Enkele recente publicaties en selectie:

Etalage voor Goede

Ideeën (serie Volkskrant vanaf 18 oktober 2008))

De ontheemde arbeider (Intermediair 1 mei 2008)

Adri Duivesteijn: ‘De stilte in de PvdA is dodelijk’ (Intermediair 13 juni 2007)

Er is veel dat de PvdA-politicus en de Oranje-coach verbindt (Parool 25 november 2006)

Serie interviews lijsttrekkers PvdA, SP en VVD, mijn eerste honderd dagen als....(Intermediair, 2, 9 en 16 november 2006)

Deze titanenstrijd is misleidend (de Volkskrant, Forum, 5 oktober 2006)

Justitie laat burger zitten (de Volkskrant, Forum, 11 april 2006)

Wouter Bos is bindend leider met bindingsangst (de Volkskrant, Forum, 9 maart 2006)

Bangkok op de fiets (Parool 31 december 2005)

Freakonomics, het abortuswonder (Vrij Nederland, 6 augustus 2005, boekbespreking)

De opkomst van de klaagpoliticus (Vrij Nederland, 23 juli 2005, essay)

Tijd voor journalistieke zelfreflectie (Vrij Nederland, 2 juli 2005, boekbespreking)

Het relaas van Marcel van Dam . mega-interview (Groene Amsterdammer, 24 juni 2005)

De Ziener van Verdonk (Groene Amsterdammer, 8 april 2005, boekbespreking)

Essay abdicatie Beatrix (VN, 5 februari 2005)

Reddeloos in Zambia (VN, 22 januari 2005, reportage)

Vloeken in de rechtse kerk, waarin nieuw rechts lijkt op oud links (VN, 24 april 2004)

Veroordeeld in Thailand (VN, 5 juni 2004)

Groeten uit de hel van Thailand (VN, 13 december 2003)

Boos op Brussel, over Nederlandse Euroscepsis (VN, 13 maart 2004)

Land van kleine angsten (VN, 14 december 2002)

Auteur
M. Zonneveld

Uitgever
Uitgeverij Van Gennep

Rubriek
Mens en maatschappij
Politicologie

ISBN
9055153273
Politiek zonder passie

Trouw, 27 april 2002

We willen weer echte Politiek!
WILLEM BREEDVELD
Het bedrijfsmatige denken, het managerialisme, is de afgelopen tien, twintig jaar tot in alle uithoeken van de samenleving doorgedrongen. Zelfs een ziekenhuispastor die geacht wordt patiënten geestelijke bijstand te verlenen, laat zich tegenwoordig gewillig 'afrekenen' op resultaat en dus telt hij afgelegde bezoekjes, vult geduldig enquêteformulieren in, vergelijkt de resultaten met vorige gegevens, stelt rapporten op en bekommert zich en passant ook nog over het geestelijk heil van de patiënt. Liever niet, want dat drukt de resultaten maar.

Niet verbazingwekkend dat in deze cultuur de politiek als een bedrijf wordt opgevat: het runnen van de bv Nederland. Zo ontwikkelde zich uit de verzorgingsstaat van de sociaal-democraten, die weer ontstaan is uit de nachtwakerstaat van Thorbecke, de 'managementstaat' van de kabinetten-Kok I en II.

Het leek een succesformule zonder weerga. De banenmachine draaide op volle toeren, het overheidstekort smolt als sneeuw voor de zon, de particuliere rijkdom nam een hoge vlucht. Met deze triomf van het neoliberalisme leek de politiek (opgevat als een strijd tussen tegengestelde denkbeelden over de inrichting van de samenleving) zichzelf overbodig te hebben gemaakt. Goed management, wel zo effectief.

En dan opeens... blijkt deze managementstaat geen antwoord te hebben op de stormloop van Pim Fortuyn. Tevergeefs wijzen Melkert en Dijkstal op de successen van Paars. Voor miljoenen kiezers lijken die geen enkel gewicht meer in de schaal te leggen. Veel kiezers zijn plotseling bezield, bezield van een tegen het bestel gericht politiek gevoel. De daarin samengebalde emotie heeft geen enkel begrip meer voor de managementtaal van de gevestigde politici. In het licht van de elfde september en de herontdekking van de problemen van de multiculturele samenleving lijkt het gesteggel over een dubbeltje meer of minder belasting ineens ook wonderlijk futiel.

Hoe sommige verbanden precies liggen is lastig te achterhalen. Maar het lijkt erop dat het gevoel dat we met de islam wellicht een vijandige cultuur binnen onze grenzen hebben, maakt dat veel kiezers de files, de wachtlijsten in de zorg, de verpaupering in het onderwijs, verschijnselen die al een looptijd hebben van vele jaren, ineens ook zat zijn geworden. Zelfs de erfenis van ons aandeel in Srebrenica werd ineens als een ondraaglijke last ervaren, hoewel het Niod-rapport nauwelijks nieuwe feiten toevoegde aan het trieste relaas. Kok blies met een koningsoffer zijn kabinet op, wat weer het sein was voor de paarse partijen om elkaar de oorlog te verklaren. Hoe moet dit verder?

De afgelopen maanden is een aantal boeken verschenen waarin in meerdere of mindere mate de balans wordt opgemaakt van acht jaar Paars. Die boeken zijn veelal geschreven op een moment dat de tevredenheid over Paars nog redelijk op peil was. Wie ze leest met de emotie van nu kan een gevoel van treurnis over Paars nauwelijks onderdrukken. Wat een gekeutel. Nergens zelfs maar een begin van een antwoord op de problemen waar we ons nu over opwinden. Hoe dient de managementstaat zich te verhouden tot het probleem van de multiculturaliteit, de op drift geraakte immigratiestromen, de ruk naar rechts onder de kiezers? Waarom ook faalt het bv-denken als het om bij uitstek zulke managementtaken gaat als het wegwerken van files en wachtlijsten? In plaats daarvan verhandelingen over de vraag of het succes van het poldermodel nu ondanks, of juist dankzij Paars zijn beslag kon krijgen, de tegenstrijdigheden in de relatie burger-overheid en de politieke onmacht om het WAO-probleem aan te pakken.

Het grondigst is de balans opgemaakt in het vorig jaar al verschenen 'Tweeëntwintigste jaarboek voor het democratisch socialisme'. De paarse kabinetten hebben de lijn van voorgaande kabinetten-Lubbers grotendeels doorgetrokken: onder die gemeenschappelijke noemer kunnen de bijdragen van uiteenlopende contribuanten als Hans Daudt, Margo Trappenburg, Casper van Wijk, Roel in 't Veld en Flip de Kam worden gevat.

Politieke partijen zijn samengeklonterd in het midden en dat vond zijn vertaling in een technocratische, pragmatische politiek. Paars kenmerkte zich door 'productivisme': het streven naar herstel van het economisch elan en economische groei. De resultaten van dit beleid worden in dank genoteerd. Maar, zo concludeert de redactie van het jaarboek, de herkenbaarheid van de PvdA als sociaal-democratische partij is onder Paars niet tot uitdrukking gekomen. De PvdA staat daarom voor de opgave de idealen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit onder sterk veranderde maaschappelijke omstandigheden opnieuw gestalte te geven. Of zoals Paul Kalma het pregnant samenvatte: De PvdA is onzichtbaar geworden tussen 'zakelijkheid en verzaking'.

En eigenlijk viel er van Paars ook niet veel meer te verwachten, leert de geschiedschrijving van Max van Weezel en Michiel Zonneveld. De hoofdrolspelers hadden Paars niet bedacht. Ze werden ertoe veroordeeld. En eenmaal in die positie heeft men er van gemaakt wat ervan te maken viel, als een 'gewoon' kabinet. De beide VN-journalisten hebben zo ongeveer iedereen gesproken die iets met Paars te maken heeft en het levert een weinig verheffend beeld op: geen visie, geen passie, maar management. En de troostrijke gedachte, dat als ze het maar lang genoeg vol kunnen houden ze het bewijs leveren dat het land ook zonder het CDA bestuurd kan worden (De Grave). De onttovering van Paars, noemen de journalist hun boek. Na lezing vraagt men zich onwillekeurig of er ooit wel van enig tover sprake is geweest.

Misschien kon het niet anders, door alle 'Haagse tegenstrijdigheden', zoals de titel wil waar essays van Bram Peper, Paul Schnabel, Herman Tjeenk Willink en Bart Tromp onder gebundeld zijn. Maar waarom zo helemáál geen 'visie' ontwikkeld? 'Visie' was een hoofdpunt bij het begin van Paars II. Bram Peper gaf de voorzet met een nog altijd aansprekend essay. Pepers essay verdween in een bureaulade en een jaar later verdween hij zelf uit de politiek. Daarna werd het werk nog uitbesteed aan Paul Schnabel, een origineel denker, maar in status een ambtenaar. De politiek had haar onvermogen niet beter tot uitdrukking kunnen brengen.

Tegen de achtergrond van al dit getob is het boek van Jouke de Vries een verademing. Dat komt omdat hij het managementdenken neemt voor wat het is, namelijk als een uitgesproken visie, als de ideologie bij uitstek van de politieke elite. De kern van die visie is de erkenning dat over maatschappelijke doelen op de langere termijn grote onzekerheid bestaat. Hoe het moet met de multiculturele samenleving? Wat moeten we aan met de dilemma's in het milieubeleid, de zorg, of het onderwijs? Wie zal het zeggen. Beter nog, laat maar, want over de methoden en technieken van het bestuur bestaat wel een redelijke consensus. Politieke problemen moeten daarom zoveel mogelijk in de dominante management-opvattingen gepast worden. Lukt dat niet, dan worden ze buiten de orde verklaard. De gedachte is dat besluiten beter aan managers kunnen worden overgelaten. Zulk denken gaat gepaard met een zekere aversie voor de politiek. Politiek kan maar het beste met een kleine pee, zoals minister Wijers zich ooit liet ontvallen.

De managementstaat lijkt nu door druk van buiten te imploderen, als een leeg vat. Het is kermis geworden in politiek, zo vat Michiel Zonneveld de toestand in zijn gebundelde columns samen. Op de kermis is de politiek mogelijk het door de managers opgeeiste domein aan het heroveren. Ten koste van veel tumult, dat is waar. Maar toch. Hopelijk leidt dit ertoe dat de huidige politici annex managers consensus niet langer als het vanzelfsprekende uitgangspunt beschouwen en als een middel om de politiek buiten de deur te houden, maar als de uitkomst van een politiek debat. In het eerste geval is de politiek voor de burgers één pot nat, in het tweede geval is politiek wat zij wezen moet, een krachtmeting van uiteenlopende denkbeelden, zodat de kiezer wat te kiezen heeft.

Klik hier voor veel meer artikelen (vanaf 1992).

 


Hyperlinks
| Contact | Zoeken
Copyright © 2004 michielzonneveld.nl Alle rechten voorbehouden