Enkele recente publicaties en selectie:

Etalage voor Goede

Ideeën (serie Volkskrant vanaf 18 oktober 2008))

De ontheemde arbeider (Intermediair 1 mei 2008)

Adri Duivesteijn: ‘De stilte in de PvdA is dodelijk’ (Intermediair 13 juni 2007)

Er is veel dat de PvdA-politicus en de Oranje-coach verbindt (Parool 25 november 2006)

Serie interviews lijsttrekkers PvdA, SP en VVD, mijn eerste honderd dagen als....(Intermediair, 2, 9 en 16 november 2006)

Deze titanenstrijd is misleidend (de Volkskrant, Forum, 5 oktober 2006)

Justitie laat burger zitten (de Volkskrant, Forum, 11 april 2006)

Wouter Bos is bindend leider met bindingsangst (de Volkskrant, Forum, 9 maart 2006)

Bangkok op de fiets (Parool 31 december 2005)

Freakonomics, het abortuswonder (Vrij Nederland, 6 augustus 2005, boekbespreking)

De opkomst van de klaagpoliticus (Vrij Nederland, 23 juli 2005, essay)

Tijd voor journalistieke zelfreflectie (Vrij Nederland, 2 juli 2005, boekbespreking)

Het relaas van Marcel van Dam . mega-interview (Groene Amsterdammer, 24 juni 2005)

De Ziener van Verdonk (Groene Amsterdammer, 8 april 2005, boekbespreking)

Essay abdicatie Beatrix (VN, 5 februari 2005)

Reddeloos in Zambia (VN, 22 januari 2005, reportage)

Vloeken in de rechtse kerk, waarin nieuw rechts lijkt op oud links (VN, 24 april 2004)

Veroordeeld in Thailand (VN, 5 juni 2004)

Groeten uit de hel van Thailand (VN, 13 december 2003)

Boos op Brussel, over Nederlandse Euroscepsis (VN, 13 maart 2004)

Land van kleine angsten (VN, 14 december 2002)

Artikelen

Cover Intermediair, 1 mei 2008

De ontheemde arbeider

De PvdA is de Dag van de Arbeid nog niet helemaal vergeten, maar een grote manifestatie zit er anno 2008 niet meer in. De leden moeten het wat de landelijke partij betreft op 1 mei doen met een bijeenkomst op de Paasheuvel, ooit het terrein van de Arbeiders Jeugd Centrale. Ongetwijfeld komen dan ook de herinneringen los aan het dansen rond de meiboom, de strijd om het algemeen kiesrecht en de veertigurige werkweek. Zo voeren nostalgie en weemoed de boventoon ­ en dat is al even veelzeggend als dat de leider van de PvdA, Wouter Bos, verstek laat gaan.

GroenLinks gaat nog een stapje verder -­ terug. Op de website van de partij, waarin ooit de Communistische Partij Nederland opging, is half april nog niets te vinden over de viering van het feest van de arbeiders.

De diehards kunnen hun hart zelfs nauwelijks ophalen bij de SP. Op de SP-site staat wel een 1-mei festival in Rotterdam aangekondigd, maar Jan Marijnissen spreekt er niet.

De lauwe manier waarop de eerste mei al jaren wordt gevierd, geeft ongetwijfeld voeding aan het idee dat begint post te vatten dat de arbeidersklasse niet meer bestaat. ‘Nederland is een echt middenklasseland', zegt socioloog Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dan ook.

De PvdA zal Schnabel in elk geval niet tegenspreken. Ooit is de voorloper van deze partij, de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP), opgericht vanuit het idee dat de arbeidersklasse de loop der geschiedenis zou gaan bepalen. Dat idee is definitief verlaten. Zoals ook blijkt uit een aantal passages in het PvdA-verkiezingsprogramma van 2002. ‘Mede dankzij de economische groei zijn velen tot de "middenklasse" toegetreden', staat er. En dan: ‘Wij zijn gewend aan kwaliteit en keuzevrijheid.' Met dat woordje ‘wij' bekent de PvdA zich definitief tot een partij van mensen die -­ zo staat het ook in dat verkiezingsprogramma ­- ‘goed zijn opgeleid', ‘makkelijk van werkgever wisselen', ‘kiezen voor een bestaan als zelfstandig ondernemer' en die vooral wat te besteden hebben. Voor econoom en prominent PvdA-lid Arie van der Zwan, auteur van het onlangs verschenen boek Van Drees tot Bos, staat het vast dat het beslist niet om een eenmalige oprisping gaat: ‘Onder Wim Kok is alles erop gericht geweest de middenklasse voor de PvdA te winnen. Ook Wouter Bos zit op die koers.'


Als je het begrip ‘arbeidersklasse' in klassiek-marxistische zin uitlegt, kom je inderdaad snel tot de conclusie dat die klasse als maatschappelijke factor van betekenis vrijwel is uitgeschakeld. Denk daarbij aan de tekeningen van Albert Hahn of de schilderijen van Anton Heijenbrock, waarin de arbeiders worden neergezet als mannen die met hun handen geld verdienen, vooral werkzaam in de industrie, laagbetaald, nauwelijks opgeleid.

Een belangrijke reden voor het slinkende arbeidersbestand is dat veel industriearbeid uit Nederland is verdwenen. ‘Nederland loopt voorop met de de-industrialisatie', zegt Van der Zwan. ‘In die zin wijken we echt af van landen als Duitsland en Frankrijk. Daar zal niemand de vraag stellen of ze nog een arbeidersklasse hebben. De maakindustrie telt daar nog echt mee.' Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onderschrijven zijn woorden. In 2007 bleef het aantal mensen dat in de industrie werkzaam was weliswaar stabiel, maar bleef daardoor relatief achter bij snel groeiende sectoren als de zakelijke dienstverlening. Ook de andere kenmerken die aan de arbeidersklasse zijn toegeschreven, worden minder zichtbaar. Het aantal ongeschoolden of mensen met alleen lager onderwijs daalt gestaag en meer dan de helft van de twintigjarigen volgt een opleiding op universitair of hbo-niveau. Steeds meer leerlingen verlaten de school met een diploma. In dezelfde richting wijst de ontwikkeling van de inkomens. ‘Dat geldt zeker voor de gezinsinkomens', aldus Schnabel. ‘Want veel vrouwen werken tegenwoordig ook.'

Op deze sociologische trends valt inderdaad weinig af te dingen. Maar geldt dat ook voor de conclusie dat Nederland definitief een middenklasseparadijs is? Nadere bestudering van de cijfers levert een minder eenduidig beeld op, zo geven ook Schnabel en Van der Zwan volmondig toe. Hoewel de groei van het aantal mensen dat in de industrie werkt inderdaad stagneert, waren het er in 2007 nog altijd 925.000. Daar komt bij dat ook in andere sectoren mensen werkzaam zijn die we ‘arbeider' noemen: bouwvakkers, havenarbeiders en spoorwegpersoneel (alleen al in de bouwsector werken 394.000 mensen). En de telling valt nog hoger uit als we ervan uitgaan dat het begrip ‘arbeidersklasse' verder reikt dan de arbeiders zelf: ook de partners worden dan meegerekend, ook al hebben ze geen werk, de kinderen, gepensioneerden en degenen die met een uitkering thuis zitten.

De sector waarin iemand werkt, is overigens niet de enige factor die bepaalt of hij ‘arbeider' is. Lang niet iedereen die in de industrie werkt is arbeider; het wemelt er immers ook van ­- bijvoorbeeld ­- de managers en marketingdeskundigen. Anderzijds wordt er in andere sectoren veel werk verricht dat kenmerken heeft van de traditionele industriearbeid. Schnabel: ‘Dan moet je denken aan routinematige arbeid, waarin werknemers weinig handelingsvrijheid hebben. Je kunt denken aan de schoonmaker, die officieel in de dienstensector werkt. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor veel mensen met een baan in de zorgsector. Of iemand die achter de kassa staat en alleen nog een streepjescode langs de scanner moet halen. Bovendien moet je rekening houden met de subjectieve beleving van mensen. Je kunt bijvoorbeeld sociaal-economisch gezien tot de arbeidersklasse behoren, maar je niet zo voelen. Andersom kan ook.'

Ook een nadere blik op de onderwijscijfers leidt tot een veel genuanceerder beeld. Tegenover het hoge aantal jongeren dat een hogere beroeps- of wetenschappelijke opleiding volgt, staat dat meer dan de helft van de jeugd naar het vmbo gaat. Bijna een derde daarvan haalt nooit een diploma. Onthullend zijn ook de tabellen in het Jaarboek onderwijs in cijfers in 2008 van het CBS, waaruit blijkt dat 35 procent van de totale bevolking geen ‘startkwalificatie' heeft, het minimale opleidingsniveau dat nodig is om kans te maken op duurzaam werk. Of nog erger: dat volgens de Stichting Lezen en Schrijven 1,5 miljoen mensen ‘moeite hebben met lezen en schrijven'. Tot slot blijkt uit alle cijfers dat ook het aantal mensen dat laag betaald wordt, nog altijd aanzienlijk is. Volgens de laatste Armoedemonitor van het SCP en het CBS leven 660.000 huishoudens onder de ‘lage inkomensgrens', de grens waaronder armoede altijd op de loer ligt; en nog veel meer mensen hebben moeite om met hun inkomen rond te komen.


Het blijkt, kortom, moeilijk de ‘arbeidersklasse' als een sociale categorie te identificeren. Schnabel: ‘Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen dat de moderne arbeidersklasse gekenmerkt wordt door een laag inkomen, of dat -­ omgekeerd -­ iemand met een laag inkomen een arbeider is. Een controller bij een bedrijf als Hoogovens verdient bijvoorbeeld veel meer dan een agent. En een middenstander is geen arbeider, maar zijn gezinsinkomen ligt soms dicht bij het sociaal minimum. Je hebt hier ook veel minder dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië een gesloten arbeiderscultuur. Daar heb je nog een echte klassenmaatschappij. Aan hun woordkeus, accent, kleding, gedrag, tatoeage, muziekkeuze, zie je meteen wie tot de working class behoren.'

Als Schnabel en Van der Zwan verder denken over de vraag wie de moderne arbeidersklasse zouden moeten vormen, noemen ze beiden de allochtonen. Schnabel: ‘Veel problemen die we vroeger associeerden met de arbeidersklasse, bespreken we nu in verband met het minderhedenvraagstuk. Van lage scholing, werkloosheid en criminaliteit tot aan geweld tegen vrouwen.' Al associërend komen er bij Van der Zwan en Schnabel steeds meer groepen op die je tot de arbeidersklasse zou kunnen rekenen: de voormalige fabrieksarbeider die nu gepensioneerd is; de weduwe van een fabrieksarbeider; de meeste bewoners van zogeheten Krachtwijken; de Poolse seizoenarbeider die de asperges plukt; de vmbo'er op een praktijkwerkplaats in een bouwbedrijf, of die hetzelfde soort werk doet op de transportafdeling van Albert Heijn; de stratenmakers en (vooral) bouwvakkers die als zelfstandige zonder personeel officieel ondernemer zijn, wat voor de een goed kan uitpakken en voor een flink aantal anderen in de praktijk betekent dat ze elke dag ontslagen kunnen worden, geen sociale verzekeringen genieten en niet in een pensioenregeling zitten; de Alfahulp op een tijdelijk contract; bijstandsmoeders die het hoofd boven water houden met een zwart schoonmaakbaantje. Van der Zwan: ‘Vroeger had je natuurlijk ook al geen homogene klasse van fabrieksarbeiders. Zeker in Nederland niet, dat laat is geïndustrialiseerd en vanouds een grote dienstensector heeft en waar je vroeger ook nog veel landarbeiders had. Maar het beeld is wel diffuser geworden.'

Een prikkelende vraag is of veel van de onrust die we in de politiek zien niet voor een deel is terug te voeren op het negeren van een segment van de samenleving. Van der Zwan maakt in zijn boek in elk geval al duidelijk dat de PvdA nooit vanzelfsprekend op de stem van de leden van de arbeidersklasse kon rekenen. Altijd was er al de zuigkracht van de confessionele partijen. Daarnaast waren er concurrenten als de CPN en protestpartijen als de Boerenpartij (in de jaren zestig populair in de volkswijken van de grote steden). Na de afschaffing van de stemplicht konden de kiezers bovendien thuis blijven. Van der Zwan:  ‘Vooral de aanhang onder de ongeschoolde arbeiders was kwetsbaar. Veel van hen stapten pas in 1977 massaal over naar de PvdA.'

Socioloog Peter Achterberg bevestigt dat de PvdA zich nooit zeker heeft geweten van de steun van de arbeidersklasse. ‘Maar je moet niet denken dat dit komt doordat de klassepositie van mensen onbelangrijk is geworden bij het bepalen van de stemkeuze. Uit het onderzoek dat ik voor mijn promotie deed, blijkt juist het tegendeel', zegt hij. ‘Bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002 stemden de mensen met een lager inkomen en een lage opleiding nog altijd veel meer dan gemiddeld op de PvdA. De aanhang van de VVD behoorde weer veel vaker tot de hogere middenklasse.'

Dat blijkt niet het hele verhaal.
Volgens Achterberg speelt de factor cultureel kapitaal een steeds belangrijkere rol bij het kiesgedrag. Het komt er vooral op neer dat mensen met een lage opleiding meestal een sterke leider willen, voorstander zijn van hogere straffen, minder op hebben met immigranten, en negatiever denken over de verworvenheden van de jaren zestig. In cultureel opzicht bevinden ze zich daarmee dus in de rechterflank van het politieke spectrum. Achterberg: ‘In 2002 zag je het verschil het duidelijkst tussen de overwegend hoogopgeleide aanhang van GroenLinks en de laagopgeleide van de LPF. Nee, het was geen momentopname. Onder de aanhang van de PVV en Rita Verdonk is het aantal laagopgeleiden ook hoog.'

Wat resteert is het beeld van een arbeiderklasse van nu die diffuus is geworden en waarvan een deel politiek ontheemd is geraakt. Niet-stemmen is een serieuze optie. Anderen verwijderen zich van het politieke midden. Voor een aantal van hen zijn partijen als PvdA en GroenLinks in sociaal-cultureel opzicht te links. Zij kunnen hun toevlucht bij Wilders en Verdonk zoeken. Een deel van hen vindt die partijen in sociaal-economisch opzicht te rechts. En dan zijn er nog veel die dat allebei vinden. Voor hen is Jan Marijnissen een alternatief: links en in sommige opzichten sociaal toch conservatief. 

Tekst Michiel Zonneveld
Fotografie Adrie Mouthaan



‘We zijn nergens lid van'

‘Ik vind mezelf een arbeider', zegt Torsten Wieman (3

Torsten Wieman

1, rechts op de foto). ‘Dat is waarschijnlijk omdat ik toch gewoon nog met mijn handen werk. Ik ben het meest bezig met het reviseren van motoren. Dat vind ik ook meteen het leukste werk. Maar eigenlijk doen we in onze garage alles met auto's. Daarin zijn we geloof ik vrij uniek. Alleen plaatwerk en bekleding besteden we uit.

‘Dat ik me arbeider noem, is voor mij een kwestie van gevoel. Eigenlijk kan je me net zo goed ondernemer noemen, want ik zit nu voor de helft in het bedrijf van mijn vader. Ik ben hier op mijn negentiende gaan werken. Daarvoor zat ik eerst op de lts. Daarna ben ik met de mts begonnen. Maar leren was niet veel voor mij. Ik ben altijd iemand voor de praktijk geweest. Vandaar dat mijn vader op een gegeven moment zei: "Kom maar bij mij werken, want die school wordt niets." Het grappige is dat ik de laatste tijd trouwens wel weer een avondopleiding volg.

‘Ik kan niet precies zeggen hoeveel ik verdien. Dat hangt af van hoeveel werk er binnenkomt. Soms houd ik netto 1.800 euro over. Soms 2.200 euro. Maar is dat eigenlijk belangrijk?

‘Ik ben geen lid van de vakbond. We zijn nergens lid van. Vroeger zijn we het nog even van de BOVAG geweest.

‘Ik stem eigenlijk al heel lang niet meer. Dat zou ik wel moeten doen, hè? Maar ik weet echt niet aan wie ik mijn stem moet geven.

‘Ik weet zo meteen niet wat voor mij het grootste probleem is in Nederland. Misschien dat je in dit land eigenlijk heel weinig mag zeggen. En dat terwijl iedereen altijd net doet alsof we hier heel vrij zijn. Als je in dit land kritiek hebt, word je er snel voor afgestraft. Begrijp je wat ik bedoel?'



‘Ik heb nooit zo veel gehad'
Hannie Peters

‘Ik was veertien toen ik mijn eerste baan kreeg', herinnert Hannie Peters (62) zich. ‘Dat was in  een chocoladefabriek. Daarvoor zat ik op de huishoudschool. De "spinazieacademie" noemden ze dat toen ook wel. In die tijd was er hier in Nijmegen nog veel industrie. Mijn man werkte als metaalbewerker. Dat is hij blijven doen tot hij werd afgekeurd en in de wao terecht kwam.

‘Ik werk nog wel elke week in Hospice Bethlehem hier in Nijmegen. Dat is vrijwilligerswerk. Ja, waarom zou ik thuis blijven zitten? Per maand heb ik ongeveer 1.150 euro netto te besteden. Ach, ik heb nooit zo veel gehad.

‘Na ons trouwen was ik een tijdlang huisvrouw. Ik ben toen wel vrijwilligerswerk gaan doen. Later ben ik op een school aan de slag gegaan. Ik was daar vooral kantinejuffrouw. Het was een opleiding voor verpleegsters, die later opging in een ROC.

‘Ik zou mezelf niet meteen iemand uit de arbeidersklasse noemen. Maar er zijn momenten dat je merkt dat er anders naar je wordt gekeken. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen er op het ROC een nieuwe bedrijfsleider kwam. Het viel gewoon op dat die ons heel anders behandelde. Alsof we minder te vertrouwen zouden zijn.

‘Ik ben geen lid van de bond. Dat ben ik wel geweest, maar dat werd te duur. Ik stemde altijd PvdA, net als mijn ouders. De laatste keer koos ik voor de SP. Vooral uit frustratie en teleurstelling. Dat had te maken met wat er allemaal op me afkwam toen mijn man ernstig ziek werd. De laatste jaren van zijn leven bleef ik maar aan de gang met het aanvragen van rolstoelen, hulp enzovoort. Ik werd gek van de bureaucratie. Op een gegeven moment dacht ik: bekijk het allemaal. De volgende keer stem ik denk ik weer op de PvdA.'



Ik stem zelf al een tijd SP'
Herman de Haan

‘Als ik in de haven werk, doe ik van alles,' zegt Herman de Haas (56). ‘Van brugkraanmachinist tot havenwerker oude stijl. Met dat laatste bedoel ik dat ik met mijn kop naar beneden en mijn kont omhoog sta als ik de spullen moet optillen. Dat laatste soort werk doen wij bij de SHV steeds minder natuurlijk.

‘Je kan wel zeggen dat mijn hele leven met de Rotterdamse haven is verbonden. Mijn vader was ook al havenarbeider, net als de vader van mijn vrouw. Na de lagere school ben ik naar de havenvakschool gestaan.

‘Voor mij spreekt het bijna vanzelf dat ik actief ben in de vakbond. Ik zit in de bondsraad van Bondgenoten. Ook binnen het bedrijf kom ik op voor onze belangen. Ik ben voorzitter van de Ondernemingsraad. Ja, daar gaat een groot deel van mijn werktijd in zitten.

‘Ik verdien per maand netto zo ongeveer 1.900 euro. Als je bij ons in de volcontinudienst werkt, krijg je daar nog eens twintig procent bij, maar dan is er meteen niet veel meer van je privé-leven over. Mijn vrouw heeft geen baan. Ja, wij behoren tot de mensen die volgens partijen als GroenLinks en PvdA gesubsidieerd worden om hun vrouw thuis te houden. Volgens mij vergeten ze wel eens dat er honderdduizenden zoals wij zijn.

‘Ik stem zelf al een tijd SP. Mijn meeste collega's doen dat ook. De PvdA noemen we de Partij van de Anderen. Ik maak me grote zorgen over wat er uit Europa op ons afkomt. Nu is er een uitspraak vanuit het Europese Hof van Justitie dat werknemers uit het voormalige Oostblok niet meer onder onze CAO-voorwaarden hoeven te werken. Het hele idee van gelijk loon voor gelijk werk staat onder druk. Veel Oost-Europeanen komen als Zelfstandige Zonder Personeel. Dat klinkt leuk, maar rechten hebben ze niet. Je kunt ze vergelijken met de oude dagloners.'



'Ik ben nooit lid van de vakbond geweest'
Jos van Loosdrecht

‘Ik zou mezelf niet meteen arbeider noemen. Officieel heet mijn functie timmerman-schilder maar ik zie mezelf  toch in de eerste plaats als vakman', zegt Jos van Loosdrecht (55). ‘Ons bedrijf, Hennie Totaal Service, doet ook van alles: sloten maken, opbouw, schilderswerk. We werken vooral in Amsterdam en omgeving.

‘Ik ben voor dit werk niet opgeleid. Maar ik kan wat mijn handen zien. Voor ik hier werkte, was ik verkoper en vertegenwoordiger. Op het laatst was ik opgeklommen tot projectleider bij een interieurbedrijf. Al zeg ik het zelf: ik ben een heel goede verkoper. Ik heb daarvoor ook verschillende opleidingen gevolgd.

‘Toen het bedrijf waarvoor ik werkte failliet ging, ben ik hier gaan werken. Op zich was het jammer dat ik niet in mijn eigen vak aan de slag kon blijven, maar als je wat ouder bent, heb je het niet voor het uitzoeken. Mijn huidige baan bevalt me wel. Ik kan redelijk zelfstandig werken en het is ook wel prettig dat het goed gaat in de bouw. Netto verdien ik 1.600 euro, dat is genoeg om als vrijgezel van rond te komen. Over vijf jaar hoop ik klaar te zijn met werken.

‘Ik ben nooit lid van de vakbond geweest. Dat heb ik nog nooit overwogen. Ik zag dat gewoon niet zitten. Wel heb ik mijn hele leven op de PvdA gestemd. Tot 2002, toen ben ik vreemdgegaan, en koos ik voor Pim Fortuyn. Wat ik in 2006 stemde? Even nadenken, ja dat was weer de PvdA. Ik weet niet wat ik de volgende keer ga doen. Misschien stem ik wel op Geert Wilders.

‘Oh nee, ik heb niet zoveel tegen de islam. Ik heb zelfs moslimvrienden. Wat voor mij meespeelt, is de komst van veel mensen uit Oost-Europa. Daar heb ik op zich niets op tegen. Ze werken hard. Maar wat ik jammer vind, is dat ze al hun geld naar huis sturen en het dus niet hier in de economie stoppen. En ik ben ook wel bang voor wat er gebeurt als straks de werkloosheid weer stijgt. Dan moeten we honderdduizenden extra te eten geven.' 



Klik hier voor veel meer artikelen (vanaf 1992).

 


Hyperlinks
| Contact | Zoeken
Copyright © 2004 michielzonneveld.nl Alle rechten voorbehouden