Zoeken

Een amusant gezelschapsspel

HET LEKEN simpele vragen die ik moest beantwoorden: wie moesten de nieuwe lijsttrekkers worden van het CDA en D66? Het programma MiddagEditie had vorige week een enquete laten houden naar wie de kiezers bij voorkeur zagen als lijsttrekker van die partijen. De cijfers waren op het oog helder: bij het CDA had Eurocommissaris Hans van den Broek de absolute voorkeur met 29 procent van de kiezers. Bij D66 was Hans van Mierlo nog altijd onverslaanbaar. Een derde van de kiezers zag in hem de ideale kandidaat en van de D66-kiezers had bijna de helft voorkeur voor hem.

Door Michiel Zonneveld. Verschenen op 31 januari 1997 in Het Parool.

Deel deze pagina:

Het Parool (logo)

‘Houd het simpel,’ was het verzoek. Antwoorden van het kaliber dat onder de ene omstandigheid wellicht buitenlandwoorder Jaap de Hoop Scheffer het beste voor het CDA was en onder de andere de huidige fractievoorzitter Enneus Heerma, zouden rigoureus worden weggeknipt. Ik kon niet anders dan begrip hebben voor deze wens. De kwestie is al moeilijk genoeg. Maar met de wens om het simpel te houden, begonnen de moeilijkheden pas echt.

Eerst was er een voorgesprek. Wie was nu bijvoorbeeld de beste voor D66? Ik twijfelde tussen Van Mierlo en minister van economische zaken, Wijers. Als Van Mierlo inderdaad zou vertrekken dan dus Wijers, dacht ik. Want als er een man is die zich goed kan presenteren, is hij het wel. Dat antwoord leek duidelijk. Ik viel niemand lastig met nuances in de trant van: is hij wel politicus genoeg? En is hij wel bestand tegen kritiek? Het heeft hem wel vaak meegezeten in de eerste jaren. Die ene keer dat hij kritiek kreeg van de Algemene Rekenkamer bleek het zondagskind in de politiek plots een verwend kind, dat op hoge toon het rekeninstituut om verantwoording vroeg.

Het licht ging aan en mij werd gevraagd wie ik de beste D66-lijsttrekker zou vinden. ‘Els Borst,’ antwoordde ik met overtuiging. Een lichte vertwijfeling zag ik bij de toch doorgewinterde ploeg van MiddagEditie.’ ‘Jullie vroegen voor wie ik een voorkeur had en dat is dus een andere vraag dan wie de beste keus zou zijn,’ legde ik uit. Het moest nog een keer over. Wie zou het er het beste van afbrengen als lijsttrekker, zo interpreteerde ik de vraag. ‘Hans van Mierlo,’ antwoordde ik. ‘Dat was weer een andere vraag,’ legde ik uit.

Ongetwijfeld zegt dit voorval iets over mijn geschiktheid voor het medium televisie. Maar het vertelt net zo veel, vrees ik, over het nut van dit soort enquetes. De uitslag geeft alleen een indicatie over de bekendheid van de kandidaten. Maar wee de partij die zich ook werkelijk iets van de uitslag aantrekt.

Bijna iedere kiezer, politicus en partijstrateeg wordt geplaagd door dit soort twijfels. De meeste sympathie kan uitgaan naar minister van volksgezondheid Borst. Zij is uitgegroeid tot een soort Juliana van de Nederlandse politiek. Waarschijnlijk kan Van Mierlo nog de meeste stemmen trekken. Niemand is zo sterk in het politieke debat. Niemand kent ook het politieke spel zo goed als de minister van buitenlandse zaken. Maar is hij niet te oud? En is het verstandig de opvolgingskwestie uit te stellen? En is het niet beter af te wachten hoe hij het doet tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie?

Bij het CDA is de keus al net zo ingewikkeld. Hans van den Broek lijkt de eerste kandidaat. Hij profiteert van zijn bekendheid en status van Europees commissaris. Maar is hij ook de man om straks vier jaar de oppositie te leiden? Zullen de kiezers het op het beslissende moment, als er echt verkiezingen zijn, geen zwaktebod vinden als op de oud-minister teruggrepen wordt? En is hij niet te rechts voor een partij die haar ‘sociale profiel’ tracht te herstellen?

Los van deze dilemma’s is het nog de simpele vraag of de kandidaten beschikbaar zijn. Niemand die echt gelooft dat Van den Broek zin heeft in een terugkeer naar de Nederlandse politiek. Het is al even onwaarschijnlijk dat Brinkman, de verrassende nummer twee, zin heeft in een hernieuwd lijsttrekkerschap. Bij D66 leven grote twijfels over de beschikbaarheid van Van Mierlo en Wijers.

Om het allemaal nog ingewikkelder te maken: er zijn ook vraagtekens te stellen bij de betrouwbaarheid van het onderzoek. Men vond het heel verrassend dat Van den Broek zo bekend was. Maar onbekend was hoeveel mensen hadden geweigerd te antwoorden op de vragen.

Uiteindelijk is het onderzoek gebaseerd op de antwoorden van (slechts) 750 kiezers. Maar zouden er onder degenen die weigeren mee te doen niet veel mensen zijn die nog nooit van Van den Broek gehoord hebben, omdat politiek hun toch al weinig interesseert? En wat zegt bijvoorbeeld het als keihard gebrachte gegeven dat onder de CDA-aanhang Jaap de Hoop Scheffer met tien procent twee keer zo populair is als Heerma? Omgerekend gaat het om vijftien stemmen voor De Hoop Scheffer en acht voor Heerma. En hoe had de enquete er uit gezien als op de lijst Lubbers als mogelijke lijsttrekker was gepresenteerd?

Maar waarom zou je zoveel eisen stellen? De NRC, toch een kwaliteitskrant, wist eerder dit jaar te melden dat het CDA-kader Heerma niet ziet zitten. Het bleek uiteindelijk te gaan om een enquete onder 64 lijsttrekkers en wethouders. Uit de enquete bleek dat zeventien van hen een voorkeur hadden voor Lodders en ‘slechts’ negen voor Heerma.

Opiniepeilingen zijn amusement geworden. Een gezelschapsspel waarbij bijvoorbeeld Heerma pesterig gevraagd kan worden wat hij er nu weer van vindt dat hij opnieuw niet de voorkeur geniet. Maar gedoemd is de partij die zich van al het rumoer echt wat aantrekt.

Deel deze pagina:

Klik hier voor volgend artikel

CDA-jongeren zien wel wat in Berdien Stenberg als Kamerlid

DEN HAAG – Wie wil dat dwarsfluitiste Berdien Stenberg volgend jaar hoog op de kandidatenlijst van het CDA komt, kan vandaag in

© copyright 2022 Michiel Zonneveld| ontwerp: Ministry of Data