar daarvoor ook al hun keus was. Als ze van keuze veranderden, switchten ze vrijwel altijd naar een ideologisch verwante partij of stemden ze niet (dit gold in 2002 vooral voor de PvdA-aanhang).

Nog interessanter zijn de uitkomsten als burgers wordt gevraagd de verschillende politieke partijen een cijfer tussen 1 en 10 te geven. Die waarderingscijfers blijken niet spectaculair te veranderen. Zelfs bij de kiezers die zich in 2002 van de PvdA afkeerden, of niet gingen stemmen, bleef de waardering voor de PvdA relatief hoog. Dat ze in 2002 niet op de PvdA stemden, heeft met allerlei oorzaken te maken: een eenmalige proteststem om 'ze' een lesje te leren, een net iets hogere waardering voor een andere partij, afkeer van de lijsttrekker, of het idee dat het na de moord op Fortuyn nodig is dat het CDA sterk uit de bus komt omwille van een minimum aan stabiliteit.

Deze cijfers maken meteen duidelijk hoe het mogelijk was dat Wouter Bos de verloren aanhang zo snel weer terug won. En ze relativeren gelukkig ook de dwingende werking van de medialogica op het gedrag van de kiezer.

Politiek en media in verwarring.
De verkiezingscampagnes in het
lange jaar 2002
Door Kees Brants en Philip van
Praag (red)
Het Spinhuis, 287 p., € 23,50
De strijd om de waarheid op het
Binnenhof
Door Jan Hoedeman
Meulenhoff, 256 p., € 17,95
Het einde van de buitenspel-
cultuur. Een democratisch
antwoord op het populisme
Door Marja Wagenaar
Bert Bakker 2005, 231 p., € 18,95
Bos, 7 april 2003
roel rozenburg

Copyright © 2005 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)

Klik hier voor veel meer artikelen (vanaf 1992).

 


Hyperlinks
| Contact | Zoeken
Copyright © 2004 michielzonneveld.nl Alle rechten voorbehouden