Enkele recente publicaties en selectie:

Etalage voor Goede

Ideeën (serie Volkskrant vanaf 18 oktober 2008))

De ontheemde arbeider (Intermediair 1 mei 2008)

Adri Duivesteijn: ‘De stilte in de PvdA is dodelijk’ (Intermediair 13 juni 2007)

Er is veel dat de PvdA-politicus en de Oranje-coach verbindt (Parool 25 november 2006)

Serie interviews lijsttrekkers PvdA, SP en VVD, mijn eerste honderd dagen als....(Intermediair, 2, 9 en 16 november 2006)

Deze titanenstrijd is misleidend (de Volkskrant, Forum, 5 oktober 2006)

Justitie laat burger zitten (de Volkskrant, Forum, 11 april 2006)

Wouter Bos is bindend leider met bindingsangst (de Volkskrant, Forum, 9 maart 2006)

Bangkok op de fiets (Parool 31 december 2005)

Freakonomics, het abortuswonder (Vrij Nederland, 6 augustus 2005, boekbespreking)

De opkomst van de klaagpoliticus (Vrij Nederland, 23 juli 2005, essay)

Tijd voor journalistieke zelfreflectie (Vrij Nederland, 2 juli 2005, boekbespreking)

Het relaas van Marcel van Dam . mega-interview (Groene Amsterdammer, 24 juni 2005)

De Ziener van Verdonk (Groene Amsterdammer, 8 april 2005, boekbespreking)

Essay abdicatie Beatrix (VN, 5 februari 2005)

Reddeloos in Zambia (VN, 22 januari 2005, reportage)

Vloeken in de rechtse kerk, waarin nieuw rechts lijkt op oud links (VN, 24 april 2004)

Veroordeeld in Thailand (VN, 5 juni 2004)

Groeten uit de hel van Thailand (VN, 13 december 2003)

Boos op Brussel, over Nederlandse Euroscepsis (VN, 13 maart 2004)

Land van kleine angsten (VN, 14 december 2002)

Artikelen

 

Intermediair, 2 november 2006, 9 november 2006 en 16 november 2006.

Mijn eerste 100 dagen -Wat Wouter Bos als premier zou doen

(intro bij serie)

De eerste honderd dagen van een nieuwe regering kunnen doorslaggevend zijn voor het welslagen ervan. Zie Franklin D. Roosevelt, die met een daadkrachtige eerste drie maanden een van de meest succesvolle regeringsperioden inluidde. Wat zouden Nederlandse politieke leiders, met de verkiezingen in het vooruitzicht, die eerste maanden doen als ze het absoluut voor het zeggen hadden? In een korte serie ontvouwen drie van hen hun plannen.

Mythische betekenis
Coalitieland
‘We gaan niet alles weer op z’n kop zetten’

‘Wat zou u de eerste honderd dagen doen als u het na de verkiezingen helemaal voor het zeggen had?’ Dat is de vraag die de komende weken achtereenvolgens door de lijsttrekkers Wouter Bos (PvdA), Mark Rutte (VVD) en Jan Marijnissen (SP) in Intermediair wordt beantwoord. Wouter Bos noemt het vandaag in de eerste aflevering terecht een vraag met een hoog theoretisch gehalte. Het Nederlandse kiesstelsel, en de binnenlandse verhoudingen, sluiten nu eenmaal uit dat een partij hier ooit een absolute meerderheid haalt.
Het idee dat de eerste honderd dagen beslissend zijn, is dan ook niet afkomstig uit de Nederlandse politiek, maar uit de Amerikaanse. Het was president Franklin D. Roosevelt die zijn presidentschap in 1933 een kickstart gaf door in de eerste maanden niet minder dan vijftien vérgaande wetsvoorstellen in te dienen. Zijn New Deal politiek ging uit van een ver doorgevoerde overheidsinterventie. De goudstandaard werd verlaten, de export van goud verboden, de ambtenarensalarissen verlaagd, er kwam een werkloosheidsuitkering en een banenplan voor jongeren.
Roosevelts presidentschap geldt nog steeds als het meest succesvolle in de Amerikaanse geschiedenis: de werkloosheid daalde van dertien naar negen miljoen. De omzet in de industrie en het inkomen van de boeren verdubbelde. En misschien nog wel het belangrijkste: defaitisme maakte plaats voor optimisme.

Mythische betekenis
fotografie Martin Dijkstra

Hoewel de vergelijking tussen de Nederlandse en Amerikaanse politiek niet opgaat, hebben ‘de honderd dagen’ ook in Nederland een enigszins mythische betekenis. Vaak is de periode aanleiding voor krantenstukken waarin een eerste balans van een nieuw aangetreden kabinet wordt opgemaakt. Sommige politici gebruiken het als een eerste moment om verantwoording af te leggen.

In het bedrijfsleven en het (semi-)overheidsmanagement bestaat bij veel mensen de overtuiging dat de eerste maanden zelfs beslissend zijn voor het succes van een leider. Dat geldt zeker voor managers in crisistijd. In die zin geldt de beginperiode van Roosevelt zeker als model. Hij trad aan in een periode dat Amerika de diepste recessie uit zijn bestaan beleefde. Bovendien maakte hij van het momentum van zijn verkiezingsoverwinning gebruik om zijn potentiële politieke tegenstanders te overrompelen: tegen de tijd dat de oppositie zich kon organiseren, waren de belangrijkste voorstellen al door het Congres gejaagd.
In het bedrijfsleven wordt de kritiek door de crisismanagers toegepast. Als het personeel nog maar net bekomen is van het vertrek van de nieuwe baas, moeten de bakens al verzet zijn, en de meest ingrijpende beslissingen al genomen.

Coalitieland
In verkiezingstijd is een plan voor de eerste maanden natuurlijk een goede manier om zichtbaar te maken welk beleid je na de verkiezingen voorstaat. Het is overigens niet zo dat de kiezer dat automatisch beloont. De laatste die kort voor de verkiezingen een 100-dagenplan presenteerde, was Ad Melkert. Iedereen weet hoe het hem in 2002 is vergaan. Aan de andere kant blijft het een goede manier om het eens een keer echt over beleid te hebben. Het nadeel van een coalitieland is nu eenmaal dat veel tijd verloren gaat aan vragen als: wie gaat straks met wie? Of: hoe is de persoonlijke chemie tussen de heren en de dames?
In de serie ontbreekt helaas één naam: die van de huidige premier Jan Peter Balkenende. De overweging van het CDA is dat er onder de lezers van Intermediair onvoldoende zwevende kiezers zouden zijn. Daarom houden we het de komende weken bij de lijsttrekkers van de drie andere grote partijen: Bos, Rutte en Marijnissen. Hoe zien hun eerste honderd dagen als premier eruit?

(interview 2 novenber:)

De eerste honderd dagen van Wouter Bos:

'We gaan niet alles weer op z’n kop zetten’

De absolute macht hebben – het zou hem tegenstaan. Als hij eenmaal een geschikte coalitiepartner had gevonden, zou Wouter Bos er de eerste honderd dagen van zijn premierschap hard tegenaan gaan.


Zeven bewindslieden
Hypotheekrenteaftrek
Opruiming bij de overheid
Ontslagrecht


Wouter Bos begint een beetje onwillig, als ik hem laat op de avond op het PvdA-hoofdkantoor aan de Amsterdamse Herengracht ontmoet. Hij moet zich dan ook het ondenkbare voorstellen: wat hij de eerste honderd dagen zou doen als zijn partij bij de komende verkiezingen de absolute meerderheid haalt. ‘Ik zou het eerlijk gezegd nogal ongezond vinden als het gebeurde. Dat leidt al snel tot arrogantie van de macht. Het eerste wat ik na zo’n overwinning waarschijnlijk doe, is tóch een coalitiepartner zoeken. Dat deed de PvdA ook nadat ze in sommige deelraden in Amsterdam en Rotterdam meer dan de helft van de zetels haalde. Maar het blijft natuurlijk een lapmiddel. Als één partij een absolute meerderheid heeft, krijg je vrijwel altijd toch een situatie waarin de kleinere partij in een coalitie niet echt meetelt.’

Zeven bewindslieden
Met welke partij zou u willen samenwerken?

‘Ik ga in elk geval geen enkele serieuze partij uitsluiten. Het is jammer dat de VVD zich erop lijkt vast te leggen alleen met het CDA te willen regeren. Dat leidt tot een totale verkramping van de verhoudingen.’

Wat zou uw eerste beleidsdaad als premier zijn?

‘Vóór ik minister-president ben, moet er eerst nog een kabinet gevormd worden. Als het aan mij ligt, moeten we beginnen met wat hoofdlijnen vast te leggen. Op hooguit twee pagina’s zetten we een aantal globale doelstellingen en uitgangspunten zoals voor het begrotingsbeleid op papier. Meer niet. Dat wil ik ook als we geen meerderheid halen en met de andere partijen een coalitie sluiten. De formatie kan dus heel kort zijn. Het eigenlijke regeerakkoord moet door de ministers van het nieuw te vormen kabinet geschreven worden.’

Hoe zit dat kabinet eruit?

‘Het wordt een kabinet met zeven bewindslieden, de premier meegerekend. Alleen Financiën en Algemene Zaken blijven bestaan. De hele buitenlandhoek gaat samen in Buitenlandse Zaken. Binnenlandse Zaken en Justititie gaan samen in Bestuur en Recht. Ik denk verder aan een bewindspersoon van “Zorg en Zekerheid”, waar dus ook de sociale zekerheid onder valt, en een van “Ruimte” en een van “Kennis en Economie”. Onder de leden van dit kernkabinet vallen twintig departementsministers, verantwoordelijk voor de uitvoering; de functie van staatssecretaris verdwijnt. Dat betekent dus dat niet elk ministerie rechtstreeks met een persoon in het kabinet is vertegenwoordigd. Dat is de beste manier om de bestaande verkokering tegen te gaan en de besluitvorming in de Trêveszaal te verbeteren.’

Is het niet verstandiger die ministers te binden aan een akkoord?


‘Nee, ik wil de eerste honderd dagen juist gebruiken om het regeerakkoord te schrijven. Het is niet goed dat wanneer een minister wordt benoemd, het beleid al min of meer vastligt. De nieuwe ministers moeten meteen met ambtenaren, maar vooral met de uitvoerders, om de tafel om gezamenlijk plannen op te stellen. De minister die verantwoordelijk is voor het onderwijs kan dan bijvoorbeeld met leraren en andere mensen uit de onderwijssector een plan bedenken om te voorkomen dat jongeren van school afgaan voor ze een diploma hebben. De bewindspersoon die verantwoordelijk is voor integratie kan onder andere met buurtregisseurs en vertegenwoordigers van minderhedenorganisaties werken aan een plan tegen radicalisering van jongeren. De bewindspersoon die verantwoordelijk is voor de sociale zekerheid praat onder andere met directeuren van de Centra voor Werk en Inkomen, en de verantwoordelijke wethouders over een plan van aanpak tegen uitkeringsfraude, of over plannen om werkzoekenden beter aan een baan te helpen. Door met mensen uit de praktijk plannen te maken, zorg je ervoor dat ook naar de uitvoerbaarheid wordt gekeken. Te veel Haagse plannen sterven nu nog in schoonheid. Verder verzeker je je zo beter van steun voor je beleid.’

Wie wilt u zeker in uw kabinet?


‘Daar ga ik echt geen uitspraken over doen. Ik denk aan mensen van buiten Den Haag. Maar als ik hun naam noem, krijgen ze problemen in hun huidige werkkring. Als ik namen uit Den Haag noem, krijg je weer dat collega’s denken: “En waarom noemt hij mij niet?”.’


Hypotheekrenteaftrek
Wat wordt uw eerste beleidsdaad?

‘Ik denk aan verschillende dingen. Er moet snel een onafhankelijk onderzoek komen naar de hele besluitvorming die leidde tot de steun aan de laatste oorlog met Irak. Het belangrijkste argument voor de aanval was de dreiging van massavernietigingswapens die dat land zou hebben. Nu vast is komen te staan dat die wapens er niet zijn, is de vraag in welke mate we bewust misleid zijn. Nota bene in de Verenigde Staten en Engeland is zo’n onderzoek er wel geweest. Waarom hier dan niet?
‘Als we fiscaal zaken willen veranderen, kunnen we dat beter ook heel snel aankondigen. Als je de hypotheekrenteaftrek wilt beperken, moet je daar zo snel mogelijk duidelijkheid over willen verschaffen. ‘Maar mijn uiteindelijke keuze valt op de aankondiging van een generaal pardon voor de asielzoekers die onder de oude vreemdelingenwet een verblijfsvergunning hebben aangevraagd.’

President Roosevelt stuurde in 1933 in zijn eerste honderd dagen een groot aantal vérgaande wetsvoorstellen naar het parlement. Doet u dat ook?


‘Ik zie niet zo veel in grote, ingrijpende, wetswijzigingen. Ik vind dat we af moeten van het geloof dat we alleen maar dingen kunnen bereiken als we systemen wijzigen en wetten maken. Volgens mij is het nu juist tijd om de aandacht te verleggen naar de uitvoering en te kijken wat daar beter kan. In plaats van de uitvoering te chaotiseren door weer alles op zijn kop te zetten. Ik denk dus niet zo in termen van grote wetswijzigingen, wel in termen van plannen en initiatieven.’

Ok, noem vier initiatieven die in de eerste dagen gelanceerd worden.


‘In willekeurige volgorde zeg ik dan: een groot plan met daarin alles wat met kinderopvang, voor-, tussen- en naschoolse opvang te maken heeft. Daarmee maak je het leven van werkende ouders gemakkelijker, en zorg je ervoor dat het voor veel vrouwen mogelijk wordt een baan te nemen, of zich te laten scholen. Verder willen we binnen een paar maanden duidelijk maken hoe we ervoor zorgen dat we in 2020 de schoonste en efficiëntste energievoorziening van Europa hebben. Een fantastisch initiatief met potentieel grote effecten op het gebied van zowel innovatie als natuurlijk duurzaamheid en energievoorziening. Een derde punt is dat we de oorlog verklaren aan de segregatie in Nederland. Je ziet de wijken in Nederland helaas uit elkaar groeien. We gaan alles doen om de groei van het aantal zwarte scholen tegen te gaan. Ook als je daartoe het bijzonder onderwijs verplicht bepaalde leerlingen aan te nemen. Tot slot wil ik een groot aanvalsplan tegen de armoede. Het is niet alleen een kwestie van meer geld. Wethouders moeten meer ruimte krijgen om bijvoorbeeld bijzondere bijstand te gebruiken.’

Stel: het Centraal Planbureau (CPB) komt een week na uw verkiezingszege met sombere cijfers. De economische groei pakt een procent lager uit dan eerder berekend. Welke plannen uit het PvdA-programma sneuvelen?

‘We zullen onze uitgaven dan niet verlagen. Ons programma is voorzichtig. Zelfs als de komende jaren de economische groei niet hoger dan 1,75 procent is, komen we uit op een overschot. We willen een begrotingsbeleid voeren dat niet hoeft te reageren op conjuncturele mee- en tegenvallers.’

De laatste jaren leren dat een lagere groei, en zelfs een recessie, niet is uitgesloten.

‘Door conjuncturele schommelingen kan er tijdelijk een tekort ontstaan. Dat is de afgelopen jaren onder Zalm ook gebeurd. Pas als er ook op de lange termijn een tekort dreigt te blijven bestaan, gaan we ingrijpen.’

Wat doet u als het CPB een maand na uw aantreden juist een hogere groei voorspelt. Gaat er dan meer geld naar armoedebestrijding?

‘Nee, hier geldt hetzelfde principe. In dat geval gebruiken we de extra inkomsten voor het aflossen van de staatsschuld.’



Opruiming bij de overheid

De PvdA boekt in haar programma met 3,6 miljard wel een erg grote bezuiniging in onder de post ‘overheid’. Rekent u zich niet rijk?

‘Een groot deel van dat bedrag halen we binnen door te snijden in de bestuurslagen. In ons programma noemen we de waterschappen als voorbeeld. Maar je kunt ook vraagtekens hebben bij de deelraden. Het is werkelijk onvoorstelbaar hoeveel tijd en energie er in alle bestuurlijke drukte gaat zitten. Daar is heel veel te winnen. Er is toch iets mis als de deelraad van Amsterdam-Zuid zich met de architectuur van het Rijksmuseum gaat bemoeien?’

Maar de PvdA wil ook nog eens 2,2 miljard euro weghalen bij de Rijksoverheid. Onder andere door het vervangen van denkers door doeners. Zelfs als u alle beleidsambtenaren ontslaat, wordt het erg lastig dat bedrag te halen.

‘Dat klopt. Naar aanleiding van de kritiek van het CPB hebben we de plannen dan ook bijgesteld. We nemen nu een paar jaar langer de tijd om onze doelen te bereiken, en boeken voor de komende jaren dus een lagere bezuiniging in. Het is verder een misverstand dat we alleen gokken op het ontslaan van beleidsambtenaren. Het gaat zoals gezegd ook om het opruimen van onnodige bestuurslagen.’

Het programma sluit het defensiebudget uit van bezuinigingen. Hebben de Rijksambtenaren op dat departement niets te vrezen?

‘We spreken in ons programma over verschuivingen van geld voor denkers naar doeners. Dat gaat ook voor defensie op. Wij willen het budget niet meer verlagen, omdat je ziet dat het leger steeds vaker wordt ingezet voor humanitaire en vredesmissies. We hebben meer goed opgeleide militairen nodig. Maar dat wil niet zeggen dat aan de top niet mensen verdwijnen. We hebben in Nederland geloof ik wel erg veel generaals.’ (Lachend:) ‘En de ambtenaren die zich bezighouden net de Joint Strike Fighter (JSF) kunnen ook wel weg.’

De deelname aan de JSF wordt meteen stopgezet?

‘Ja’

De vraag blijft waarom u denkt zoveel met efficiency te kunnen winnen. De afgelopen kabinetten hebben de tanden erop stuk gebeten. Waarom lukt u wel, wat Wim Kok niet lukte?

‘Het staat of valt met je bereidheid minder beleid te maken. Alleen dan kun je ook weg komen met minder beleidsambtenaren. Wij denken dat het tijd is voor minder beleid en betere uitvoering. Voeg daaraan toe het snijden in bestuurslagen en je komt al een heel eind. Hoe onredelijk ook, je zult ook kwantitatieve doelstellingen moeten hanteren. Natuurlijk, vermindering van bureaucratie zou een resultaat van allerlei inhoudelijke afwegingen moeten zijn, en niet andersom, maar als je geen doelstellingen stelt, kun je het schudden en gebeurt er niets.’



Ontslagrecht
In uw boek ‘Dit Land Kan Zoveel Beter’ zegt u dat we in Nederland een beetje reorganisatiemoe zijn. Wat u tot nu toe voorstelt, klinkt als de grootste reorganisatie sinds de Tweede Wereldoorlog.

‘Ik doel in dat boek niet op de vermindering van het aantal ambtenaren of veranderingen aan de top van het ambtelijk apparaat of bij een kernkabinet. Ik heb het daar juist over de noodzaak van minder stelselwijzigingen, minder beleid en betere uitvoering. We gaan de invoering van het zorgstelsel dus ook niet terugdraaien. We kiezen voor het stapsgewijs veranderen. Bijvoorbeeld door in de zorg eerst de no claimkorting af te schaffen.’

Stel: kort na uw verkiezingsoverwinning worden de werkgevers en de werknemers het eens over een plan om het ontslagrecht te versoepelen. Volgt u het advies?

‘Ik geloof niet dat het versoepelen van het ontslagrecht ons veel verder helpt. De Nederlandse economie is al de meest flexibele in de wereld. Nergens zijn zoveel freelancers en deeltijdwerkers als hier. Ik vraag me zelfs af of we niet eens kritisch naar de flexwet moeten kijken. Je ziet vooral jonge mensen nu jarenlang het ene na het andere tijdelijke contract krijgen zonder uitzicht op een vaste baan.’

U pleitte korte tijd geleden toch zelf voor een versoepeling van het ontslagrecht?

‘Dat ging om een eerlijke uitruil. Werkgevers zouden verplicht moeten zijn zich in te spannen voor scholing van hun werknemers. Op die manier kun je ervoor zorgen dat werknemers bruikbaar blijven en niet hoeven te worden afgeschreven. En als ze toch moeten vertrekken, hebben ze in elk geval een kans op de arbeidsmarkt. In de Sociaal Economische Raad (SER) zijn de mogelijkheden om tot zo’n soort ruil te komen tot nu toe stukgelopen. De mogelijkheid is besproken dat de werkgevers akkoord zouden gaan met een beperking van de hypotheekrenteaftrek; en de werknemers met een versoepeling van het ontslagrecht. Er is natuurlijk een grens aan waar de vakbeweging mee akkoord kan gaan zonder haar geloofwaardigheid te verliezen. Ze heeft al ingestemd met een verkorting van de maximale WW-periode van vijf naar drie jaar. In veel andere landen had de vakbeweging zich tegen zo’n maatregel verzet.’

De vraag blijft wat u doet als er wel een SER- akkoord is.

‘Dat is de enige omstandigheid waarbij ik zeg dat ik over flexibilisering van het ontslagrecht zou willen nadenken.’

Stel: de Verenigde Staten besluiten tot een militaire actie tegen Iran. Krijgen ze steun van het kabinet-Bos?

‘Dan is het goed de resultaten te hebben van een onafhankelijk onderzoek naar de besluitvorming rond Irak. We moeten eerst weten wat er precies is fout gegaan. Je moet er van op aan kunnen dat de informatie van je bondgenoten klopt. Verder wil ik mij in principe alleen aansluiten bij een actie op basis van een besluit van de VN en niet bij een eenzijdige actie van de VS. Of we de VS dan niet indirect steunen omdat bijvoorbeeld transporten via Nederland gaan? In dit geval zit je vast aan de verplichtingen die het NAVO-verdrag oplegt.’

Stel: kort na uw aantreden vindt er een incident plaats dat te vergelijken is met de moord op Theo van Gogh. Wat doet u?


‘Ik vind de manier waarop Tony Blair in eerste instantie op de aanslagen in de Londense metro reageerde een goed voorbeeld. Zijn eerste boodschap was dat hij zich nu niet keerde tegen de hele Islam, en dat moslims een grote rol hadden gespeeld in de opbouw van zijn land. De tweede was dat hij unforgiving was ten opzichte van de mensen die deze aanslagen hadden gepleegd. Helaas zie je nu in Engeland dezelfde ontwikkeling als in Nederland. Er worden te gemakkelijk generaliserende oordelen geveld. Terwijl je juist de meer gematigde moslims nodig hebt in de strijd tegen het terrorisme.’

Tot slot: welke extra vrije dag voert u in de eerste 100 dagen in: 1 mei of het Suikerfeest?


‘Geen van beide: ik kies dan voor 5 mei.’


Datum | maandag 30 oktober 2006
Auteur | Michiel Zonneveld, fotografie Martin Dijkstra

© vnu business publications

(interview 9 november)

'Wij gaan twee kerncentrales bouwen’

De eerste honderd dagen van een nieuwe regering kunnen
doorslaggevend zijn voor het welslagen van de hele regeerperiode.Wat zouden Nederlandse politieke leiders die eerste maanden doen als ze het alleen voor het zeggen hadden? In een korte serie ontvouwen drie van hen hun plannen. Deze week: Mark Rutte.


Handen vrij
‘Ik antwoord eigenlijk liever niet op de vraag wat ik de eerste honderd dagen als minister-president zou doen’, zegt VVD-lijsttrekker Mark Rutte het eerst in het Amsterdamse restaurant Schiller. ‘Het wekt de suggestie dat ik namens de VVD de kandidaat ben voor het premierschap. En wij noemen geen kandidaten. Gezien onze achterstand op CDA en PvdA in de opiniepeilingen zou het raar zijn te speculeren over een situatie waarin we de grootste partij zijn. Mochten de peilingen daar wel aanleiding toe gaan geven, dan is er nog tijd genoeg om onszelf alsnog de vraag te stellen wie we naar voren zullen schuiven. Vooralsnog blijf ik na de verkiezingen als leider van de VVD in de Tweede Kamer zitten. Daar heb ik mijn handen vrij om de ideeën van mijn partij uit te dragen.’
Toch wil hij zich voor Intermediair inleven in een situatie waarin de VVD niet alleen de grootste partij wordt, maar zelfs een absolute meerderheid krijgt. En waarin Mark Rutte als minister-president dus kan doen wat hij wil.

Wenst u dan nog te regeren met een regeerakkoord?


  ‘Ik zou kiezen voor een “Plan van Aanpak voor Nederland”. Daarin zou precies staan hoe we alle dingen uit ons verkiezingsprogramma met wetgeving implementeren. Ik denk dat we daarmee binnen twee weken klaar zijn, inclusief het benoemen van de ministers. Een akkoord hoeven we niet te sluiten. Dat doe je immers alleen als je een andere partij nodig hebt om een regering te vormen.’

Het komt weleens voor dat een partij die de meerderheid haalt, toch met een andere partij regeert. ‘Ik sluit niet uit dat we dat doen. Het hangt een beetje van de overige omstandigheden af. Je moet natuurlijk alleen met een andere partij regeren als dat toegevoegde waarde heeft.’

Welke ministersposten zijn er in uw kabinet?


 ‘Daar moet ik over nadenken. Ik wil in de komende vier jaar in elk geval geen mega-operatie uitvoeren waarbij we de bestaande departementale indeling overhoop gooien. Als we dat doen, zijn we de komende jaren alleen maar bezig met reorganiseren, en komen we aan het oplossen van de echte maatschappelijke problemen niet toe. Je kunt hooguit denken aan het samenvoegen van de departementen van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), en van die van Economische Zaken en Landbouw. Dat zijn ministeries waarvan de werkterreinen dicht bij elkaar liggen. Waar ik verder wel eens aan denk, is een systeem waarin het kabinet als een soort raad van commissarissen werkt. Je hebt dan zes of zeven ministers, die in de ministerraad verscheidene departementen vertegenwoordigen. Dat zou de besluitvorming in het kabinet zeker bevorderen. De algemene stelregel is toch wel dat je met meer dan zeven mensen niet goed meer kunt vergaderen.
‘Een andere optie is alles te laten zoals het is, maar bijvoorbeeld op een thema als jeugd, veiligheid en criminaliteit een projectminister te benoemen met vergaande bevoegdheden.’

Wie vraagt u zeker als minister?


‘Rita Verdonk en Henk Kamp.’

En wie nog meer?

‘Sorry, meer namen noem ik echt niet. Als leider van de VVD probeer ik zo transparant mogelijk te zijn. Mensen in mijn partij die de ambitie hebben minister te worden, vertel ik dus eerlijk dat pas als we na de verkiezingen gaan regeren, duidelijk wordt wie ik als onze bewindslieden naar voren schuif.’

Maar de transparantie voor de kiezer dan? Mag die niet weten wie er na de verkiezingen namens de VVD in het kabinet terechtkomen?

‘Die duidelijkheid geef ik niet. Wij zijn al transparanter dan de andere grote partijen. Ons programma is het meest concreet. En als enige partij maken we duidelijk met welke partij wij ­ nu weer even uitgaande van de reële veronderstelling dat de VVD géén meerderheid haalt ­ willen regeren. Dat is dus met het CDA, zodat we het beleid van dit kabinet kunnen voortzetten.’

Wat is uw eerste beleidsdaad?


‘Ik ga meteen met werkgevers en werknemers om de tafel zitten om een “pact tegen de discriminatie” te sluiten. Helaas kun je er niet omheen dat allochtonen op basis van hun achternaam worden afgewezen. Ik ben jongeren tegengekomen die hun opleiding hebben afgerond en er echt alles aan hebben gedaan om aan het werk te komen. Het is buitengewoon unfair als ze dan toch niet aan de slag komen en ik kan mij hun frustratie goed voorstellen.
‘Het pact is wat mij betreft van grote symbolische waarde. Ik wil uitstralen dat de VVD een partij voor alle Nederlanders is, en dat wij een samenleving willen waarin iedereen meedoet. Dat moet de rode draad in ons beleid zijn. Voor vrijblijvendheid is geen plaats. Als het niet lukt een pact te sluiten, of als we merken dat de afspraken niet worden nagekomen, zullen we er niet voor terugschrikken wettelijke maatregelen te nemen.’

Welke wettelijke maatregelen?


‘Ik reken op de bereidheid van iedereen om discriminatie uit te bannen. Het is ook in het belang van de werkgevers dat we de potentie die in ons land aanwezig is helemaal benutten. Mocht dat niet gebeuren, dan ligt het voor de hand dat bijvoorbeeld de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs met voorstellen komen.’

U wilt zelf dat artikel 1, met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod, het belangrijkste Grondwetsartikel wordt. Dat het zwaarder weegt dan de vrijheid van godsdienst of meningsuiting. Mag een gereformeerde of islamitische school dan dus niet langer een sollicitant die niet, of iets anders gelooft, afwijzen?

‘Nee, maar de school mag wel vragen of de sollicitant de grondslag van de school onderschrijft. Een katholieke school mag een protestante leraar echter nooit weigeren omdat hij protestants is.’

De Amerikaanse president Franklin D. Roose-velt joeg in 1933 in zijn eerste honderd dagen vijftien ingrijpende wetsvoorstellen door het Congres. Noem eens vier initiatieven waarmee u meteen na uw aantreden komt.

‘Mogen het er ook vijf zijn? Een van de eerste wetten waarmee we komen heet “Geef de vakman zijn vak terug”. Een onderdeel van die wet zal voorschrijven dat overheidsinstellingen, en instellingen die voor meer dan de helft worden gesubsidieerd, niet meer dan vijftien procent van hun budget aan overhead mogen besteden. De rest gaat naar de uitvoering. De tweede wet heet: “De burger baas in eigen portemonnee”. We komen met een omvangrijk pakket aan lastenverlichting. De derde wet valt onder de noemer “Ecologie en economische groei gaan hand in hand”. Alle bestaande subsidies worden gestoken in innovatieve projecten voor de opwekking van energie zonder de uitstoot van CO2. Een van de doelstellingen moet zijn dat er een nationaal top-onderzoeksinstituut komt met één grote ambitie: dat er minstens één doorbraak op het gebied van duurzame energie komt. Verder bouwen wij een of twee nieuw kerncentrales.



Veilig
De vierde wet heet “Schouder aan schouder met de gezagdragers”. Die wet moet regelen dat stadswachten, politiemensen, verpleegkundigen en mensen met vergelijkbare beroepen zich weer veilig kunnen voelen. Als tegen hen fysiek geweld wordt gepleegd krijgen de daders een fors hogere straf. Verder zal zo’n zaak door het Openbaar Ministerie nooit mogen worden geseponeerd, en maken we het mogelijk anoniem aangifte te doen. Tot slot komen we met een “Wet op Ondernemerschap”, een pakket van maatregelen om het ondernemerschap aantrekkelijker te maken. We doen dat bijvoorbeeld door beginnende ondernemers een belastingvakantie van drie jaar te geven. We willen zo’n belastingvrijstelling ook voor mensen die geld steken in risicovolle ondernemingen. Bijvoorbeeld in het bedrijf van een buurjongen of -meisje. Verder gaan we snijden in regels en lasten die het ondernemerschap in ons land belemmeren.’

Legt de VVD de komende jaren niet erg veel nadruk op lastenverlichting? Jullie trekken er bijna tien miljard voor uit. Dat maakt het toch moeilijk andere problemen aan te pakken?

‘Dat gaat nog steeds uit van de ouderwetse gedachte dat de overheid er is om met een bak subsidie de problemen in de samenleving op te lossen. Wij willen burgers zelf de ruimte geven. In ons programma stellen we bijvoorbeeld voor de inkomstenbelasting de komende jaren stapsgewijs met drie procent te verlagen. De belastingverlaging is niet alleen prettig voor de burger, maar het pakt ook goed uit voor de economie en de werkgelegenheid.’
Volgens het CPB levert het afschaffen van de onroerendezaakbelasting (OZB) nauwelijks werk op. Toch trekt uw partij daar anderhalf miljard euro voor uit. Anderhalf keer zoveel als u uittrekt voor extra investeringen in het onderwijs. ‘De OZB is gewoon een belachelijke belasting. Ik kan echt niet uitleggen waarom we die hebben. Dat wil niet zeggen dat onderwijs voor ons minder belangrijk is dan deze lastenverlichting. Je moet je ook realiseren dat extra geld niet alles oplost. Het gaat ook om keuzes die je maakt. Wij willen bijvoorbeeld meer geld vrijmaken door te snijden in management en bureaucratie.’

Nul voor milieu? Een andere keuze: u heeft 750 miljoen beschikbaar om de belasting op erfenissen af te schaffen en als enige partij nul euro voor het milieu.

‘Wij vinden dat ouderen zelf mogen beslissen aan wie ze hun spaargeld nalaten. Wat is er mis mee dat ze dat aan hun kinderen geven? Dat bedoelen we als we zeggen dat de burger weer de baas van de eigen portemonnee wordt. Het is verder helemaal niet zo dat we geen geld aan het milieu uitgeven. Maar ik denk dat we heel veel meer kunnen bereiken door het geld dat we nu aan de verbetering van het milieu uitgeven beter te besteden. Als enige partij hebben wij grote vraagtekens gezet bij de subsidieregeling voor groene stroom. Er gaat nu meer dan acht miljard euro om in die regeling, en dat helpt vooral verouderde technieken in stand te houden, in plaats van dat het helpt nieuwe te ontwikkelen. We hebben bijvoorbeeld altijd grote twijfels gehad bij grootschalige subsidies voor windenergie.’

Privatiseren
U wilt veel bezuinigen door de overheid efficiënter te laten werken, net als de vorige kabinetten met de VVD dat wilden. Waarom slaagt u straks wel waar uw voorgangers faalden?

‘Faalden? Op dit moment behoort onze rijksoverheid tot de kleinste van West-Europa. Dat is een gevolg van het beleid dat sinds het eerste kabinet-Lubbers is gevoerd.’

Dat resultaat is geboekt door privatiseringen en verzelfstandigingen. Is het niet veel lastiger overheidsorganisaties efficiënter te laten opereren?

‘Het CPB is daar ook pessimistisch over. Maar wij denken dat het kan zonder te snijden in de dienstverlening. De arbeidsproductiviteit bij de overheid kan veel hoger. Die loopt bijvoorbeeld flink achter bij die in de dienstensector. Bij een organisatie als het UWV werken nu meer dan twintigduizend mensen en bij de sociale diensten achttienduizend. In Amsterdam zit er voor elke twintig mensen met een bijstandsuitkering een ambtenaar bij de sociale dienst. Er zijn verder manieren om meer efficiency af te dwingen. Als bijvoorbeeld blijkt dat de overheadkosten toch hoger zijn dan vijftien procent, dan zullen we niet aarzelen een personeelsstop af te kondigen.
‘Het CPB zegt ook dat wij ons plan de belastingen met drie procent te verlagen niet kunnen financieren. Dat willen wij onder andere doen door de woningbouwcorporaties een vermogensrendementsheffing op te leggen. De juridische grondslag daarvoor zou onvoldoende zijn. Wij zeggen dan: het CPB is een economenclub, en geen advocatenkantoor.’

Waarom lukt het u wel om de regels te verminderen? U wilt ook het aantal regels verminderen. En ook dat is in het verleden niet gelukt. Waarom zou het nu wel lukken?

‘De samenleving kan niet zonder regels en wetten, dat beseffen wij heel goed. Ook in ons programma staan dingen waardoor we juist weer regels en wetten moeten invoeren. Maar het gaat om het algemene beeld. We zijn voor een radicaal andere benadering. De overheid gaat nu uit van een low trust-benadering. Dat betekent dat de overheid zoveel mogelijk controleert. Toen ik bij de Calvé-fabrieken werkte, was er twee keer per jaar een inspectie, terwijl er nooit problemen waren. Dat was een enorm verlies van tijd, geld en energie. Het zou echt veel effectiever zijn als er door de overheid alleen wordt gecontroleerd en ingegrepen als er aanleiding is te veronderstellen dat er sprake is van misstanden. Dan ga je dus uit van high trust. Maar die omslag van low trust naar high trust zal een lastige klus worden. Na elke ramp of incident is de pavlovreactie toch vaak: meer regels en meer controles. Of het de veiligheid nu vergroot of niet.’

Geweld tegen gezagsdragers U noemde als een van de wetten dat de strafmaat voor geweld tegen gezagsdragers wordt verhoogd. Verdriedubbeld, zegt het VVD-programma. Maar waarom zouden op geweld tegen een stoere politieman strengere straffen moeten staan dan op geweld tegen een bejaarde vrouw?

‘Als je een gezagsdrager iets aandoet, doe je ook de samenleving iets aan. En dat accepteren wij niet. Die gedachte geven wij concrete uitwerking in ons verkiezingsprogramma; dus niet seponeren, een hogere strafmaat en de mogelijkheid van anonieme aangifte. Onze minister Remkes heeft net, geheel in lijn hiermee, een voorstel ingediend waarin hij uitgaat van een dubbele strafmaat bij geweld tegen gezagsdragers.’

Maar geweld tegen gewone burgers is toch net zo onacceptabel?

‘Alle straffen moeten hoger. Maar met ons voorstel willen we vooral een signaal geven.’

Welke uitgaven schrapt u?
Stel: in uw eerste drie maanden als premier presenteert het CPB zwaar tegenvallende prognoses. Welke uitgaven schrapt u?

‘Ons programma is gebaseerd op een economische groei van 1,75 procent. Dat is echt heel behoedzaam. Het is vele malen waarschijnlijker dat de groei de komende jaren hoger uitpakt. Maar mochten we toch weer in de buurt van een recessie komen, dan betekent het dat sommige plannen niet in vier jaar, maar in vijf of zes jaar worden uitgevoerd.’

Omgekeerd: de economische groei pakt volgens het CPB veel hoger uit. Waar geeft u het geld aan uit?

‘Dan storten we de extra inkomsten in de schatkist.’

Welke vrije dag gaat u invoeren als u de verkiezingen hebt gewonnen? Wordt dat 5 mei, of de viering van het Suikerfeest?

‘Er zijn al genoeg vrije dagen in Nederland: dus geen van beide. Bij het Suikerfeest is een bijkomend probleem dat dat feest het afgelopen jaar door verschillende groepen op twee verschillende dagen is gevierd. Moeten er dan twee extra vrije dagen komen?’

redactie@intermediair.nl

CV
Geboren: Den Haag, 14 februari 1967, ‘het jaar van de introductie van de kleurentelevisie in Nederland’.
Favoriete cd: ‘Al het werk van U2’
Beslist lezen: Het Bureau van J.J. Voskuil
E-mails per dag: ‘Heel erg veel’
Slaapt per nacht: zeven uur
Voetbalclub: Feyenoord
Grote voorbeeld: Winston Churchill
Woonde het fijnst in: ‘Den Haag, stad van historie en zee’
Trots op: ‘Mijn club. De VVD’
Wil ooit nog: ‘Democratisch opbouwwerk doen in Afrika’

Datum | donderdag 9 november 2006
Auteur: Michiel Zonneveld, Fotografie: Martin Dijkstra

(interview 16 november)

Jan Marijnissen: ‘Zo snel mogelijk weg uit Uruzgan’

De eerste honderd dagen van een nieuwe regering kunnen doorslaggevend zijn voor het welslagen van de hele regeerperiode. Wat zouden Nederlandse politieke leiders, met de verkiezingen in het vooruitzicht, die eerste maanden doen als ze het absoluut voor het zeggen hadden? In een korte serie ontvouwen drie van hen hun plannen. Deze week (slot): Jan Marijnissen.

Regeerakkoord
Initiatiefwetten
Tegenstrijdig
Bezuinigen
Uruzgan

Jan Marijnissen zit ontspannen onderuit als ik hem spreek op zijn werkkamer in de Tweede Kamer. Hij heeft zijn schoenen uit. ‘Dat past geloof ik niet helemaal bij een premier’, begint de SP-leider als hij mijn blik naar zijn sokken ziet gaan. Maar goed, hij kan zich ook niet voorstellen dat het er echt van zal komen dat hij Balkenende na de verkiezingen van 22 november opvolgt. En een meerderheid gaat zijn voorstellingsvermogen al helemaal te boven. ‘In elk geval komt er dan toch geen kabinet met alleen SP-leden.’

U zoekt toch een coalitiepartner?

‘Waarschijnlijk wel, ja. Maar bij de samenstelling van het kabinet zoek ik in de eerste plaats naar geschikte personen. Partijpolitieke achtergrond komt pas op de tweede plaats, hoewel zo iemand zich natuurlijk wel moet kunnen vinden in het beleid dat gevoerd gaat worden. Ik zou Ad Verbrugge, de oprichter van Beter Onderwijs Nederland, graag hebben. Dat is iemand met visie, die tegelijkertijd de cijfers kent en weet waar het onderwijs behoefte aan heeft. In de zorg zou ik ook een type als Verbrugge willen hebben. Ik kies voor mensen die het eigen denken en handelen ter discussie durven stellen. In de twaalf jaar dat ik hier in Den Haag zit, ben ik vaak geschrokken van de kortzichtigheid.’


Hoeveel ministers wilt u in uw kabinet?

‘Het aantal ministers moet in elk geval worden teruggebracht.’

Het moet een soort raad van commissarissen worden?

‘Met dat soort beeldspraak heb ik niets. Het is dan alsof we in een BV Nederland leven. Dat drukt een denken uit waar de SP nu juist vanaf wil. Het kabinet moet een hecht team zijn dat in goede onderlinge samenwerking werkt aan de toekomst van Nederland. Verder moet er voor de ministers ruimte zijn voor reflectie en het ontwikkelen van visie. Daarvoor is een heel andere organisatie nodig. Je moet de ministers daarom ook losmaken van de ministeries. Nu hebben ze de handen vol aan het leiden van een ministerie en verliezen ze zich in details.’

Hoe ziet u dat voor zich?

‘Alle ministeries worden geleid door een staatssecretaris. Die wordt verantwoordelijk voor zowel de organisatie van het ministerie als de implementatie van de wetten en regels. Die staatssecretaris maakt het werk van de secretaris-generaal overbodig, daar kunnen we dus van af. Het kabinet houdt zich bezig met de grote lijnen.’

Regeerakkoord
Fotografie: Martin Dijkstra

Wilt u nog een regeerakkoord?

‘Ja, zeker. Een stevig regeerakkoord is gewoon onmisbaar. Ik doe niet mee aan de mode om te zeggen dat je alle afspraken wel op twee A4’tjes kunt zetten. Maar ik wil wel een ander soort regeerakkoord dan tot nu toe gebruikelijk is. Het belangrijkste is dat wordt uitgelegd waarom we dingen gaan doen.

Belangrijk is dat een regering duidelijk maakt aan de hand van welke nieuwe inzichten ze de komende vier jaar het land gaat leiden. Daar heeft het aan ontbroken. Ik had het net al over het onderwijs. Het is toch onbegrijpelijk dat de meerderheid van de Tweede Kamer bereid is geweest zulke grote veranderingen door te voeren? Zonder ook maar enige bescheidenheid te tonen ten opzichte van de mensen die het werk moeten doen. Er lag geen pedagogisch concept aan ten grondslag. Wie bedenkt nu dat je jongeren in de pubertijd zegt: nu moet je zelf gaan studeren? Terwijl die jongeren dan juist behoefte hebben aan leraren die ze bij de hand nemen en ze inwijden in de geheimen van hun vak.

Of dat je zonder de mensen in het onderwijs daarin te kennen de kleuterschool laat opgaan in de basisschool? Terwijl er wel honderd argumenten waren om dat vooral niet te doen. Als kabinet moet je rekening willen houden met de opvattingen van anderen.’

Wie vraagt u als minister?

‘Ik ga geen namen noemen.’

U noemde zelf die van Ad Verbrugge.

‘Om duidelijk te maken aan wat voor type mensen ik denk. Maar mensen van buiten de politiek schrikken zich natuurlijk rot als ze opeens in de krant lezen dat zij door de SP naar voren worden geschoven als SP-kandidaat. Verbrugge misschien ook wel, al weet hij precies hoe ik erover denk.’

Initiatiefwetten

U kunt toch namen noemen van mensen binnen de SP?

‘Dat zou de indruk wekken dat we ons bij de SP al met die vraag bezighouden. Maar zestig procent van de huisartsen wil Agnes Kant als minister van volksgezondheid. (Lachend.) Dus zelfs als ik haar niet zou willen, kan ik niet om Agnes heen. Het was anders geweest als Wouter Bos vorig jaar was ingegaan op ons voorstel een soort twintigpuntenplan te schrijven voor een eventuele linkse coalitie. Dan had ik ook een soort schaduwkabinet van ongeveer vijftien naar voren willen schuiven.’

Wat wordt uw eerste beleidsdaad als premier?

‘Ik wil iets doen voor de 430 duizend kinderen in gezinnen die onder de armoedegrens leven. De kinderbijslag gaat voor hen met meer dan 260 euro per jaar en per kind omhoog. Dat betalen we door die kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken.’

De middeninkomens betalen het gelag, zeggen CDA en VVD dan.

‘Gezinnen met een inkomen boven de zestigduizend moeten gaan inleveren. Boven de honderdduizend verdwijnt de kinderbijslag helemaal. Ik hoor zo vaak van mensen met een
topinkomen dat ze het vreemd vinden dat ze kinderbijslag krijgen.’

Met welke initiatiefwetten komt u in de eerste honderd dagen?

‘Het zou een fout zijn vanaf dag één een groot aantal wetten door het parlement te willen jagen. Ik ga verschillende conferenties beleggen met gezaghebbende mensen uit het vmbo, het wetenschappelijk onderwijs, het midden- en kleinbedrijf, de wereld van de grootindustriëlen, de zorg; noem maar op. Met hen bespreek ik een maand lang de staat van het land.

Vervolgens maak ik met hen een prioriteitenlijst van wetten die we in korte tijd bij de Tweede Kamer indienen. Ik ga daarmee duidelijk maken dat de regering dienstbaar is. Dat we pas dingen gaan doorvoeren, nadat we dat met de mensen in de sector hebben besproken. Neem de discussie over het vmbo. Op basis van onze kritiek van de afgelopen jaren kun je concluderen dat we vinden dat de hele vmbo weer moet verdwijnen.

Maar het kan heel goed dat de mensen in het onderwijs zeggen: alsjeblieft niet weer een grote stelselwijziging. Dan kun je ervoor kiezen om met veertig kleine wetswijzigingen het stelsel te verbeteren. Door af te rekenen met een van de grootste bezwaren: dat jongeren die bijvoorbeeld automonteur worden, maar moeilijk leren, twee jaar lang theorie moeten doen. We moeten af van al dat pretentieuze gepraat over stelselwijzingen. Hetzelfde geldt voor het zorgstelsel.’

Tegenstrijdig

Maar wordt het daarmee niet nogal vaag wat u voorstaat?

‘In ons programma staat duidelijk welke kant we op willen. Zeker is dat we de macht van de zorgverzekeraars willen inperken. De premies in de zorgsector worden weer inkomensafhankelijk. De no-claimkorting verdwijnt, zodat ouderen en chronisch zieken niet opdraaien voor de hogere kosten in de zorg. Zo kan ik nog veel meer noemen.

Tegelijkertijd moet je wel praten met artsen, specialisten en patiënten. Bijvoorbeeld over wat de beste manier is om de bureaucratie aan te pakken. Zo gaan we ook met het onderwerp jeugd om. We willen meer dan een verhoging van de kinderbijslag voor de gezinnen die het echt nodig hebben. We willen ook meer geld voor consultatiebureaus en jeugdzorg.
‘In zijn algemeenheid zal toch voor iedereen duidelijk zijn dat wij staan voor een Nederland dat meer solidair is? De laagste inkomens gaan er bij ons tien procent op vooruit en we maken een einde aan de verschraling van de publieke voorzieningen.’

Zijn uw wensen soms niet tegenstrijdig? U wilt de greep van de overheid vergroten. Dat leidt toch tot meer bureaucratie en regels?

‘Het omgekeerde is waar. Juist de marktwerking leidt tot bureaucratisering en regelzucht. Om marktwerking te garanderen, begint de overheid namelijk met het instellen van regels, en organisaties om die te controleren. Dat zie je het duidelijkst in de zorg. Marktwerking is daar alleen mogelijk als duidelijk is waar de zorgverzekeraars de goedkoopste behandeling kunnen inkopen. Daarom werken specialisten nu met DBC’s (Diagnose Behandel Combinaties; red.). Al hun handelingen moeten onder een DBC worden ondergebracht. Er zijn er zo’n dertigduizend, enkele honderden clusters. Dat geeft een enorme bureaucratie en maakt dat specialisten per dag één uur kwijt zijn aan het invullen van formulieren in plaats van het helpen van patiënten.

Als bijvoorbeeld is vastgesteld dat een patiënt behoort tot categorie 627, begint een heel circus om vast te stellen waar de behandeling het best kan plaatsvinden. Een patiënt uit Oss gaat dus niet automatisch naar het ziekenhuis in zijn woonplaats, maar kan even zo goed naar Delfzijl moeten, omdat zijn verzekeraar een goedkoper contract afsluit. Je kunt veel winst boeken door dat soort concurrentie af te schaffen.’

Hoe zorg je er dan wel voor dat ziekenhuizen efficiënter werken?

‘Je kunt de prestaties van ziekenhuizen toch onderling vergelijken. Als het ene ziekenhuis beter en efficiënter werkt, dan kun je vragen hoe dat zit en ervoor zorgen dat de zorginstellingen van elkaar leren. Het openbaar vervoer is een ander voorbeeld van hoe meer marktwerking leidt tot minder efficiëntie en meer bureaucratie. Als opstap tot privatisering hebben ze de NS verzelfstandigd en opgesplitst in zelfstandige bedrijfsonderdelen. Het gevolg is dat ze bij de NS veel tijd en geld nodig hebben om alles op elkaar af te stemmen. Wij zullen die verzelfstandiging terugdraaien, net als de privatisering van de busbedrijven. We zullen alles inzetten op goedkoop openbaar vervoer van hoge kwaliteit.’

Bezuinigen
Stel: Het CPB komt na uw aantreden met nieuwe prognoses. Waarop gaat u bezuinigen?

‘In ons programma is nogal wat ruimte om klappen op te vangen. We gaan bij onze plannen namelijk uit van een heel voorzichtig scenario voor de economie: een gemiddelde groei van 1,75 procent. Maar mocht die groei toch lager uitpakken, dan lossen we iets minder staatsschuld af. We houden op de begroting zo’n 0,7 procent over. En als de economische groei hoger uitpakt dan die 1,75 procent, gaan de extra belastinginkomsten in de staatskas. We willen dat geld gebruiken om als overheid te investeren als het economisch tegenzit.’

De werkgevers zullen klagen dat door uw beleid de lastendruk en de loonkosten stijgen, en dus de concurrentiepositie verslechtert.

‘De verhalen over onze concurrentiepositie moet je met een forse korrel zout nemen. Ik lees elk jaar weer in The Economist dat Nederland in de absolute top zit van de landen met gunstige vestigingsvoorwaarden.’

U wilt naar de samenleving luisteren. Zegt u. Geldt dat ook als werkgevers en werknemers tot een akkoord komen waarin staat dat het ontslagrecht wordt versoepeld?

‘Ik hoop dat de vakbeweging haar rug recht houdt in deze discussie. Alleen al omwille van haar geloofwaardigheid. Verder geloof ik niet in versoepeling. Het is nu al erg makkelijk voor werkgevers om van hun personeel af te komen.’

Stel: kort na uw aantreden blijkt dat Duitsland een tekort van boven de drie procent heeft. Gaat uw minister van Financiën protesteren?

‘Ja.’

De SP was toch tegen dat pact?

‘Dat klopt. We denken dat er een fundamentele denkfout is gemaakt bij de totstandkoming van de euro en het sluiten van het stabiliteitspact. Een gemeenschappelijke munt werkt niet als de economische verschillen tussen de landen te groot zijn. Ik denk nog steeds dat er een grote kans is dat wij over twintig jaar afscheid hebben genomen van de euro. Maar zo lang het stabiliteitspact bestaat, geldt het voor iedereen, dus ook voor de grote landen.’

Uruzgan
Kondigt u na uw verkiezing meteen het vertrek van de Nederlandse militairen uit Uruzgan aan?

‘Dat doen we zo snel als verantwoord is.’

Wat is verantwoord?

‘Ik denk dan aan de Spaanse socialistische premier Zapatero. Die had beloofd zijn troepen uit Irak terug te trekken. Maar in overleg met de bondgenoten is toen wel een overgangsperiode van enkele maanden besloten.’

Mocht u toch een coalitie sluiten: is een vertrek uit Uruzgan een breekpunt?

‘Wij zetten in op een links kabinet. De PvdA wil de troepen toch ook terugtrekken?’

De PvdA wil de afgesproken termijn van twee jaar uitzitten.

‘Nee, het moet korter dan dat zijn. Maar ik laat me niet verleiden tot de uitspraak dat het een breekpunt voor ons is. We speken toch over een situatie waarin de SP over een meerderheid beschikt? Het hoofdpunt is dat er een einde komt aan een buitenlandse politiek waarin we blind de Verenigde Staten volgen.’

Stel: In uw eerste maand is snel ingrijpen vereist omdat Iran of Noord-Korea bijna een atoombom heeft. Wat doet u?

'Dan doen we dus niet mee.’

En als de Verenigde Naties een aanval steunen?

‘Dat gebeurt nooit. Rusland en China zullen altijd een veto uitspreken. Los daarvan wordt het tijd de huidige hypocrisie aan de kaak te stellen waarmee Amerika de rest van de wereld de les leest. Waarom is het het Westen en zelfs Israël wél toegestaan kernwapens te ontwikkelen?’

Maar als je daarmee voorkomt dat een gevaarlijk regime kernwapens in handen krijgt?

‘Een oorlog tegen Iran of Noord-Korea zal de problemen alleen maar groter maken. Je zou toch verwachten dat er iets van het debacle in Irak is geleerd. We moeten toch niet weer zo’n fout willen maken.’

Wat is uw prioriteit in Europa?

‘Helaas zullen we moeten blijven leven met het bestaande Europa. Daar hebben we veel kritiek op. Toch is ons voornaamste uitgangspunt dat er rust aan het front moet komen. Dat betekent: geen nieuwe bevoegdheden voor Brussel. Dat betekent ook dat we niet verder gaan met de uitbreiding van de EU. We zien niets in de snelle toetreding van landen als Bulgarije en Roemenië. Straks staat Turkije ook voor de deur.’

En als de premier van Turkije een persoonlijk beroep doet op uw solidariteit?

‘In dat geval leg ik hem uit dat hij er dan eerst voor moet zorgen dat zijn land voldoet aan de criteria voor de toetreding, zoals die in het verdrag van Kopenhagen zijn vastgelegd.’

Tot slot: welke extra vrije dag kondigt u in de eerste honderd dagen aan. Wordt dat 1 mei of het Suikerfeest?

‘Ik sluit me voor deze keer helemaal aan bij Wouter Bos: ik kies voor 5 mei.’
CV Marijnissen
  • Geboren: 8 oktober 1952, ‘vroeg genoeg om de jaren zestig bewust te hebben kunnen meemaken.’
  • Favoriete muziek: ‘De Johannes Passion van Bach.’
  • Beste rookworst: ‘Van de Hema, die heb ik zelf nog gemaakt. Wel die van vroeger. Tegenwoordig stoppen ze er kunstdarm in en worden ze niet meer echt gerookt.’
  • E-mails per dag… ‘Zo’n vijftig, privé wel te verstaan.’
  • Uren slaap per nacht… ‘6 uur.’
  • Voetbalclub. ‘Feyenoord (en TOP)’
  • Grote voorbeeld: ‘Dat zijn er zeer velen, Mandela is de bekendste.’
  • Woonde het fijnst in: ‘Oss.’
  • Heimelijk genoegen: ‘J&B.’
  • Spijt van: ‘Dat ik ooit op m’n elfde
    stiekem m’n eerste sigaret opstak.’
  • Trots op: ‘Op dat er mensen zijn die hoop ontlenen aan datgene waar ik mee bezig ben.’


dinsdag 14 november 2006


 

 

Klik hier voor veel meer artikelen (vanaf 1992).

 


Hyperlinks
| Contact | Zoeken
Copyright © 2004 michielzonneveld.nl Alle rechten voorbehouden